1. Anatomie en functie van het hart en bloedvaten 2
1.1 Het cardiovasculair systeem 2
1.2 Hartdebiet 5
1.3 Klinisch onderzoek 7
2. Atherosclerose en risicofactoren 9
Vragen en rebus 18
3. Ischemisch hartlijden 18
3.1 Angina Pectoris (stabiele ischemie) 19
3.2 Acuut coronair syndroom (instabiel hartlijden) 23
3.3 Hartfalen Post infarct 25
Vragen en rebus 26
4 Ritmestoornissen 26
4.1 Bradycardie (trage pols) 26
4.2 Onregelmatige pols 28
4.3 Tachycardie (snelle pols) 30
Vragen en rebus 34
5. Cardiomyopathie & hartfalen 34
5.1 Introductie hartfalen 34
5.2 Cardiale myopathieën 35
5.3 Hypertroof hart differentiëren met Sporthart 36
5.4 Therapie bij hartfalen 39
Vragen en rebus 41
6. Klepaandoeningen en endocarditis 42
6.1 Aortaklepstenose 43
6.2 Aortaklepregurgitatie (lek) 45
6.3 Mitralisklep stenose 46
6.4 Mitralisklepregurgitatie 47
6.5 Endocarditis: 48
7 Veneuze pathologieen 49
7.1 Varices (chronisch oppervlakkig) 49
7.2 Oppervlakkige veneuze trombose (acuut oppervlakkig) 50
7.3 Diepe veneuze Trombose (acuut diep) 51
7.4 Posttrombotisch syndroom (chronisch diep) 53
8 Longembolen 53
1
,1. Anatomie en functie van het hart en bloedvaten
Algemene begrippen hartspier
Wat Holle spier met conische vorm
Ligging Tussen de longen in het middelste mediastinum omgeven door pericard
→ ⅓ rechts en ⅔ links vd middellijn
Grootte Mannen: 12x9 cm (280-340g)
Vrouwen: <12x9 cm (230-280g)
Fysiologie Het hart heeft een nauw verband met de longen
wat verbonden is met de spieren die weer
verbonden zijn met het hart.
1.1 Het cardiovasculair systeem
Componenten
1 Hart 2 Vaten 3 Lymfevaten
- Pompt bloed - Transport van bloed - Pompt en transporteert
- Arteriële bloeddruk lymfevocht
- Orgaanperfusie
- Uitwisseling met weefsels
- Terugpompen van bloed
naar hart
Schikking vd organen/vaatbedden: 2 circulaties
Seriële circulatiesystemen Parallelle circulatiesystemen
Pulmonaal + systeem circulatie Circulatie naar de meeste orgaansystemen
(uitz lever)
Eerst wordt bloed gepompt naar het ene Alle organen verkrijgen evenveel bloed
orgaan en dan pas naar het andere → voorkomt dat veranderingen in de
→ re- en li- hart pompen hetzelfde debiet doorbloeding van 1 orgaan geen invloed
heeft op die van andere organen
Bloedstroom
2
, Doorheen het hart Doorheen het lichaam
Bloed komt in Re-voorkamer gaat dan Veneus bloed → Vena Cava Superior en
naar longen gepompt worden via inferior→Re-atrium→ Tricuspidalisklep →
Re-ventrikel. Passeert Li-voorkamer en Re-ventrikel→ pulmonalisklep→Arteria
dan Li-ventrikel wat het zuurstofrijk pulmonalis→li-en re-Arteria pulmonalis →
bloed weer voort pompt Oxygenatie in de longen
4 kleppen: Aortaklep, pulmonale klep, Arterieel bloed → 4 longaders (v. pulmonales)
mitralisklep, Tricuspidalisklep → Li- atrium → Mitralisklep → Li-ventrikel
→ Aortaklep → Aorta
Linker ventrikel
Verschil met RV - Langer en conischer dan de rechtse
- 3 x meer gespierd dan de rechtse (RV moet alleen naar pulmonaal
systeem pompen wat minder kracht vereist)
Functie - Pompt tegen hoge /w/ van lichaamsvaten (cardiac output)
Bestaat uit - Papillairspieren, deel v LV wand & mitralisklep, interventr septum
Klinisch belang Als er zuurstofnood is aan het hart zal dit meestal problemen geven
aan linker kant (Ontstekingen zijn vaker links dan rechts)
Afwijkingen zijn:
- Ischemie
- Infarct/ Aneurysma / Ruptuur
- Myocarditis
- Hartfalen
- Gevolgen van klepafwijkingen.
Bloedvoorziening vh hart zelf → Kransslagader / Coronaire aders.
Kransslagaders zorgen voor voeding vd motor
en ontspringen vanuit de aorta
Li- kransslagader splitst met tak naar anterieur
en tak naar posterieur genaamd de circumflex
→ bij atherosclerose zal dit op kransslagaders
komen, deze zijn zeer smal wat niet ideaal is
3
, Hoe kroonslagadrecirculatie werkt Sinus coronarius: draineert het “veneuze “
bloed vd hartspier naar de Re-voorkamer.
Impuls en conductie systeem
Elektrische prikkel ontstaat automatisch
door sinusknoop en wordt dan geleid
naar voorkamers en via AV knoop gaat
hij met bundeltakken de ventrikels
prikkelen om samen te trekken.
Innervatie heeft invloed op het hartritme:
Orthosympathicus Parasympathicus
Doet het hartritme stijgen en krachtiger Doet het hartritme dalen en minder krachtig
pompen pompen
VRAAG: Welke bloedcirculatie vervoert zuurstofarm bloed?
a) art. pulmonalis
b) vena pulmonalis
ANTWOORD: a)
→ Normaal is arterieel bloed zuurstofrijk, de enige uitzondering is de pulmonale arterie die
naar de longen gaat met zuurstofarm bloed.
A. pulmonalis en zijtakken
Functie Voert gedeoxygeneerd bloed van Re-ventrikel → longen
Anatomie Splitst in li- en re- A. pulmonalis:
- links 2 takken
- rechts 3 takken
Klinisch belang Er zijn weinig afwijkingen aan arteria pulmonalis
Indien een afwijking → longchirurg
Afwijkingen zoals:
- longembolen
- zadelembool
4
1.1 Het cardiovasculair systeem 2
1.2 Hartdebiet 5
1.3 Klinisch onderzoek 7
2. Atherosclerose en risicofactoren 9
Vragen en rebus 18
3. Ischemisch hartlijden 18
3.1 Angina Pectoris (stabiele ischemie) 19
3.2 Acuut coronair syndroom (instabiel hartlijden) 23
3.3 Hartfalen Post infarct 25
Vragen en rebus 26
4 Ritmestoornissen 26
4.1 Bradycardie (trage pols) 26
4.2 Onregelmatige pols 28
4.3 Tachycardie (snelle pols) 30
Vragen en rebus 34
5. Cardiomyopathie & hartfalen 34
5.1 Introductie hartfalen 34
5.2 Cardiale myopathieën 35
5.3 Hypertroof hart differentiëren met Sporthart 36
5.4 Therapie bij hartfalen 39
Vragen en rebus 41
6. Klepaandoeningen en endocarditis 42
6.1 Aortaklepstenose 43
6.2 Aortaklepregurgitatie (lek) 45
6.3 Mitralisklep stenose 46
6.4 Mitralisklepregurgitatie 47
6.5 Endocarditis: 48
7 Veneuze pathologieen 49
7.1 Varices (chronisch oppervlakkig) 49
7.2 Oppervlakkige veneuze trombose (acuut oppervlakkig) 50
7.3 Diepe veneuze Trombose (acuut diep) 51
7.4 Posttrombotisch syndroom (chronisch diep) 53
8 Longembolen 53
1
,1. Anatomie en functie van het hart en bloedvaten
Algemene begrippen hartspier
Wat Holle spier met conische vorm
Ligging Tussen de longen in het middelste mediastinum omgeven door pericard
→ ⅓ rechts en ⅔ links vd middellijn
Grootte Mannen: 12x9 cm (280-340g)
Vrouwen: <12x9 cm (230-280g)
Fysiologie Het hart heeft een nauw verband met de longen
wat verbonden is met de spieren die weer
verbonden zijn met het hart.
1.1 Het cardiovasculair systeem
Componenten
1 Hart 2 Vaten 3 Lymfevaten
- Pompt bloed - Transport van bloed - Pompt en transporteert
- Arteriële bloeddruk lymfevocht
- Orgaanperfusie
- Uitwisseling met weefsels
- Terugpompen van bloed
naar hart
Schikking vd organen/vaatbedden: 2 circulaties
Seriële circulatiesystemen Parallelle circulatiesystemen
Pulmonaal + systeem circulatie Circulatie naar de meeste orgaansystemen
(uitz lever)
Eerst wordt bloed gepompt naar het ene Alle organen verkrijgen evenveel bloed
orgaan en dan pas naar het andere → voorkomt dat veranderingen in de
→ re- en li- hart pompen hetzelfde debiet doorbloeding van 1 orgaan geen invloed
heeft op die van andere organen
Bloedstroom
2
, Doorheen het hart Doorheen het lichaam
Bloed komt in Re-voorkamer gaat dan Veneus bloed → Vena Cava Superior en
naar longen gepompt worden via inferior→Re-atrium→ Tricuspidalisklep →
Re-ventrikel. Passeert Li-voorkamer en Re-ventrikel→ pulmonalisklep→Arteria
dan Li-ventrikel wat het zuurstofrijk pulmonalis→li-en re-Arteria pulmonalis →
bloed weer voort pompt Oxygenatie in de longen
4 kleppen: Aortaklep, pulmonale klep, Arterieel bloed → 4 longaders (v. pulmonales)
mitralisklep, Tricuspidalisklep → Li- atrium → Mitralisklep → Li-ventrikel
→ Aortaklep → Aorta
Linker ventrikel
Verschil met RV - Langer en conischer dan de rechtse
- 3 x meer gespierd dan de rechtse (RV moet alleen naar pulmonaal
systeem pompen wat minder kracht vereist)
Functie - Pompt tegen hoge /w/ van lichaamsvaten (cardiac output)
Bestaat uit - Papillairspieren, deel v LV wand & mitralisklep, interventr septum
Klinisch belang Als er zuurstofnood is aan het hart zal dit meestal problemen geven
aan linker kant (Ontstekingen zijn vaker links dan rechts)
Afwijkingen zijn:
- Ischemie
- Infarct/ Aneurysma / Ruptuur
- Myocarditis
- Hartfalen
- Gevolgen van klepafwijkingen.
Bloedvoorziening vh hart zelf → Kransslagader / Coronaire aders.
Kransslagaders zorgen voor voeding vd motor
en ontspringen vanuit de aorta
Li- kransslagader splitst met tak naar anterieur
en tak naar posterieur genaamd de circumflex
→ bij atherosclerose zal dit op kransslagaders
komen, deze zijn zeer smal wat niet ideaal is
3
, Hoe kroonslagadrecirculatie werkt Sinus coronarius: draineert het “veneuze “
bloed vd hartspier naar de Re-voorkamer.
Impuls en conductie systeem
Elektrische prikkel ontstaat automatisch
door sinusknoop en wordt dan geleid
naar voorkamers en via AV knoop gaat
hij met bundeltakken de ventrikels
prikkelen om samen te trekken.
Innervatie heeft invloed op het hartritme:
Orthosympathicus Parasympathicus
Doet het hartritme stijgen en krachtiger Doet het hartritme dalen en minder krachtig
pompen pompen
VRAAG: Welke bloedcirculatie vervoert zuurstofarm bloed?
a) art. pulmonalis
b) vena pulmonalis
ANTWOORD: a)
→ Normaal is arterieel bloed zuurstofrijk, de enige uitzondering is de pulmonale arterie die
naar de longen gaat met zuurstofarm bloed.
A. pulmonalis en zijtakken
Functie Voert gedeoxygeneerd bloed van Re-ventrikel → longen
Anatomie Splitst in li- en re- A. pulmonalis:
- links 2 takken
- rechts 3 takken
Klinisch belang Er zijn weinig afwijkingen aan arteria pulmonalis
Indien een afwijking → longchirurg
Afwijkingen zoals:
- longembolen
- zadelembool
4