Transformatieproces
Bij het transformeren van productiefactoren zijn er altijd een invoer en uitvoer.
Invoer van productiefactoren:
- Arbeid (mensen)
- Natuur (grondstoffen,energie
enz.)
- Kapitaal (geld,productiemiddelen
zoals machines)
- Informatie (over concurenten,
kennis)
Transformatie: Tot stand brengen
Uitvoer: Producten en/of diensten
,Beoordeling organisaties
Organisaties worden buiten de kwaliteit van het product/dienst ook beoordeeld op de
kwaliteit van :
- Arbeid (ontslag,pensionering,WAO)
- Natuur (afval/uitvalstoffen, vrijgekomen warmte,lawaai,vervuiling,stank)
- Kapitaal (rendement,afgeschreven productiemiddelen)
- Informatie (verantwoordingen en verslaglegging,public relations,reclame-uitingen)
Type bedrijfsprocessen
1 Primaire processen
Alle activiteiten die direct een bijdrage leveren aan het product/dienst.
(inkopen,produceren,verkopen,leveren)
2 Secundaire/ondersteunende processen
Alle activiteiten die er zijn om bepaalde productiefactoren in stand te houden. Dit
proces is nodig om het primaire proces goed te kunnen laten functioneren.
(personeel/financieel beheer en informatiesystemen)
3 Bestuurlijke processen
Alle activiteiten die richting geven aan de primaire en secundaire processen, en het
bedrijf richten op de gestelde doelen (strategie)
Bestuurlijke taken (bestuurlijk proces)
- Strategievorming: Dit is het proces waar een toekomstbeeld word vastgesteld
(doelen op lange termijn). Flexibel moeten zijn en innovatief moeten zijn. (met de
tijd mee veranderen bijv. Shell over 20 jaar miss geen olie meer.)
- Planning: Het afstemmen van primaire en secundaire processen zodat doelen
worden gehaald. (mensen,middelen en tijd) Aan de hand van goede
planningsmethode is het mogelijke processen beter te beheersen/verbeteren.
- Structurering: Ontwikkeling van een raamwerk waarin mensen en middelen in een
organisatie worden gezet.
- Procesbeheersing: Het doelgericht en doelmatig laten verlopen van
bedrijfsprocessen door middel van:
1. Plannen: Het maken van een plan voor het beheersen van de processen. Dit
plan dient gebaseerd zijn op uitvoeringsnormen en werkstandaarden.
2. Uitvoeringnormen : mens en machine-uren en bepaalde budgetten.
Werkstandaarden: bepaalde ontwikkelings- of productiemethode.
3. Meten en vergelijken: Het meten van de voortgang en vergelijken met de norm
en standaarden in het plan
4. Bijsturen: Dit is het uitvoeren van maatregelen indien afwijkingen een bepaalde
grens overschrijden.
Blz.1
, Voorwaarden beheersen bedrijfsprocessen
1. Er moet sprake zijn van eenduidige doelstellingen die men wil bereiken, deze dienen
in kwantitatieve vorm geformuleerd te zijn. (afspraken over kwaliteit,tijd,prijs)
2. De gestelde doelen moeten realistisch zijn. (voldoende mensen,middelen te
beschikking)
3. Er moeten mogelijkheden zijn om het bedijfsproces te beinvloeden. (bespoedigen
van productontwikkeling dmv extra mensen of middelen) zodat deadlines behaald
worden.
Als er afwijkingen zijn van de geplande norm moet er worden ingegrepen. De bijsturing
kan invloed hebben op:
- De doelstellingen: Zijn de doelstellingen goed gekozen
- De strategie: Zijn de juiste strategische keuzen gemaakt?
- De planning: is de afstemming tussen mensen,middelen en tijd effiecient
geweest?
- De structurering: is er voor de juiste organisatievorm gekozen?
- Het primair proces: is er doelmatig gewerkt?
- Het secundair proces: is de beschikbar informatie juist geïnterpreteerd?
Blz.2