Scheikunde samenvatting hoofdstuk 3:
Organische chemie
Paragraaf 3.2: Organische verbindingen
Alle organische verbindingen zijn moleculaire stoffen waarvan de moleculen zijn opgebouwd uit
voornamelijk koolstofatomen (C-atomen) en waterstofatomen (H-atomen).
Alkanen:
Van methaan, ethaan en propaan kun je elk maar 1 structuur formule tekenen. Vanaf butaan (C4H10)
is dat anders. Je kan hiervan zowel een vertakte als een onvertakte structuurformule van tekenen.
Structuurisomeren zijn stoffen met dezelfde molecuulformule, maar een andere structuurformule.
C5H12 met zijn 2 vertakte structuurformules:
Om structuurformules overzichtelijk te houden, mogen deze ook vereenvoudigd worden
weergegeven:
Wanneer er dubbele of drievoudige atoombindingen tussen koolstofatomen in een
koolwaterstof voorkomen, spreek je van een onverzadigde stof:
- Koolwaterstoffen met 1 dubbele binding worden alkenen genoemd
- Koolwaterstoffen met 1 drievoudige binding worden alkynen genoemd
- Een alkaan in een ringstructuur word een cycloalkaan genoemd
(door de vorming van de ringstructuur heeft een cycloalkaan 2 H-atomen minder)
, Leg uit welke van de volgende
verbindingen de grootste molaire
massa heeft:
Alle verbindingen bevatten zes C-atomen.
Hexaan is verzadigd en niet-cyclisch en
bevat dus de meeste H-atomen. Het juiste
antwoord is dus B
Benzeen is een cyclische koolwaterstof met daarin 6 koolstofatomen met 3 dubbele bindingen. De 6
elektronen (3 keer een dubbele binding van 2 elektronen) zitten in het benzeenring echter niet op
een vaste plaats, maar verplaatsen zich voortdurend in de ringstructuur. Daarom worden alle
atoombindingen tussen de koolstofatomen versterkt. Om dit zichtbaar te maken, worden de drie
dubbele bindingen meestal weergegeven als een cirkel
3 verschillende structuurformules benzeen:
Organische verbindingen die een benzeenring bevatten worden aromatische verbindingen of
benzeenderivaten genoemd. Om de weergave van complexe ringstructuren overzichtelijk te houden,
gebruikt men vaak de skeletweergave van een structuurformule. Elk streepje is hierin een binding
tussen twee c-atomen en elk hoekpunt is een C-atoom. De H-atomen en de daarbij horende
atoombinding worden in deze weergave weggelaten.
Een H-atoom in een koolwaterstof kan worden vervangen door een ander atoom of atoomgroep. Dit
heet een substituent. Wanneer een substituent minimaal 1 andere atoomsoort dan C of H bevat,
wordt het een karakteristieke groep genoemd. (In binas tabel 66D vind je de belangrijkste
karakteristieke groepen). De karakteristieke groepen veranderen de eigenschappen van een stof:
Alkaanzuren:
Alkanolen:
Organische chemie
Paragraaf 3.2: Organische verbindingen
Alle organische verbindingen zijn moleculaire stoffen waarvan de moleculen zijn opgebouwd uit
voornamelijk koolstofatomen (C-atomen) en waterstofatomen (H-atomen).
Alkanen:
Van methaan, ethaan en propaan kun je elk maar 1 structuur formule tekenen. Vanaf butaan (C4H10)
is dat anders. Je kan hiervan zowel een vertakte als een onvertakte structuurformule van tekenen.
Structuurisomeren zijn stoffen met dezelfde molecuulformule, maar een andere structuurformule.
C5H12 met zijn 2 vertakte structuurformules:
Om structuurformules overzichtelijk te houden, mogen deze ook vereenvoudigd worden
weergegeven:
Wanneer er dubbele of drievoudige atoombindingen tussen koolstofatomen in een
koolwaterstof voorkomen, spreek je van een onverzadigde stof:
- Koolwaterstoffen met 1 dubbele binding worden alkenen genoemd
- Koolwaterstoffen met 1 drievoudige binding worden alkynen genoemd
- Een alkaan in een ringstructuur word een cycloalkaan genoemd
(door de vorming van de ringstructuur heeft een cycloalkaan 2 H-atomen minder)
, Leg uit welke van de volgende
verbindingen de grootste molaire
massa heeft:
Alle verbindingen bevatten zes C-atomen.
Hexaan is verzadigd en niet-cyclisch en
bevat dus de meeste H-atomen. Het juiste
antwoord is dus B
Benzeen is een cyclische koolwaterstof met daarin 6 koolstofatomen met 3 dubbele bindingen. De 6
elektronen (3 keer een dubbele binding van 2 elektronen) zitten in het benzeenring echter niet op
een vaste plaats, maar verplaatsen zich voortdurend in de ringstructuur. Daarom worden alle
atoombindingen tussen de koolstofatomen versterkt. Om dit zichtbaar te maken, worden de drie
dubbele bindingen meestal weergegeven als een cirkel
3 verschillende structuurformules benzeen:
Organische verbindingen die een benzeenring bevatten worden aromatische verbindingen of
benzeenderivaten genoemd. Om de weergave van complexe ringstructuren overzichtelijk te houden,
gebruikt men vaak de skeletweergave van een structuurformule. Elk streepje is hierin een binding
tussen twee c-atomen en elk hoekpunt is een C-atoom. De H-atomen en de daarbij horende
atoombinding worden in deze weergave weggelaten.
Een H-atoom in een koolwaterstof kan worden vervangen door een ander atoom of atoomgroep. Dit
heet een substituent. Wanneer een substituent minimaal 1 andere atoomsoort dan C of H bevat,
wordt het een karakteristieke groep genoemd. (In binas tabel 66D vind je de belangrijkste
karakteristieke groepen). De karakteristieke groepen veranderen de eigenschappen van een stof:
Alkaanzuren:
Alkanolen: