Handout wetenschapsfilosofie Tentamen 2
De wetenschapsfilosofie/wetenschapstheorie/wetenschapsleer = houdt zich bezig met de aard
van wetenschappelijke kennis en stelt daar vragen over m.b.t. methodologie en normatieve
vraag
Opmerkingen:
- Het is een normatieve activiteit, staat kritisch tegenover gangbare denk- en werkwijzen
- Hoofdzakelijke gericht op natuurwetenschappen
- Continuïteitsthese = overtuiging dat sociale en natuurwetenschappen niet principieel
maar gradueel van elkaar verschillen → wetenschapsfilosofie heeft ook betrekking op
sociale wet.
- De conservatieve wetenschapsfilosofie hecht veel waarde aan logisch redeneren
Terrein van de wetenschapspsychologie:
➔ Rol van intuïtie, creativiteit en toeval in kennisverwerving (serendipiteit)
➔ Zelfbedrog: sterke overtuiging van juistheid theorie > alles volgens die theorie doen
Voorgeschiedenis
- Moderne wetenschapsfilosofie komt uit 1925, met Moritz Schlick: hoogleraar Wiener
Kreis (filosofie van de inductieve wetenschappen)
- Voor deze tijd al vragen als wat is kennis en waar komt het vandaan?
➢ Rationalisme (Descartes, 16e eeuw): menselijk verstand is bron en fundament van
kennis; de grondslagen, de eerste principes zijn aangeboren
➢ Empirisme (Bacon, 16e eeuw): onze zintuigen zijn bron en fundament van kennis; de
mens wordt met een ‘schone lei’ geboren.
- In het postrevolutionaire Frankrijk werd het empirisme uitgedragen door Auguste
Comte (18e eeuw), die sprak van het positivisme = nadruk op concrete, waarneembare
feiten zonder metafysische toevoegingen. Wetenschappelijke kennis gaat uit van feiten.
Er is een parallel tussen sociale en natuurwetenschappen: eerste zoekt wetten die de
maatschappij beheersen, tweede zoekt wetten die de natuur regeren
- Eeuw later kwam de Wiener Kreis: exacte wetenschappers met filosofische
belangstelling = logisch positivisme/logisch-empiristen
➢ Hecht veel waarde aan regels van logisch redeneren
➢ Onderscheid vorm (methodologie, empirische cyclus HGH) en inhoud (feiten,
disciplinair verschillend)
➢ Acceptatie continuïteitsthese
Kritisch rationalisme van Popper
- Karl Popper (1902-1994) ontwikkelde wetenschaps- en maatschappijfilosofie
- Maatschappijfilosofie: ideaal van een open samenleving waarin kritiek en debat mogelijk
zijn en veranderingen/verbeteringen stapsgewijs worden doorgevoerd (piecemeal
engineering)
➢ Formuleerde alternatief voor totalitaire regimes (facisme, communisme) in The Open
Society and its Enemies (1945)
- Wetenschapsfilosofie: kritisch rationalisme in The Logic of Scientific Discovery (1959)
➢ Lijnrecht tegenover logisch-positivisme volgens hemzelf. Toch overeenkomst: geloof
in wetenschappelijke vooruitgang, in de kracht van logica en rationaliteit
De wetenschapsfilosofie/wetenschapstheorie/wetenschapsleer = houdt zich bezig met de aard
van wetenschappelijke kennis en stelt daar vragen over m.b.t. methodologie en normatieve
vraag
Opmerkingen:
- Het is een normatieve activiteit, staat kritisch tegenover gangbare denk- en werkwijzen
- Hoofdzakelijke gericht op natuurwetenschappen
- Continuïteitsthese = overtuiging dat sociale en natuurwetenschappen niet principieel
maar gradueel van elkaar verschillen → wetenschapsfilosofie heeft ook betrekking op
sociale wet.
- De conservatieve wetenschapsfilosofie hecht veel waarde aan logisch redeneren
Terrein van de wetenschapspsychologie:
➔ Rol van intuïtie, creativiteit en toeval in kennisverwerving (serendipiteit)
➔ Zelfbedrog: sterke overtuiging van juistheid theorie > alles volgens die theorie doen
Voorgeschiedenis
- Moderne wetenschapsfilosofie komt uit 1925, met Moritz Schlick: hoogleraar Wiener
Kreis (filosofie van de inductieve wetenschappen)
- Voor deze tijd al vragen als wat is kennis en waar komt het vandaan?
➢ Rationalisme (Descartes, 16e eeuw): menselijk verstand is bron en fundament van
kennis; de grondslagen, de eerste principes zijn aangeboren
➢ Empirisme (Bacon, 16e eeuw): onze zintuigen zijn bron en fundament van kennis; de
mens wordt met een ‘schone lei’ geboren.
- In het postrevolutionaire Frankrijk werd het empirisme uitgedragen door Auguste
Comte (18e eeuw), die sprak van het positivisme = nadruk op concrete, waarneembare
feiten zonder metafysische toevoegingen. Wetenschappelijke kennis gaat uit van feiten.
Er is een parallel tussen sociale en natuurwetenschappen: eerste zoekt wetten die de
maatschappij beheersen, tweede zoekt wetten die de natuur regeren
- Eeuw later kwam de Wiener Kreis: exacte wetenschappers met filosofische
belangstelling = logisch positivisme/logisch-empiristen
➢ Hecht veel waarde aan regels van logisch redeneren
➢ Onderscheid vorm (methodologie, empirische cyclus HGH) en inhoud (feiten,
disciplinair verschillend)
➢ Acceptatie continuïteitsthese
Kritisch rationalisme van Popper
- Karl Popper (1902-1994) ontwikkelde wetenschaps- en maatschappijfilosofie
- Maatschappijfilosofie: ideaal van een open samenleving waarin kritiek en debat mogelijk
zijn en veranderingen/verbeteringen stapsgewijs worden doorgevoerd (piecemeal
engineering)
➢ Formuleerde alternatief voor totalitaire regimes (facisme, communisme) in The Open
Society and its Enemies (1945)
- Wetenschapsfilosofie: kritisch rationalisme in The Logic of Scientific Discovery (1959)
➢ Lijnrecht tegenover logisch-positivisme volgens hemzelf. Toch overeenkomst: geloof
in wetenschappelijke vooruitgang, in de kracht van logica en rationaliteit