KC Jufdanielle: Farmacokinetiek – wat doet het lichaam met een medicijn?
Farmacokinetiek = wat doet het lichaam met het geneesmiddel.
- 4 fases: absorptie, distributie, metabolisme en eliminatie
Route medicijnen
• De darmen nemen medicijnen op in het lichaam à via de vena porta vervoerd naar de lever à komt in vena cava
inferior à hart à zuurstofarme bloed (met ons medicijn erin) gaat naar de longen om O2 op te nemen à komt het
weer terug naar het hart à aorta à slagaderssysteem à verspreiding over hele lichaam (nr alle weefsels) à daarna
weer venen à hart etc. etc. (= cirkel)
o Op een gegeven moment wordt het medicijn afgebroken door de lever en vervolgens door de nieren
uitgescheiden.
Absorptie
• Absorptie: opnemen van medicijnen à meerdere manieren, verdeeld in 3
categorieën:
o Enterale toediening: geneesmiddel wordt toegediend via de
darmen (bv. oraal, rectaal en via de neus-, maag- of
duodenumsonde.
o Parenterale toediening: geneesmiddel wordt toegediend buiten
het maagdarmstelsel om à kan met injecties (bv. subcutaan,
intraveneus, intramusculair, intra-articulair), of met overige
methoden, zoals pleisters of sublinguale toediening, of inhalatiemedicatie.
o Lokale toediening: geneesmiddel wordt direct op de plaats van werking toegediend, waarbij het bijna niet in
het bloed terecht komt (bv. oogdruppels, zalven en crèmes, of inhalatiemedicatie zoals je ze gebruikt bij astma
of CPD)
Geneesmiddel in het bloed
• Hoe snel we het geneesmiddel kunnen vinden in het bloed hangt heel erg
af van de toedieningsvorm.
o Als iets via de integrale weg wordt toegediend (bv. slikken van
een tablet), zal het eerst via de maag en darmen moeten worden
opgenomen à gaat langzaam en geleidelijk. Uiteindelijk wordt
het uitgescheiden en daalt de concentratie tot nul
§ Cmax: de piekconcentratie (maximale concentratie).
§ Tmax: de tijd waarop de maximale concentratie bereikt wordt
§ C1/2: moment waarop nog maar de helft van de concentratie in ons bloed zit door eliminatie.
¨ T1/2: tijd waarop dit gebeurt (halfwaardetijd)
§ De C1/2 wordt dan nog een keer gehalveerd etc. etc.
o Medicijnen die intraveneus worden toegediend zitten veel sneller in het bloed, omdat ze niet via de lever
hoeven (waarden zijn anders).
Distributie
• Distributie: verdeling over het lichaam.
o Lichaam bestaat uit veel meer dan alleen bloed, dus medicijnen gaan ook in andere compartimenten zitten.
1