1: LIKERT- & BETROUWBAARHEIDSANALYSE
Meetmodel = wijze waarop oorspronkelijke scores op items worden omgezet naar nieuwe
schaalscore
- Bijv Likertanalyse
1. Eerst goed meten met meetmodel
→ bepaald theoretisch concept op goede / betrouwbare / valide manier meetbaar
maken
2. Dan relaties tussen concepten onderzoeken met regressie
→ verbanden leggen tussen variabelen
Schaalconstructie / meerdere items = samenvoegen van een aantal items die hetzelfde
begrip meten tot 1 schaal; dit moet een zo goed mogelijke afspiegeling zijn van het begrip
dat je meetbaar wil maken. Gebruik je voor:
1. Grotere begripsvaliditeit bij meten van heterogene begrippen
- Begrippen hebben meerdere aspecten, dus moet je die aspecten betrekken in
vragenlijst
- Bijv bij internetgebruik niet alleen vragen naar gamen
2. Minder toevalsfactoren
- Hoe meer vragen, hoe groter de betrouwbaarheid
- Bijv meerdere vragen stellen over hetzelfde construct waardoor er minder sprake is
van toeval
3. Fijnere indeling tussen respondenten
- Meer items → betere verdeling van resp, omdat ze dan ook een score tussen hele
getallen kunnen krijgen (zoals 4,5)
- Hierdoor kan je resp preciezer indelen op schaal dan wanneer resp alleen maar hele
getallen kunnen scoren
4. Om meerdere dimensies van begrippen te kunnen onderscheiden
- Bijv vragen stellen over verschillen in dimensies van eenzaamheid
1
,Klassieke testtheorie
Item (e) = vraag waarmee je theoretisch construct meetbaar gaat maken
→ antwoord op item is afhankelijk van:
1. Latent kenmerk = wijze waarop resp werkelijk denkt over begrip
2. Meetfout =
a. Toevalsfout = gevolg van toevallige factoren
- Je geeft verkeerd antw doordat je afgeleid bent
b. Systematische fout = constant te hoge / lage waarde
- Je durft geen eerlijk antwoord te geven
Score op item = ware houding + toevalsfout + systematische fout
→ meetfout dus zo klein mogelijk houden, zodat score dat wordt bepaald door ware houding
vd resp zo groot mogelijk is.
Latent continuum = wijze waarop mensen in werkelijkheid denken over bepaald theoretisch
begrip en verschillen daarin tussen mensen
● Item karakteristieke functie = kans op bepaald antwoord naarmate iemands positie
op LC toeneemt.
● Dus positie op LC bepaalt antwoord op item!!
2
, Verschillende item karakteristieke functies:
1. Monotoon stijgend = als mensen meer voor het straffen van criminelen zijn, wordt
kans op item ‘terug naar land van herkomst’ groter
2. Monotoon dalend = als mensen minder voor straffen van criminelen zijn, wordt
kans op item ‘terug naar land van herkomst’ kleiner
3. Non-monotoon (punt) = als iemands houding tov bepaald theoretisch construct
toeneemt, neemt kans op item ook toe
Bij Likertanalyse / PCA / PFA wil je ALTIJD monotone items!!!!!
- Dus extreem geformuleerd & eenduidig interpreteerbaar
Non-monotone items zijn problematisch
- De 2 meest extreme groepen antwoorden hetzelfde op je item, dit kan je in de data
niet meer van elkaar onderscheiden
3
Meetmodel = wijze waarop oorspronkelijke scores op items worden omgezet naar nieuwe
schaalscore
- Bijv Likertanalyse
1. Eerst goed meten met meetmodel
→ bepaald theoretisch concept op goede / betrouwbare / valide manier meetbaar
maken
2. Dan relaties tussen concepten onderzoeken met regressie
→ verbanden leggen tussen variabelen
Schaalconstructie / meerdere items = samenvoegen van een aantal items die hetzelfde
begrip meten tot 1 schaal; dit moet een zo goed mogelijke afspiegeling zijn van het begrip
dat je meetbaar wil maken. Gebruik je voor:
1. Grotere begripsvaliditeit bij meten van heterogene begrippen
- Begrippen hebben meerdere aspecten, dus moet je die aspecten betrekken in
vragenlijst
- Bijv bij internetgebruik niet alleen vragen naar gamen
2. Minder toevalsfactoren
- Hoe meer vragen, hoe groter de betrouwbaarheid
- Bijv meerdere vragen stellen over hetzelfde construct waardoor er minder sprake is
van toeval
3. Fijnere indeling tussen respondenten
- Meer items → betere verdeling van resp, omdat ze dan ook een score tussen hele
getallen kunnen krijgen (zoals 4,5)
- Hierdoor kan je resp preciezer indelen op schaal dan wanneer resp alleen maar hele
getallen kunnen scoren
4. Om meerdere dimensies van begrippen te kunnen onderscheiden
- Bijv vragen stellen over verschillen in dimensies van eenzaamheid
1
,Klassieke testtheorie
Item (e) = vraag waarmee je theoretisch construct meetbaar gaat maken
→ antwoord op item is afhankelijk van:
1. Latent kenmerk = wijze waarop resp werkelijk denkt over begrip
2. Meetfout =
a. Toevalsfout = gevolg van toevallige factoren
- Je geeft verkeerd antw doordat je afgeleid bent
b. Systematische fout = constant te hoge / lage waarde
- Je durft geen eerlijk antwoord te geven
Score op item = ware houding + toevalsfout + systematische fout
→ meetfout dus zo klein mogelijk houden, zodat score dat wordt bepaald door ware houding
vd resp zo groot mogelijk is.
Latent continuum = wijze waarop mensen in werkelijkheid denken over bepaald theoretisch
begrip en verschillen daarin tussen mensen
● Item karakteristieke functie = kans op bepaald antwoord naarmate iemands positie
op LC toeneemt.
● Dus positie op LC bepaalt antwoord op item!!
2
, Verschillende item karakteristieke functies:
1. Monotoon stijgend = als mensen meer voor het straffen van criminelen zijn, wordt
kans op item ‘terug naar land van herkomst’ groter
2. Monotoon dalend = als mensen minder voor straffen van criminelen zijn, wordt
kans op item ‘terug naar land van herkomst’ kleiner
3. Non-monotoon (punt) = als iemands houding tov bepaald theoretisch construct
toeneemt, neemt kans op item ook toe
Bij Likertanalyse / PCA / PFA wil je ALTIJD monotone items!!!!!
- Dus extreem geformuleerd & eenduidig interpreteerbaar
Non-monotone items zijn problematisch
- De 2 meest extreme groepen antwoorden hetzelfde op je item, dit kan je in de data
niet meer van elkaar onderscheiden
3