100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting biologie nectar H7 erfelijkheid

Rating
-
Sold
-
Pages
4
Uploaded on
03-04-2024
Written in
2019/2020

samenvatting van nectar H7 erfelijkheid (biologie)

Level
Course

Content preview

Biologie samenvatting H7 erfelijkheid

Paragraaf 7.1 verschillen tussen mensen

Uniek

Alle eigenschappen die ons tot mensen maken, zit in je DNA. Iedere eigenschap zit op een
chromosoom die je van je ouders hebt gekregen.

Fenotype: genotype en omstandigheden

Fenotype = alle eigenschappen (uiterlijke + die te maken hebben met het functioneren van je
lichaam) van een mens vormen samen je fenotype.

De eigenschappen hangen af van je genen op je DNA, het genotype. Soms bepaalt alleen het
genotype de eigenschap (bloedgroep), maar andere eigenschappen kunnen leefstijl en omgeving
invloed hebben. Samen met de rest van het DNA en het DNA in je mitochondriën is dat je genoom.

Cholesterol

Cholesterol kan op 2 manieren in je bloed komen:

1. Het eten van vet voedsel: het je zelf in de hand. (fenotype)
2. Je levercellen bevatten geven die de cholesterolaanmaak stimuleren. (genotype)

Variatie

Je genoom ligt vast in de 23 chromosoomparen. Op de chromosomen liggen genen die je lichaam
helpen functioneren. Hulpeiwitten spelen een rol bij het aan- en uitzetten van je genen.

Mutaties door bepaalde stoffen, straling en eigen lichaamswarmte leiden tot veranderingen in het
DNA (variatie genotypen). Allelen zijn dergelijke varianten van een gen. De meeste allelen hebben
receptoren die normaal werken, maar er bestaan ook allelen die tot problemen leiden. (bv minder
receptoren voor cholesterol maken  hoog cholesterolgehalte in het bloed).

De combinatie waarin de allelen op één chromosoom voorkomen is het haplotype. Je hebt dus 2
haplotypen per chromosoompaar.

Paragraaf 2 chromosomen bekijken

Chromosomenportret

Een analist bepaalt het karyotype door de chromosomen in een karyogram op volgorde van groot
naar klein te plaatsen. De 1e 22 paar chromosomen zijn de autosomen. Het 23 e paar zijn de
geslachtschromosomen.

Het X-chromosoom bevat informatie van veel eigenschappen in tegenstelling tot het Y-chromosoom
die slechts enkele genen bevat.

Te veel of te weinig chromosomen

Monosomie = er is een chromosoom te weinig, dit is een gevolg van een fout tijdens de meiose. Bv
het syndroom van Turner: meisjes met maar één X-chromosoom.

Trisomie = er is een chromosoom te veel, dit is een gevolg van een fout tijdens de meiose. Bv het
syndroom van Down: extra chromosoom 21.

Connected book

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
4

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
H7
Uploaded on
April 3, 2024
Number of pages
4
Written in
2019/2020
Type
SUMMARY

Subjects

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
minoukdelooze1 Hogeschool Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
9
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
16
Last sold
1 month ago

4.5

2 reviews

5
1
4
1
3
0
2
0
1
0

Trending documents

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions