Boek H11 KN Emotionele en sociale cognitie:
Sociale situaties zijn vaak complex (veel info verwerken), dynamisch (door interactie) en onder
tijdsdruk (weinig tijd om info te interpreteren en op te reageren).
De neurocognitieve vaardigheden die nodig zijn om onder die condities toch aan te passen aan
sociale omgeving, heten sociale cognitie. Naast cognitieve vaardigheden spelen ook inhibitie,
aandacht en werkgeheugen een rol.
Sociale cognitie = alle mentale processen die onderliggend zijn aan sociale interacties.
Mentale processen kennen 3 stadia:
1. Perceptie: aandacht richten op en waarnemen van relevante info
2. Interpretatie: verlenen van betekenis
3. Reactie: responsselectie en uitvoering
Sociale cognitie is verweven met emotie. Zonder emotie is interactie moeilijk.
Emotie = mentale en fysiologische toestand die geassocieerd wordt met diverse gevoelens,
gedachten en gedrag.
- Basale emoties: blijdschap, boosheid, angst, verdriet, verbazing, walging subcorticale
structuren in brein. Amygdala angst. Gyrus cinguli verdriet en boosheid. Basale ganglia
blijdschap. Basale emoties worden universeel herkend door gezichtsuitdrukkingen. Functie:
vergroten overlevingskans, bijv. vecht-vlucht door angstreactie. Amygdala is betrokken bij
verwerking van bedreigende info.
- Sociale/morele emoties: functie is sociaal gedrag reguleren. Gevoelens van schuld,
schaamte, afkeuring, minachting, inlevingsvermogen, empathie. Dus emoties die relaties
positief of negatief kunnen beïnvloeden prefrontale cortex.
Verbinding amygdala – hippocampus verklaart waarom emotionele gebeurtenissen vaak beter
onthouden worden.
Amygdala en ventromediale prefrontale cortex = belangrijk voor emotionele lichamelijke reacties die
complexe beslissingen kunnen sturen.
Intentionele emotieregulatie = gevolg van actieve gecontroleerde en bewuste processen. Affectieve
herwaardering = een emotionele gebeurtenis positiever interpreteren (verhoogde activatie
prefrontale cortex en verminderede activatie amygdala) en affectieve onderdrukking = emotie niet of
minder proberen te voelen.
Niet-intentionele emotieregulatie = gevolg of bijwerking van andere processen. Benoemen van
emoties; verhoogde activatie prefrontale cortex en verminderde activatie amygdala. Intensiteit van
emotie neemt dan af.
Ventromediale prefrontale cortex = geactiveerd bij zelfreflectie en zelfbewustzijn. Schade
verminderde zelfbewuste emoties, zoals schaamte na ongepast gedrag.
Schade in mediale prefrontale cortex ook: geen planningsvermogen, nemen van beslissingen en
probleem inschatting eigen functioneren.
Mentaliseren = kunnen verplaatsen in anderen.
- Amygdala = screenen info als het gaat om dreiging in omgeving. Verbindingen met visuele
systeem en met hogere orde cognitieve controlegebieden in prefrontale cortex. En met