Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting Economie begrippen domein D

Note
-
Vendu
-
Pages
7
Publié le
15-01-2024
Écrit en
2020/2021

Begrippen economie domein D

Type
Cours

Aperçu du contenu

Economie begrippen domein D
Geen hoofdstuk

Afwentelen = Gestegen kosten aan een ander doorberekenen. Voorbeeld: als de prijzen stijgen, gaan
de arbeiders een hoger loon eisen.

Afwenteling = De mate waarin een belasting ten koste gaat van het consumenten of
producentensurplus. Bij accijns of btw: afwenteling = de verandering van P / de heffing x 100%.

Allocatie = De verdeling van de productiefactoren over de productiemogelijkheden: wie maakt wat,
hoeveel en voor wie.

Concentratie = Een steeds kleiner aantal ondernemingen neemt de beslissingen over de productie
van goederen en diensten. Oorzaak: door fusies en overnames een groot en sterk bedrijf worden;
Gevaar: machtsmisbruik / hogere prijzen door gebrek aan concurrentie. Voorbeeld: Nederlandse
banken. Meer dan 90% van deze sector is in handen van ABN-AMRO, Rabo en ING. Door de hoge
concentratiegraad ontstaat een oligopolie.

Drempelinkomen = Het inkomen waarbij een product voor het eerst gekocht wordt. Geldt voor
luxeproducten.

Dumping = Het verkopen van een product onder de kostprijs. Doel van dumping: marktaandeel
veroveren, concurrent wegconcurreren, overproductie kwijtraken.

Engel, Wet van = Naarmate het inkomen stijgt, wordt een kleiner deel van het inkomen aan voedsel
uitgegeven. Dit omdat voedsel een noodzakelijk goed is.

Marktleider = Een (meestal) groot bedrijf dat steeds als eerste een stap zet, bijvoorbeeld als eerste
de prijs verhoogt. Marktleiders zie je veelal op oligopolistische markten. In Nederland is Shell de
marktleider op de benzinemarkt.

Marktmechanisme = Ook wel prijsmechanisme genoemd. Het mechanisme dat meestal zorgt voor
evenwicht op markten. Voorbeeld: huizentekort, huizenprijzen stijgen, bouwbedrijven ruiken winst
en gaan meer bouwen, evenwicht wordt hersteld.

Marktrente = De prijs van geld die tot stand komt door vraag en aanbod op de vermogensmarkt.

Marktvorm = Het geheel van omstandigheden waaronder bedrijven met elkaar concurreren.
Volkomen ofwel perfecte markt: Volkomen concurrentie (niemand heeft marktmacht). Onvolkomen
ofwel imperfecte markten: Monopolie, oligopolie, monopolistische concurrentie (een bedrijf heeft in
meer of mindere mate marktmacht).

Maximale omzet = Wordt behaald als MO = 0

Maximale winst = Bij volkomen concurrentie: bij het bereiken van de productiecapaciteit. Bij
monopolie als MO = MK.

Productiefactoren = Kapitaal, Arbeid, Natuur, Ondernemerschap.

Statusgoed = Een duur goed dat mensen kopen omdat anderen zo'n goed niet kunnen betalen:
Bugatti, heel dure villa.

, Unique Selling Point USP = Een product, dienst of winkel heeft een unieke eigenschap waardoor het
zich onderscheidt van andere. Voorbeeld: alleen een bepaald merk verkopen, een zeer breed
assortiment hebben.

Vaste kosten = Kosten die onafhankelijk zijn van de productieomvang: loon van vast personeel, huur
van het bedrijfspand, rentekosten.

Verkoopbereidheid = Het bedrag dat de aanbieder minimaal voor zijn product wil ontvangen.

Vraaglijn = De lijn die het verband weergeeft tussen de prijs en de gevraagde hoeveelheid van een
goed.

Winst = Totale winst: TW = TO - TK; Gemiddelde winst: GW =GO - GTK; Marginale winst: MW = MO -
MK.



Hoofdstuk 2

Aanbodlijn = Een lijn die het verband weergeeft tussen de prijs van een product en de aangeboden
hoeveelheid van dat product. De aanbodlijn is de MK-curve vanaf het snijpunt met de GVK-curve. Als
zelfs de GVK niet worden terugverdiend, stopt de ondernemer de productie.

Afzet = De gevraagde of verkochte hoeveelheid in een bepaalde periode.

Betalingsbereidheid = Het maximale bedrag dat een consument bereid is voor een product te
betalen.

Complementaire goederen = Goederen die elkaar aanvullen en dus altijd samen gebruikt worden
(printer en cartridge).

Consumentensurplus = Het verschil tussen de betalingsbereidheid en de werkelijke prijs. Berekening:
1/2 x basis x hoogte.

Elastische vraag = De vraag is elastisch als de procentuele stijging van P kleiner is als de procentuele
daling van Q. Dus Ev -1. Bij een prijsverhoging daalt de TO: de hoeveelheid daalt meer dan de
prijsstijging, b.v. P +4% en Q -8%. Bij een prijsverlaging stijgt de TO: de prijs daalt minder dan de
hoeveelheidsstijging, b.v. P -4% en Q +7%. Hoe horizontaler de vraagcurve, hoe elastischer de vraag.

Inelastische vraag = De vraag is inelastisch als de procentuele stijging van P groter is als de
procentuele daling van Q. Dus -1 Ev 0. Bij een prijsverhoging stijgt de TO: de hoeveelheid daalt
minder dan de prijsstijging, b.v. P +6% en Q -3%. Bij een prijsverlaging daalt de TO: de prijs daalt
meer dan de hoeveelheidsstijging, b.v. P -8% en Q +2%.

Inferieure producten = Producten waarvan consumenten bij stijging van het inkomen minder kopen.
Bijvoorbeeld: bij een laag inkomen ga je met de bus. Stijgt je inkomen en koop je een auto, dan ga je
niet meer met de bus.

Inkomenselasticiteit = Getal dat aangeeft hoeveel procent de gevraagde hoeveelheid verandert als
het inkomen met 1% verandert. Ey = %∆Q / %∆Y.

Luxe producten = Producten waarvan de gevraagde hoeveelheid relatief sterk verandert bij een
verandering van het inkomen of de prijs. De Ey > 1 en er is een drempelinkomen.

École, étude et sujet

Établissement
Lycée
Type
Cours
Année scolaire
5

Infos sur le Document

Publié le
15 janvier 2024
Nombre de pages
7
Écrit en
2020/2021
Type
RESUME

Sujets

$6.46
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
nacw Avans Hogeschool
S'abonner Vous devez être connecté afin de pouvoir suivre les étudiants ou les formations
Vendu
11
Membre depuis
3 année
Nombre de followers
3
Documents
14
Dernière vente
11 mois de cela

3.3

4 revues

5
1
4
1
3
1
2
0
1
1

Documents populaires

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions