1.1 Peecher et al (2007) It’s all about audit quality
In dit onderzoek wordt het Strategic Systems Auditing (SSA) Behandeld. SSA is een proces van controle
wat gebaseerd is op bewijs-gedreven, geloof-gebaseerd en risico-inschatÝngen. Als de accountant het
bedrijfsconcept van de klant begrijpt, kan hij op basis daarvan verwachtingen opbouwen. Deze
verwachtingen kunnen worden afgezet tegen de jaarrekeningcijfers die het management presenteert
(IST en SOLL positie).
Introductie
SSA is volgens de onderzoekers altijd al gericht geweest op de kwaliteit van de audit. In de jaren
negentig ontstond SSA als een nieuwe benadering voor audits van openbare bedrijven als reactie op
veranderingen in de aard van waard creatie activiteiten bij steeds meer bedrijven. Deze veranderingen,
die de bedrijfsstrategieën en processen van organisaties veranderden, kwamen voort uit een
samenspel van verschillende factoren, met name innovaties in informatie-, transport- en
communicatietechnologieën, wat resulteerde in toenemende globalisering en organisatorische
verbondenheid. Tegelijkertijd begonnen meer complexe waarderingsbeweringen de overhand te
krijgen in financiële overzichten die de zakelijke risico's van geauditeerde entiteiten weerspiegelden.
Deze trends zetten zich vandaag voort en worden vergezeld door een grotere vraag naar bescherming
tegen fraude in financiële overzichten. SSA was in de jaren negentig een geschikt en noodzakelijk
middel om de kwaliteit van audits te verbeteren, en dat is vandaag de dag des te meer het geval.
De hedendaagse audit ecologie
Er zijn veel manieren om een omgeving zo complex als de auditomgeving te karakteriseren. Ze kiezen
ervoor om vier dimensies van de huidige auditomgeving te benadrukken:
1. Verandering van Bedrijfsomgeving: Bedrijven die gecontroleerd worden hanteren nieuwe
bedrijfsmodellen, strategieën en processen. Er zijn verminderde concurrentiebarrières, en de
snelheid van verandering neemt toe.
2. Focus op Fraudedetectie: Er is een grotere nadruk op het detecteren van managementfraude
die kan leiden tot afwijkingen in de jaarrekening.
3. Auditfouten en Niet-Steekproef Risico/ Fouten: Ondanks hun zeldzaamheid worden auditfouten
vaak toegeschreven aan onvoldoende beheersing van niet-steekproefrisico of fouten.
4. Voortdurend Gebruik van het Audit Risk Model (ARM): Het Audit Risk Model blijft een belangrijk
hulpmiddel voor het plannen van audits en het organiseren van inspanningen voor
kwaliteitscontrole op individuele opdrachten.
De aard, context en omgeving van bedrijven is van grote invloed op de bedrijfsrisico’s, welke weer de
audit risico’s beïnvloeden. Door de grote technologische en financiële ontwikkelingen en globalisatie
zijn veel nieuwe bedrijfsmodellen ontstaan, waarbij er toenemend gebruik wordt gemaakt van
complexe schatÝngen in de financiële verslaggeving. Daar komt bij dat de druk op management en
beloningen uit earnings management steeds groter wordt. Dit maakt dat de kans op materiële
afwijkingen door fraude of fouten in de jaarrekening fors toenam. Om een oordeel over de jaarrekening
te vormen dient de accountant daarom in toenemende mate aan de hand van opgebouwde
verwachtingen en evidence de redelijkheid van de schatÝngen van het management controleren.
Daarom dient de accountant een diepgaande kennis te verwerven in het bedrijfsmodel en processen
van de te controleren bedrijven. Vroeger richten audits zich op detectie van boekhoudfraude, nu ligt
de focus op een eerlijke presentatie van inkomsten in overeenstemming met boekhoudprincipes.
Er is bewijs dat wanneer fraude in de financiële overzichten heeft plaatsgevonden maar de accountant
dit niet gedetecteerd heeft, het waarschijnlijk is dat het senior management hierbij betrokken was. In
deze situatie zijn traditionele steekproeven en het testen van interne beheersingsmaatregelen
4