100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached
logo-home
ESTATE PLANNING DGA: aantekening hoorcolleges + samenvatting boek $11.08   Add to cart

Class notes

ESTATE PLANNING DGA: aantekening hoorcolleges + samenvatting boek

 13 views  1 purchase
  • Course
  • Institution

Uitgebreide aantekeningen hoorcolleges week 1 t/m 4 Uitgebreide samenvatting boek

Preview 3 out of 22  pages

  • March 17, 2024
  • 22
  • 2023/2024
  • Class notes
  • Mw. mr. h.f. van der weerd-van joolingen
  • All classes
avatar-seller
Week 1 ‘Erfrecht en de fiscale basisregels van de Wet IB 2001 en SW 1956’

Hoorcollege aantekeningen
Algemene introductie tot het erfrecht

Art. 4:8 BW: echtgenoten worden gelijkgesteld met geregistreerde partner.

Erfrecht heeft plaats bij versterf of krachtens uiterste wilsbeschikking (art. 4:1 lid 1 BW).

Versterf erfrecht (art. 4:10 BW): op basis van deze volgorde vindt de vererving plaats
1. De niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot van erflater tezamen met diens kinderen;
- Via art. 4:27 BW kan een stiefkind hier ook onder vallen.
2. De ouders van de erflater tezamen met diens broers en zussen;
3. De grootouders van erflater;
4. De overgrootouders van erflater.

Plaatsvervulling met betrekking tot personen die niet meer bestaan, onwaardigheid, onterving of
verwerping gebeurd staaksgewijs (art. 4:12 BW).
> staaksgewijs = de plaatsvervullers gezamenlijk het erfdeel krijgen dat de oorspronkelijke
erfgenaam had gekregen wanneer er geen sprake zou zijn van plaatsvervulling.

Bij het versterf erfrecht erven de erfgenamen voor gelijke delen (art. 4:11 BW).
> een halfbroer of halfzuster erft de helft van het erfdeel van een volle broer/zus.
> een erfdeel is nooit minder dan een kwart. Indien dit gebeurd, worden de overige erfdelen naar
evenredigheid verminderd om toch tot een kwart te komen.

Bij de wettelijke verdeling verkrijgt de langstlevende echtgenoot de goederen en de schulden van de
erflater (art. 4:13 lid 2 BW).
> de kinderen verkrijgen een niet-opeisbare geldvordering op de langstlevende echtgenoot
overeenkomend met de waarde van het erfdeel (art. 4:13 lid 3 BW).
> deze vordering wordt opeisbaar bij faillissement, schuldsanering of overlijden (art. 4:13 lid 3
BW). Deze vordering draagt rente indien en voorzover de wettelijke rente hoger is dan 6%, tenzij
anders bepaald (art. 4:13 lid 4 BW). Op dit moment is de wettelijke rente 7%, wat betekent dat deze
vorderingen nu 1% rente dragen.

De wettelijke verdeling volgens het versterf erfrecht is op bepaalde onderdelen aan persoonlijke
wensen van de erflater aan te passen; dit betreft een limitatieve opsomming:
- gronden opeisbaarheid (art. 4:13 lid 3 BW);
- rente (art. 4:13 lid 4 BW);
- verplichtingen van de langstlevende echtgenoot (art. 4:25 lid 6 BW);
- het betrekken van stiefkind (art. 4:27 BW).

Testamentair erfrecht (art. 4:42 BW):
> een uiterste wilsbeschikking is een eenzijdige rechtshandeling waarbij een erflater een
beschikking maakt, die eerst werkt na zijn overlijden. Deze beschikking kan steeds eenzijdig
worden gewijzigd/herroept.
> indien een testament in strijd is met de goede zeden dan is deze nietig (art. 4:44 BW).
> indien een voorwaarde/last onmogelijk is dan is deze ook nietig (art. 4:45 BW).

Page 1 of 22

,De vragen die dus moeten worden gesteld op het moment van het overlijden zijn:
1. Welk huwelijksvermogensrecht is er van toepassing? (zie week 2)
2. Is er een testament?
- Ja: dan volgt de verdeling volgens de uiterlijke wilsbeschikking.
- Nee: dan volgt de wettelijke verdeling krachtens versterf.

Hof ’s-Hertogenbosch 16 november 2022:
> een dochter is enig erfgename van haar vader. Vader heeft een testament opgesteld met een
tweetrapsmaking waarin zijn dochter tot bezwaarde aangewezen en een aantal goede doelen als
verwachters. Dochter heeft na overlijden van vader in 1995 de nalatenschap aanvaard waarin de
aandelen van de vennootschap zaten. Vervolgens overlijdt dochter in 2014. In geschil is of als
gevolg van het overlijden van dochter sprake is van een fictieve vervreemding van de aandelen in
de zin box 2 Wet IB.
> ondanks de voorwaardelijke verkrijging heeft de dochter de juridische en economische eigendom
van de aandelen. De dochter heeft bij leven de bevoegdheid gehad de bezwaarde aandelen te
vertrekken en te vervreemden. Indien er een tweetrapsmaking bij vererving AB-aandelen is
opgenomen moet er vanuit worden gegaan dat bij overleden van de bezwaarde, de aandelen van het
vermogen van bezwaarde in het vermogen van de verwachters zijn overgegaan en derhalve bij de
bezwaarde sprake is van een fictieve vervreemding.
> tweetrapsmaking = een erfstelling waarin is afgesproken dat de erfenis in verschillende trappen
wordt geërfd. Bij overlijden van de insteller, gaat de erfenis eerst naar de zogenoemde bezwaarde.
Wanneer de bezwaarde komt te overlijden, erft de verwachter als hij of zij in leven is de erfenis.
Ook meer dan twee ‘trappen’ zijn mogelijk.

Introductie Successiewet 1956

De erf- en schenkbelasting wordt geheven van de verkrijger (art. 1 jo art. 36 SW).

Er wordt erf- en schenkbelasting geheven over een erflater/schenker woonachtig in NL:
- Verkrijging krachtens erfrecht (art. 1 lid 1 ten 1e SW);
- Minus schulden, legaten en lasten (art. 5 lid 6 SW).
- Zoals bijvoorbeeld lijkbezorging (art. 20 SW).
- Verkrijging krachtens schenking (art. 1 lid 1 ten 2e SW):
- Eventueel na aftrek van aan de schenking verbonden lasten en verplichtingen, waardoor hetzij
de schenker, hetzij een derde wordt gebaat (art. 5 lid 2 SW).
- Onder schenking wordt verstaan: een gift volgens art. 7:186 BW ‘iedere handeling die er
toe strekt dat degeen die de handeling verricht, een ander ten koste van eigen vermogen
verrijkt’.

De hoofdregel bij waardering is de waarde in het economisch verkeer.
> woningen worden op woz-waarde gewaardeerd met evt. leegwaarderatio.

Het tarief is dubbel progressief (art. 24 SW).
> graad van verwantschap.
> omvang van de verkrijging.

Er zijn diverse vrijstellingen (art. 32 jo art. 33 SW).
> beslist per graad van verwantschap.

Page 2 of 22

, Literatuur samenvatting
HS 1: Positie van de DGA binnen het fiscale spectrum

DGA = AB-houder die naast aandeelhouder ook werkzaam is voor de vennootschap.
> de onderneming is omgeven met de juridische huls van een vennootschap en de achterliggende
natuurlijke persoon kwalificeert als aandeelhouder en niet als IB-ondernemer (art. 3.2 Wet IB)

- Stap 1: er vindt heffing van vennootschapsbelasting bij de BV plaats
- 19% voor eerste EUR 200.000 winst, overige 25,8%
- Stap 2: er volgt heffing van inkomstenbelasting bij de DGA volgens de regels van box 2
- 24,5% voor eerste EUR 67.000, overige 33%

Door de rangorderegeling van art. 2.14 Wet IB wordt een aandelenpakket dat reeds onder box 2
valt, niet nogmaals onder box 3 belast.

Rechtsvormneutraliteit: door middel van aanpassingen in de regeling worden de verschillen
tussen de AB-houder en IB-ondernemer minder. Er wordt gestreefd naar gelijkheid in
belastingheffing - qua uitkomst - tussen de verschillende ondernemingsvormen.

HS 2: Kwalificatie als DGA

Basis aanmerkelijk belang (art. 4.6 onderdeel a Wet IB) indien de belastingplichtige: ‘al dan niet
tezamen met zijn partner, direct of indirect; voor tenminste 5% van het geplaatste kapitaal
aandeelhouder is in een vennootschap waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is
verdeeld’.

1. Samentellen van bezit van fiscaal partners

Het aandelenbezit van fiscaal partners dient bij elkaar op te worden geteld.

De algemene regel met betrekking tot fiscaal partnerschap is opgenomen in art. 5a AWR
- Gehuwden die niet officieel van tafel en bed zijn gescheiden; en
- Ongehuwd (meerderjarige) samenwonenden met een notarieel samenlevingscontract.
- Hierbij moeten beide belastingplichtigen staan ingeschreven op hetzelfde woonadres in de
BRP.

In de Wet IB zijn er uitbereidingen:
> indien ongehuwd samenwonenden gezamenlijk een eigen woning in eigendom bezitten en
bewonen, dan zijn zij ook fiscaal partner (art. 1.2 Wet IB)
> samengestelde gezinnen waarvan de partners ongehuwd samenwonen zijn ook fiscaal partner (art.
1.2 lid 1 onderdeel e Wet IB).

In de IB is de uitbereiding omvat met een anti-misbruik gedachte. Indien een persoon geen
kwalificerende buitenlands belastingplichtige is (art. 7.8 Wet IB) dan wordt er niet voldaan aan het
partnerbegrip.
> dit is om te voorkomen dat inkomen door middel van toerekenen binnen partners naar het
buitenland kan worden ‘gesluisd’.


Page 3 of 22

The benefits of buying summaries with Stuvia:

Guaranteed quality through customer reviews

Guaranteed quality through customer reviews

Stuvia customers have reviewed more than 700,000 summaries. This how you know that you are buying the best documents.

Quick and easy check-out

Quick and easy check-out

You can quickly pay through credit card or Stuvia-credit for the summaries. There is no membership needed.

Focus on what matters

Focus on what matters

Your fellow students write the study notes themselves, which is why the documents are always reliable and up-to-date. This ensures you quickly get to the core!

Frequently asked questions

What do I get when I buy this document?

You get a PDF, available immediately after your purchase. The purchased document is accessible anytime, anywhere and indefinitely through your profile.

Satisfaction guarantee: how does it work?

Our satisfaction guarantee ensures that you always find a study document that suits you well. You fill out a form, and our customer service team takes care of the rest.

Who am I buying these notes from?

Stuvia is a marketplace, so you are not buying this document from us, but from seller daniquemerkx. Stuvia facilitates payment to the seller.

Will I be stuck with a subscription?

No, you only buy these notes for $11.08. You're not tied to anything after your purchase.

Can Stuvia be trusted?

4.6 stars on Google & Trustpilot (+1000 reviews)

78600 documents were sold in the last 30 days

Founded in 2010, the go-to place to buy study notes for 14 years now

Start selling

Recently viewed by you


$11.08  1x  sold
  • (0)
  Add to cart