100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Celbiologie 1 - Molecular Biology of the Cell - 6th edition - Chapter 3, 11-13, 15-17 and 27.

Rating
4.0
(1)
Sold
7
Pages
22
Uploaded on
17-02-2019
Written in
2018/2019

In de Celbiologie staat de eukaryote cel centraal en dan de met name de eukaryote cel zoals die deel uitmaakt van een meercellig organisme. In deze samenvatting worden onder andere de volgende onderdelen beschreven: Het moleculaire mechanisme van een aantal geselecteerde fenomenen, zoals de assemblage van het cytoskelet, interactie met motoreiwitten, inter- en intracellulaire communicatie en regulatie van de celcyclus. Leeruitkomsten: -De moleculaire basis voor assemblage van het cytoskelet en de interactie met motoreiwitten. -Hoe op verschillende niveaus de communicatie verloopt tussen eukaryote cellen in een meercellig organisme. -Hoe de intra-cellulaire communicatie te duiden aan de hand van een signaaltransductie-route. -De onderliggende mechanismen voor de regulatie van de celcyclus.

Show more Read less
Institution
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
H3, h11, h12, h13, h15, h16, h17, h27.
Uploaded on
February 17, 2019
File latest updated on
February 17, 2019
Number of pages
22
Written in
2018/2019
Type
Summary

Subjects

Content preview

Hoofdstuk 3 Proteins
Eiwit
Een eiwit bestaat uit een lange, onvertakte keten van aminozuren. De aminozuren zijn met elkaar
verbonden via peptidebindingen. Om deze reden worden eiwitten ook wel polypeptiden genoemd.
-Opbouw
 Een repeterende sequentie van atomen = kern, polypeptide backbone.
 Zijketens = aminozuren, niet betrokken in het vormen van een peptidebinding.
-Soorten
o 20 verschillende soorten.
o Nonpolair, ongeladen polair, positief of negatief geladen.





-Vouwing
 Het vouwen van een eiwit is gedeeltelijk beperkt doordat het grootste deel van het eiwit niet
kan draaien. Alleen tussen de middelste C en de N-terminus (phi)/C-terminus (psi) kan
draaiing optreden. Deze draaiing kan worden weergegeven in een Ramachandran plot.
-Afhankelijk van
o Noncovalente verbindingen van atomen in de peptide backbone en in de zijketens.
Zorgen er ook voor dat een polypeptide keten op een bepaalde manier gevouwen
blijft. 1 = zwak, meer = sterk.
-Soorten
 Hydrogen bonds.
 Electrostatic attractions.
 Van der Waals attractions.
o Hydrophobic clustering force
-Werking
 Hydrofobe moleculen worden naar elkaar toe getrokken in een waterige
omgeving.
 Het is dus belangrijk hoe de polaire en nonpolaire zijketens zijn georiënteerd.
 De nonpolaire zijketens zijn vaak in het midden van het molecuul gevestigd
om zo het contact met water te verminderen.
 Polaire zijketens worden vaker aan de buitenkant gevestigd zodat deze
hydrofobe interacties aan kunnen gaan met het water en andere polaire
moleculen.
o Chaperones = Assisteren vaak in de vouwing van een eiwit.
-Werking
 Binden aan deels gevouwen polypeptide ketens en helpen zo om op de beste
manier (qua energie) verder te vouwen.
 Helpen ook in het voorkomen van een vroegtijdige binding tussen de
hydrofobe regionen en de nieuwe peptideketens.
o Bij binding aan een ander molecuul/cel kan de conformatie lichtelijk veranderen.
-Patronen
o α-helix = Resulteert uit een waterstofbrug tussen de N-H en C=O groepen.
-Opbouw
 N-H groep  Naar boven gericht en positieve lading.
 C=O groep  Naar onder gericht en negatieve lading.
 Waterstofbrug tussen elk 4e peptidebinding.
-Variatie
> SH2-protein = Twee α-helixen en een 3-strengs antiparallele β-
sheet.
> Coiled-coin = Wanneer twee of meer α-helixen om elkaar heen
wikkelen (nonpolaire deel vaak aan een kant)
 Veel in celmembranen
o β-sheet = Resulteert uit een waterstofbrug tussen de N-H en C=O groepen.
-Opbouw
 Kan parallel (dezelfde richting) of antiparallel (niet dezelfde richting) zijn.
 De uiteindelijke conformatie is meestal degene met de laagste vrije energie.

, -Denaturatie
 Het verbreken van noncovalente interacties wat leidt tot een verlies van de natuurlijke vorm
van het eiwit.
 Wanneer de oplossing voor het denatureren verwijderd wordt van het eiwit, renatureert het
eiwit vaak weer in de originele conformatie  Het eiwit bevat dus alle informatie voor het
aannemen van de 3-demensionale structuur
-Domeinen
 Een substructuur geproduceerd door een deel van een polypeptideketen die onafhankelijk van
de rest van het eiwit kan vouwen tot een compacte, stabiele structuur.
 Waarschijnlijk ontstaan door het random bij elkaar komen van losse stukken DNA.
-Opbouw
o 40-350 aminozuren.
o Modulair deel (delen uitwisselbaar).
o Veel grote eiwitten zijn hieruit opgebouwd.
o Domeinen zijn verbonden via korte polypeptide ketens die als hinge kunnen dienen.
-Variaties
o Domain shuffling = Ontstaan van veel grote eiwitten door het samenvoegen van al
bestaande domeinen in nieuwe combinaties.
-Families
 Eiwitten kunnen worden onderverdeeld in families
-Kenmerken
o Bij sommige familiaire eiwitten is de aminozuursequentie door de jaren heen zo
veranderd van elkaar, dat er naar de 3-d structuur moet worden gekeken om te
achterhalen of ze familie van elkaar zijn.
 Meestal hebben eiwitten grotendeels dezelfde structuur bij een aminozuur
overeenkomt van meer dan 25%.
-Functie
 Binding
-Werking
o Grote specificiteit.
o De mogelijkheid voor een eiwit om selectief en met een hoge affiniteit te binden aan
zijn ligand hangt af van de vorming van meerdere zwakke covalente verbindingen
zoals: waterstofbruggen, elektrostatische interacties en van der Waals interacties.
-Begrippen
o Ligand binding site = De plek op het eiwit wat bindt aan het ligand.
o Ligand = De substantie die wordt gebonden door het eiwit.
-Regulatie
 Positieve regulatie.
-Werking
> Een eiwit heeft 2 domeinen. Zowel molecuul X als glucose binden het
beste aan de gesloten vorm (actief) van dit eiwit.
> Wanneer alleen glucose aanwezig is in de oplossing zal het grootste
deel van de aanwezige eiwitten niet actief zijn.
> Wanneer alleen molecuul X aanwezig is in de oplossing zal het
grootste deel van de aanwezige eiwitten niet actief zijn.
> Wanneer zowel molecuul X als glucose aanwezig zijn in de oplossing
zal het grootste deel van de aanwezige eiwitten actief zijn.
> Dus: Molecuul X en glucose binden cooperatively aan het eiwit.
 Negatieve regulatie
-Werking
> Een eiwit heeft 2 domeinen. Molecuul X heeft de voorkeur voor een
open conformatie (niet actief) en glucose heeft voorkeur voor een
gesloten conformatie (actief).
> Beide stoffen zorgen ervoor dat het eiwit een andere conformatie
aanneemt. Wanneer beide stoffen aanwezig zijn in de oplossing
zullen er dus eiwitten met verschillende conformatie aanwezig zijn.
> Dus: Molecuul X en glucose hebben een quantitatively
reciprocal relatie
-Vorming

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
1 year ago

4.0

1 reviews

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
ElisaJaarsma Universiteit Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
222
Member since
6 year
Number of followers
140
Documents
28
Last sold
2 days ago

4.4

37 reviews

5
19
4
13
3
5
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions