Patrick de Klein wonende te Heerhugowaard
Eiser
tegen:
Koen Raap wonende te Heerhugowaard
Gedaagde
Geachte voorzitter, leden van de rechtbank,
Inleiding
Stelt u zich eens voor: uw kinderen zijn aan het spelen in de wijk wanneer er een auto met
een aanzienlijke snelheid de wijk in komt gescheurd. Het is glad door gevallen sneeuw en u
hoort de banden van de auto spinnen. U bent enorm bezorgd om uw kinderen en u probeert
de bestuurder aan te spreken op zijn ongepaste rijgedrag, maar u wordt vervolgens zelf
verdacht van mishandeling en vernieling. Dit overkwam mijn cliënt.
Ik zal de relevante feiten en omstandigheden kort uiteenzetten en daarna zal ik bespreken of
het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden. Daarna zal er een
conclusie volgen waarbij ik, namens mijn cliënt, een verzoek tot u zal richten.
Feiten:
Allereerst zal ik de feiten van de zaak uiteenzetten. De heer Raap, mijn cliënt, wordt
verdacht van mishandeling van de heer De Klein en van vernieling van zijn auto wat plaats
heeft gevonden op 4 februari 2020 omstreeks 08:40 uur in Heerhugowaard. Op de
desbetreffende dag was het erg glad op de weg door gevallen sneeuw. De heer De Klein
rijdt met een aanzienlijke snelheid in zijn rode Seat Ibiza de Noorderhof op te
Heerhugowaard om zijn auto te parkeren. De heer Raap is op dat moment zijn auto aan het
krabben en hoort de heer De Klein aankomen rijden. Hij is enorm bezorgd om de veiligheid
van zijn kinderen die op het hofje speelden. Door de gevallen sneeuw zit een ongeluk in een
klein hoekje zeker met de snelheid waarmee de heer De Klein reed. De heer Raap loopt
daarom vanaf zijn eigen geparkeerde auto naar de auto van de heer De Klein toe. Mijn cliënt
roept dat de heer De Klein zijn raam open moet doen. Hij doet vervolgens het raam van zijn
auto naar beneden en er ontstaat een woordenwisseling. Mijn cliënt vindt dat de heer De
Klein te hard rijdt in een wijk waar veel kinderen spelen waaronder zijn eigen kinderen en
probeert daarom als volwassenen onder elkaar het gesprek aan te gaan. De heer De Klein
beweert dat er op dat moment werd geslagen op zijn auto. Ook de overbuurvrouw genaamd
mevrouw Cabeau hoort dat mijn cliënt de heer De Klein aanspreekt op zijn rijgedrag. De
heer De Klein probeert daarna weg te rijden terwijl mijn cliënt de jongeman probeerde aan te
spreken. De heer De Klein beweert echter op dat moment te zijn geslagen door mijn cliënt.
De heer Raap stapte hierna in zijn auto en de heer De Klein is vervolgens weggereden
verder de Noorderhof op en merkte op dan zijn neus aan het bloeden was. Hij stapt de auto
uit en vervolgens komt de heer Raap op hem afgelopen. De heer Balken, de achterbuurman
van de heer De Klein, ging tussen mijn cliënt en de heer De Klein in staan. Ook hij heeft
verklaard dat hij een auto veel te hard heeft zien aan komen rijden en dat hij de bestuurder
herkende als de heer De Klein.
Eiser
tegen:
Koen Raap wonende te Heerhugowaard
Gedaagde
Geachte voorzitter, leden van de rechtbank,
Inleiding
Stelt u zich eens voor: uw kinderen zijn aan het spelen in de wijk wanneer er een auto met
een aanzienlijke snelheid de wijk in komt gescheurd. Het is glad door gevallen sneeuw en u
hoort de banden van de auto spinnen. U bent enorm bezorgd om uw kinderen en u probeert
de bestuurder aan te spreken op zijn ongepaste rijgedrag, maar u wordt vervolgens zelf
verdacht van mishandeling en vernieling. Dit overkwam mijn cliënt.
Ik zal de relevante feiten en omstandigheden kort uiteenzetten en daarna zal ik bespreken of
het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden. Daarna zal er een
conclusie volgen waarbij ik, namens mijn cliënt, een verzoek tot u zal richten.
Feiten:
Allereerst zal ik de feiten van de zaak uiteenzetten. De heer Raap, mijn cliënt, wordt
verdacht van mishandeling van de heer De Klein en van vernieling van zijn auto wat plaats
heeft gevonden op 4 februari 2020 omstreeks 08:40 uur in Heerhugowaard. Op de
desbetreffende dag was het erg glad op de weg door gevallen sneeuw. De heer De Klein
rijdt met een aanzienlijke snelheid in zijn rode Seat Ibiza de Noorderhof op te
Heerhugowaard om zijn auto te parkeren. De heer Raap is op dat moment zijn auto aan het
krabben en hoort de heer De Klein aankomen rijden. Hij is enorm bezorgd om de veiligheid
van zijn kinderen die op het hofje speelden. Door de gevallen sneeuw zit een ongeluk in een
klein hoekje zeker met de snelheid waarmee de heer De Klein reed. De heer Raap loopt
daarom vanaf zijn eigen geparkeerde auto naar de auto van de heer De Klein toe. Mijn cliënt
roept dat de heer De Klein zijn raam open moet doen. Hij doet vervolgens het raam van zijn
auto naar beneden en er ontstaat een woordenwisseling. Mijn cliënt vindt dat de heer De
Klein te hard rijdt in een wijk waar veel kinderen spelen waaronder zijn eigen kinderen en
probeert daarom als volwassenen onder elkaar het gesprek aan te gaan. De heer De Klein
beweert dat er op dat moment werd geslagen op zijn auto. Ook de overbuurvrouw genaamd
mevrouw Cabeau hoort dat mijn cliënt de heer De Klein aanspreekt op zijn rijgedrag. De
heer De Klein probeert daarna weg te rijden terwijl mijn cliënt de jongeman probeerde aan te
spreken. De heer De Klein beweert echter op dat moment te zijn geslagen door mijn cliënt.
De heer Raap stapte hierna in zijn auto en de heer De Klein is vervolgens weggereden
verder de Noorderhof op en merkte op dan zijn neus aan het bloeden was. Hij stapt de auto
uit en vervolgens komt de heer Raap op hem afgelopen. De heer Balken, de achterbuurman
van de heer De Klein, ging tussen mijn cliënt en de heer De Klein in staan. Ook hij heeft
verklaard dat hij een auto veel te hard heeft zien aan komen rijden en dat hij de bestuurder
herkende als de heer De Klein.