TM
Economie samenvatting 2
Hoofdstuk 7 ruilen over de tijd §1
Mensen geven nu iets op voor iets beters later, ze investeren in zichzelf
- Bv: Charlotte leent geld voor haar opleiding en verwacht later meer
inkomen en Paul spaart voor een scooter.
Menselijk kapitaal investeren in je kennis en vaardigheden om je
kansen op succes en groei te vergroten.
Rente een vergoeding voor het lenen of uitlenen van geld, de persoon
aan wie je het leent betaal je extra terug. Geeft de prijs van de tijd.
Consument iemand die goederen en diensten koopt
Bij sparen en lenen draait het om tijd en geld.
- Als je spaart zet je geld opzij en verdien je rente van de bank die het
uitleent aan anderen. Je kan in de toekomst meer kopen maar het
opbouwen kost geld. Je stelt consumptie dus uit en zetten het niet
aan consumptiegoederen bestede geld (geld dat je besteed aan
dingen die je nodig hebt) maar op’n spaarrekening
- Als je geld leent, kan je iets gelijk kopen maar kost het je rente.
Nominale rente % waarmee je spaargeld groeit die banken
adverteren voor meer klanten. Houd geen rekening met inflatie.
Als je spaargeld elk jaar groeit, betekent dit dan dat je meer kan kopen
in termen van goederen en diensten? De prijzen kunnen ook zijn
gestegen, inflatie. (Koopkracht daalt)
Inflatie hoeveel % de prijzen van goederen en diensten in een land
gestegen zijn.
Reële rente houdt rekening met de stijging van prijzen van goederen
en diensten. Als de inflatie gelijk is aan de nominale rente, dan blijft je
koopkracht van je spaargeld hetzelfde. De reële rente is nul.
De reële rente is de nominale rente, gecorrigeerd voor de inflatie.
Indexcijfer gebruikt om het gem. prijspeil van goederen en diensten
weer te geven (getal voor veranderingen in prijzen). Wat je nu hebt
vergeleken met het jaar ervoor.
Waarde jaar x
X 100= indexcijfer jaar x
Waarde basisjaar
Economie samenvatting 2
Hoofdstuk 7 ruilen over de tijd §1
Mensen geven nu iets op voor iets beters later, ze investeren in zichzelf
- Bv: Charlotte leent geld voor haar opleiding en verwacht later meer
inkomen en Paul spaart voor een scooter.
Menselijk kapitaal investeren in je kennis en vaardigheden om je
kansen op succes en groei te vergroten.
Rente een vergoeding voor het lenen of uitlenen van geld, de persoon
aan wie je het leent betaal je extra terug. Geeft de prijs van de tijd.
Consument iemand die goederen en diensten koopt
Bij sparen en lenen draait het om tijd en geld.
- Als je spaart zet je geld opzij en verdien je rente van de bank die het
uitleent aan anderen. Je kan in de toekomst meer kopen maar het
opbouwen kost geld. Je stelt consumptie dus uit en zetten het niet
aan consumptiegoederen bestede geld (geld dat je besteed aan
dingen die je nodig hebt) maar op’n spaarrekening
- Als je geld leent, kan je iets gelijk kopen maar kost het je rente.
Nominale rente % waarmee je spaargeld groeit die banken
adverteren voor meer klanten. Houd geen rekening met inflatie.
Als je spaargeld elk jaar groeit, betekent dit dan dat je meer kan kopen
in termen van goederen en diensten? De prijzen kunnen ook zijn
gestegen, inflatie. (Koopkracht daalt)
Inflatie hoeveel % de prijzen van goederen en diensten in een land
gestegen zijn.
Reële rente houdt rekening met de stijging van prijzen van goederen
en diensten. Als de inflatie gelijk is aan de nominale rente, dan blijft je
koopkracht van je spaargeld hetzelfde. De reële rente is nul.
De reële rente is de nominale rente, gecorrigeerd voor de inflatie.
Indexcijfer gebruikt om het gem. prijspeil van goederen en diensten
weer te geven (getal voor veranderingen in prijzen). Wat je nu hebt
vergeleken met het jaar ervoor.
Waarde jaar x
X 100= indexcijfer jaar x
Waarde basisjaar