Interbellum 1914-1940
= tussen oorlogen
Samenleving
Eerste wereldoorlog 1914-1918:
- Nederland neutraal
- België zwaar getroffen (1 miljoen mensen vluchtten naar Nederland)
- 1919: verdrag van Versailles
- Totalitaire staten in opkomst: Sovjet-Unie (communisme), Duitsland (nationaalsocialisme)
en Italië (fascisme) = klein groepje is de baas, rest heeft niks te zeggen
- Blokken, F. Borderwijk à gaat over staat en groepen
Roaring twenties:
Economisch gezien gaat het goed: jongeren doen alles wat god verboden heeft à uitgaan
etc. Daar vergeten ze de oorlog
Crisis:
- 1929: effectenbeurs van Wall Street stort in
- 1942: dieptepunt wordt bereikt
- Effect op Nederland: export zakt in, investeringen vallen terug, werkloosheid
- Uitkeringen voor werklozen: net genoeg voor eerste levensbehoeften
- Economische problemen leiden tot verpaupering en ontevredenheid à opkomst NSB
Oorlogsdreiging:
- Duitsland grote verliezer van WO1
- Grote armoede en werkloosheid door zware maatregelen van verdrag van Versailles
- 1933: Adolf Hitler aan de macht door nationaalsocialistische ideeën
- 1939: valt Duitsland polen binnen: begin WO2
Veranderingen:
- 1917: algemeen mannenkiesrecht
- 1919: algemeen vrouwenkiesrecht
- Uitvinden lopende band (Henry Ford)
- Massaproductie van goederen
- Cultuurkritiek: angst voor massa en verlangen naar bedreigde individualiteit te
beschermen à mens ging meer naar zichzelf kijken en minder naar anderen
Kunst
Modernisme/historische avant garde:
Term voor alle kunststromingen die rond WO1 zijn ontstaan: expressionisme, futurisme,
kubisme etc.
Breuk met oude kunst: nieuwe kunst is uiting van nieuwe mens en zijn wereld (inhoud
deed er minder aan toe)
Expressionisme:
- Reactie op impressionisme en realisme
- Niet buitenwereld, maar eigen emoties, ideeën en visie uitdrukken
- Felle kleuren, hoekige lijnen en vereenvoudigde vormen
- Uitbreken WO1 betekent het einde à mocht niet meer omdat mening uiten door oorlog
niet meer mocht à veel boeken etc. verboden
, Dadaïsme:
- Reactie van ontgoocheling en ontreddering op WO1
- Antihouding: antiburgerlijk, antikunst
- Scheiding tussen kunst en niet-kunst wordt opgeheven door dadaïsten
- Ready mades: alledaagse gebruiksvoorwerpen tot kunst verklaren
Surrealisme:
- Minachting voor burgerlijke en materialistische maatschappij die verantwoordelijk was
voor WO1
- Ruimte voor onderbewuste, droom en verbeelding
- Mentale vrijheid van kunstenaar staat centraal
Uitvinding sprekende film: tekst bij film
*Opkomst van Jazz à Hitler verbood het, omdat vooral zwarte mensen deze muziek maakten
Literatuur
Publieksschrijvers:
- Realistische romans
- Bestsellers
- Publiek: middengroep (gewone burger) en vrouwen
- Massaliteratuur
Eliteschrijvers:
- Moderne levenshouding: onzekerheid, twijfel en zelfreflectie
- Cultuur beschermen
- Werd nauwelijks verkocht
- Diepgaandere onderwerpen
Expressionisme:
- Vooral in poëzie
- Geen nadrukkelijke ik-persoon
- Kern is belangrijk: weinig bijvoeglijk naamwoorden, veel zelfstandige naamwoorden
- Neiging tot experimenteren met namen en typografie
- Bazel, Hendrik Marsman
Dadaïsme:
- Literaire tekst staat op zichzelf en is geen weergave van een gevoel
- Typografie duidelijk aanwezig
- Versregels en zinnen vallen uit elkaar
- Naast elkaar plaatsen van dingen die geen verband houden
- Alleen maar klanken, geen woorden
- Paul van Ostaijen, Theo van Doesburg
Nieuwe zakelijkheid:
- Hedendaagse onderwerpen
- Zakelijke weergave van feiten en handelingen
- Weglating omschrijven
- Geen emotie
- F. Bordewijk – Bint, Blokken, Karakter
Psychologische romans:
- Nadruk op gedachten, gevoelens, driften en verlangens van personage
- Analyse van het eigen ‘ik’: teruggaan naar eigen kindertijd