Samenvatting Verpleegndngege Zorgverleneng (VZ)
Klenesch regeneren bej odgeren
7g
De belangrijkste twee anamnesevragen zijn of de oudere problemen heef met bewegen en lopen en
of hij of zij bang is om te vallen.
Preventeve interventess de thuis en woonomgeving beoordelen en waar nodig aanpassen,
voorlichtng, uitleg en advies geven, valangst verminderen.
Curateve interventess loophulpmiddel, een bril met de juiste sterkte, mobiel alarm, medicate
evaluate en vitamine D en calciumsupplete.
Daarnaast kan zelfmanagementondersteuning behulpzaam zijn om het valrisico te verminderen.
7g.2
Buiten de vaak dramatsche efecten op de kwaliteit van leven en mortaliteit van ouderen zorgen
valincidenten ook voor aanzienlijke maatschappelijke kosten.
7g.3
Extrinsieke oorzaken losliggend kleedje of slecht schoeisel.
Intrinsieke oorzaken stoornis in het fysiek functoneren, zoals duizeligheid.
Uiterlijke kenmerken van een lichaam bijvoorbeeld afwezigheid van een lichaamsdeel.
Orgaansystemen waardoor ouderen vallens
Neurologisch systeem hierbinnen werken zintuigen, zenuwcellen en spieren samen om
prikkels op te vangen en om te zeten in gecoördineerde spierreacte. Uitval van een
onderdeel van dit sturingsmechanisme verstoort de waarneming en/of motoriek, wat vallen
tot gevolg kan hebben.
Motorisch systeems
o Mobiliteit. Mobiliteitsproblemen zijn de belangrijkste oorzaak van vallen bij ouderen.
Onder mobiliteit wordt onder andere verstaans
Lopen en zich verplaatsen.
Veranderen en handhaven van lichaamshouding.
o Spierkracht
o Flexibiliteit
o Snelheid
Cardiovasculair systeems
o Duizeligheid
o BloedEen tekort aan erytrocyten en hemoglobine (anemie) of onvoldoende
zuurstofransportcapaciteit van de hemoglobine kan leiden tot duizeligheid, wat de
kans op vallen vergroot.
Vocht en elektrolytenbalans Incontnente is op zich geen oorzaak van vallen. Wel is het
gedrag dat het gevolg is van incontnente een aspect dat zeker het valgevaar vergroot. De
oorzaak hiervan is het feit dat veel ouderen zich moeten haasten om op tjd het toilet te
bereiken.
7g.4
De dynamische systeemanalyse biedt structuur voor de complexe zorg aan de kwetsbare oudere
patiënt.
, Gestructureerd (protocollair) te werk gaan zorgt ervoor dat op elk moment de kwaliteit en
volledigheid van de zorg gehandhaafd worden.
Externe en persoonlijke factorens
Somatsche functekenmerken relate tussen de werking van de orgaansystemen en het
risico op vallens
o Multmorbiditeit betekent dat er twee of meer chronische ziekten tegelijk
voorkomen bij dezelfde persoon.
o Obesitas.
o Medicategebruik.
o ADL beperkingen Ouderen die problemen ondervinden met het uitvoeren van de
algemene dagelijkse levensverrichtngen, hebben een grotere kans op vallen.
Cogniteve functekenmerken algemene bewustzijnstoestand van de patiënt, zoals het
geheugen en de realiteitswaarneming. Voorbeelden van beïnvloedende cogniteve factorens
o Disfunctoneren van het kortetermijngeheugen.
o Apraxie. De oudere weet niet goed meer hoe hij de eenvoudige dagelijkse
handelingen moet uitvoeren, zoals gaan ziten, traplopen of een rollator gebruiken.
o Desoriiëntate. De oudere herkent zijn eigen huis, omgeving of bekenden niet meer,
met angst en vlucht of paniekgedrag als gevolg.
o Delier. Delier is een toestandsbeeld dat in korte tjd ontstaat (uren tot dagen),
waarbij het bewustzijn wisselend gestoord en de patiënt vaak verward is. Er is sprake
van onrust, hallucinates, wanen of, in het geval van een stl delier, juist apathie en
initatefverlies.
o Zelfverwaarlozing.
Persoonlijkheidsfunctekenmerken zorgen dat de omgang met anderen gemakkelijk of
moeilijk verloopt, dat een mens al dan niet openstaat voor het ontvangen van feedback, wel
of niet therapietrouw is of de capaciteit heef om zich aan te passen aan nieuwe situates.
Twee kenmerken die mogelijk het risico op vallen kunnen beïnvloedens
o Afankelijkheid
o Ontwijkgedragde oudere is onzeker over zijn handelen of kunnen, twijfelt in het
bewegen of ondernemen, wil de eigen toestand niet onder ogen zien en ontkent
problemen.
Belevingsfunctekenmerken hoe de oudere zijn situate en omgeving beleef, is van invloed
op zijn gemoedstoestand en zijn vermogen constructef met zijn beperkingen om te gaan.
Zijn stemming bepaalt hoe een situate ervaren wordt en hoe men ermee om zal gaan.
Sociale omgevingskenmerken De sociale omgeving omvat niet alleen het onderhouden van
relates, maar ook de leefomgeving en de sociaaleconomische omstandigheden. Sociaal
isolement leidt tot eenzaamheid en een tekort aan ondersteuning.
7g.5
Mobiliteitsproblemen als oorzaak of risico van vallen zijn vooral gerelateerd aan een verslechterde
balans, aan problemen met het lopen en aan verminderde spierkracht.
Bij een val met bewustzijnsverlies wordt geadviseerd de patiënt te verwijzen naar een valpolikliniek
van een algemeen ziekenhuis indien geen duidelijke verklaring voor herhaald vallen gevonden kan
worden, indien er sprake is van te veel risicofactoren bij elkaar of indien de patiënt ondanks
interventes blijf vallen.
Klenesch regeneren bej odgeren
7g
De belangrijkste twee anamnesevragen zijn of de oudere problemen heef met bewegen en lopen en
of hij of zij bang is om te vallen.
Preventeve interventess de thuis en woonomgeving beoordelen en waar nodig aanpassen,
voorlichtng, uitleg en advies geven, valangst verminderen.
Curateve interventess loophulpmiddel, een bril met de juiste sterkte, mobiel alarm, medicate
evaluate en vitamine D en calciumsupplete.
Daarnaast kan zelfmanagementondersteuning behulpzaam zijn om het valrisico te verminderen.
7g.2
Buiten de vaak dramatsche efecten op de kwaliteit van leven en mortaliteit van ouderen zorgen
valincidenten ook voor aanzienlijke maatschappelijke kosten.
7g.3
Extrinsieke oorzaken losliggend kleedje of slecht schoeisel.
Intrinsieke oorzaken stoornis in het fysiek functoneren, zoals duizeligheid.
Uiterlijke kenmerken van een lichaam bijvoorbeeld afwezigheid van een lichaamsdeel.
Orgaansystemen waardoor ouderen vallens
Neurologisch systeem hierbinnen werken zintuigen, zenuwcellen en spieren samen om
prikkels op te vangen en om te zeten in gecoördineerde spierreacte. Uitval van een
onderdeel van dit sturingsmechanisme verstoort de waarneming en/of motoriek, wat vallen
tot gevolg kan hebben.
Motorisch systeems
o Mobiliteit. Mobiliteitsproblemen zijn de belangrijkste oorzaak van vallen bij ouderen.
Onder mobiliteit wordt onder andere verstaans
Lopen en zich verplaatsen.
Veranderen en handhaven van lichaamshouding.
o Spierkracht
o Flexibiliteit
o Snelheid
Cardiovasculair systeems
o Duizeligheid
o BloedEen tekort aan erytrocyten en hemoglobine (anemie) of onvoldoende
zuurstofransportcapaciteit van de hemoglobine kan leiden tot duizeligheid, wat de
kans op vallen vergroot.
Vocht en elektrolytenbalans Incontnente is op zich geen oorzaak van vallen. Wel is het
gedrag dat het gevolg is van incontnente een aspect dat zeker het valgevaar vergroot. De
oorzaak hiervan is het feit dat veel ouderen zich moeten haasten om op tjd het toilet te
bereiken.
7g.4
De dynamische systeemanalyse biedt structuur voor de complexe zorg aan de kwetsbare oudere
patiënt.
, Gestructureerd (protocollair) te werk gaan zorgt ervoor dat op elk moment de kwaliteit en
volledigheid van de zorg gehandhaafd worden.
Externe en persoonlijke factorens
Somatsche functekenmerken relate tussen de werking van de orgaansystemen en het
risico op vallens
o Multmorbiditeit betekent dat er twee of meer chronische ziekten tegelijk
voorkomen bij dezelfde persoon.
o Obesitas.
o Medicategebruik.
o ADL beperkingen Ouderen die problemen ondervinden met het uitvoeren van de
algemene dagelijkse levensverrichtngen, hebben een grotere kans op vallen.
Cogniteve functekenmerken algemene bewustzijnstoestand van de patiënt, zoals het
geheugen en de realiteitswaarneming. Voorbeelden van beïnvloedende cogniteve factorens
o Disfunctoneren van het kortetermijngeheugen.
o Apraxie. De oudere weet niet goed meer hoe hij de eenvoudige dagelijkse
handelingen moet uitvoeren, zoals gaan ziten, traplopen of een rollator gebruiken.
o Desoriiëntate. De oudere herkent zijn eigen huis, omgeving of bekenden niet meer,
met angst en vlucht of paniekgedrag als gevolg.
o Delier. Delier is een toestandsbeeld dat in korte tjd ontstaat (uren tot dagen),
waarbij het bewustzijn wisselend gestoord en de patiënt vaak verward is. Er is sprake
van onrust, hallucinates, wanen of, in het geval van een stl delier, juist apathie en
initatefverlies.
o Zelfverwaarlozing.
Persoonlijkheidsfunctekenmerken zorgen dat de omgang met anderen gemakkelijk of
moeilijk verloopt, dat een mens al dan niet openstaat voor het ontvangen van feedback, wel
of niet therapietrouw is of de capaciteit heef om zich aan te passen aan nieuwe situates.
Twee kenmerken die mogelijk het risico op vallen kunnen beïnvloedens
o Afankelijkheid
o Ontwijkgedragde oudere is onzeker over zijn handelen of kunnen, twijfelt in het
bewegen of ondernemen, wil de eigen toestand niet onder ogen zien en ontkent
problemen.
Belevingsfunctekenmerken hoe de oudere zijn situate en omgeving beleef, is van invloed
op zijn gemoedstoestand en zijn vermogen constructef met zijn beperkingen om te gaan.
Zijn stemming bepaalt hoe een situate ervaren wordt en hoe men ermee om zal gaan.
Sociale omgevingskenmerken De sociale omgeving omvat niet alleen het onderhouden van
relates, maar ook de leefomgeving en de sociaaleconomische omstandigheden. Sociaal
isolement leidt tot eenzaamheid en een tekort aan ondersteuning.
7g.5
Mobiliteitsproblemen als oorzaak of risico van vallen zijn vooral gerelateerd aan een verslechterde
balans, aan problemen met het lopen en aan verminderde spierkracht.
Bij een val met bewustzijnsverlies wordt geadviseerd de patiënt te verwijzen naar een valpolikliniek
van een algemeen ziekenhuis indien geen duidelijke verklaring voor herhaald vallen gevonden kan
worden, indien er sprake is van te veel risicofactoren bij elkaar of indien de patiënt ondanks
interventes blijf vallen.