100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Read online or as PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting bloed- en transfusie therapie

Rating
-
Sold
1
Pages
47
Uploaded on
21-11-2023
Written in
2023/2024

Dit document bevat de belangrijkste zaken uit de cursus bloed-en transfusietherapie van UCLL Leuven.

Institution
Course

Content preview

VPK leerlijn: Bloedafname, infusie-en
transfusietherapie

1 Bloed

1.1 Bloedvorming/hematopoëse
• In het beenmerg

Rood of geel beenmerg afh van
• Aan- of afwezigheid van bloedvormend weefsel

Volwassenen
• Bloedvormend rode beenmerg aanwezig in:
• Ribben
• Borstbeen
• Schouderbladen
• Wervels
• Schedel
• Bekken
• Bovenste gedeelte femur en humerus

 Kan beenmergpunctie van genomen worden (sternum en heupkam)
 Geeft beeld van hematopoëse

Ontstaan bloedcellen
- Uit hematopoëtische stamcellen (gem. voorlopercellen)
• Kunnen delen en rijpen tot functionele rijpe bloedcellen
• Houden zichzelf in stand door verdubbeling

1. Deling in 2 precursorcellen (voorlopercellen)
• Myeloïde voorlopercel
• Uitrijping en deling leukocyten, erythrocyten en trombocyten

• Lymfoïde voorlopercel
• Uitrijping en deling B- en T- lymfocyten


 Wordt geregeld door vraag en aanbod
Vb: productie bloedcellen stijgt bij bloedingen of infecties

Elke dag:
• 150 miljoen erythrocyten
• 150 miljoen trombocyten
• 50 miljoen leukocyten

,Bloedvorming geregeld door groeifactoren
- Kolonie-stimulerende factor (CSF) -> leukocyten
- Erytropoëtine (EPO) -> erytrocyten
- Trombipoëtine (TPO) -> trombocyten

• Gevormd in lichaamscellen
• Stimuleren vorming en functie rijpe bloedcellen

Vb: EPO aangemaakt in nieren
 P’s met gestoorde nierfunctie kunnen bloedarmoede ontwikkelen


Kunnen ook farmaceutisch aangemaakt worden
- G-CSF
• P’s met te weinig neutrofiele leukocyten owv therapie
- EPO
• P’s met ernstige chronische nieraandoeningen
• Sportdoping

1.2 Samenstelling en functie
1.2.1 Samenstelling bloed na afname

Bloedstaal met antistollings addiditief
1. Plasma
• Heldere, strogele vloeistof
• Belangrijk transportmedium
•  serum
 Serum is plasma zonder stollingsfactoren; rode trombus die drijft in
lichte vloeistof

2. Cellulair deel
• Leukocyten, trombocyten
 Buffycoat: laagje tussen plasma en erytrocyten

1.2.2 Samenstelling plasma nader bekeken

Gem. volwassenen
- 5-6l bloed (8% tot. Lichaamsgewicht)
- Plasma: 2,6-3,7 liter
- Bloedcellen: 1,9- 2,8 liter

,Plasma
• Water (91%)
• Eiwitten (7%)
• Andere stoffen (2%)
• Voedingsstoffen, elektrolyten, hormonen, gassen, afvalstoffen

Medicatie wordt via het plasma vervoerd
• Concentratie van medicatie kan opgevolgd worden door bloedname = plasmaspiegel


Eiwitten in plasma
- Albumine (55%)
• In stand houden colloïd osmotische druk in vasculaire ruimte
• Osmotische druk belangrijk voor vochtuitwisseling in de weefsels

- Globuline (38%)
• Immuunglobulines/antistoffen (antibodies)
• Immuniteit van het lichaam
• Transportglobulines
• Transport van ionen, hormonen en andere stoffen

- Fibrinogeen (7%)
• Stollingsfactor
• Hoofdrol stollingscascade


1.3 Bloedcellen

1.3.1 Erytrocyten (rode bloedcellen)

Referentiewaarde en functie

• Volwassen man: 4,5-6 biljoen cellen per liter bloed
• Volwassen vrouw: 4-4,5 biljoen cellen per liter bloed
• Pasgeborenen: 6 biljoen per liter


Functie: vervoer van zuurstof van longalveolen naar weefselcellen; daar CO2 opvangen en
vervoeren naar longen

Hematocriet (Hct)
= maat voor hoeveelheid RBC ivg met rest vh bloed

- Mannen: 40-54%
- Vrouwen: 37-47 %

Vb: hematocrietwaarde van 45% (0,45) -> 100 ml bloed bevat 45 ml erytrocyten

, P’s met longemfyseem
- Alveolen gaan verloren (chronische aandoening)
- Lichaam kan extra RBC aanmaken
 Hematocriet stijgt om verlies van alveolen te compenseren
 Meer vervoer van zuurstof

Hematocriet kan ook op kunstmatige wijze verhoogd worden
- Gebruik van EPO
- Meer aanmaak rode bloedcellen
- Meer zuurstof kan dan vervoerd worden

 !!!! meer RBC -> bloed wordt stroperig en dus meer kans op trombose

Hemoglobine
• Zuurstof en koolstofdioxide transport via RBC
• Hb bindt makkelijk aan zuurstof en koolstofdioxide

• Hoe meer Hb met zuurstof, hoe roder het bloed

• Haem (ijzer) en globine (eiwitketens)
• Haem verantwoordelijk voor rode kleur v. Hb (dus arterieel bloed heeft
heldere, rode schijn)

Mannen: 14-18 g/dL
Vrouwen: 12-16 g/dL

! gebrek aan ijzer resulteert dus in een vermindering vh aantal bloedcellen en dus daling Hb

Erythrocyten
• Biconcaaf -> uiterst flexibel voor door de capillairen
• Geen celkern
• Wand: bloedgroep antigenen vh ABO- en rhesussysteem


Levensduur
Gem 120 dagen
- Afbraak door macrofagen in de milt
- Hb afgebroken tot:
• Ijzer
• Globine
• Poryfine (wordt afgebroken en komt in bloedbaan onder vorm van bilirubine
en via gal uitgescheden)

 De rest van afbraakproducten worden hergebruikt

Written for

Institution
Study
Course
Unknown

Document information

Uploaded on
November 21, 2023
Number of pages
47
Written in
2023/2024
Type
SUMMARY

Subjects

$8.34
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Read online or as PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
liesheylen4

Get to know the seller

Seller avatar
liesheylen4 Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
9
Member since
2 year
Number of followers
3
Documents
12
Last sold
9 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Trending documents

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions