1. Romp-> schoudergordel: stabiliseren/ bewegen van de schoudergordel t.o.v. de romp
2. Schoudergordel -> arm: lopen langs het schoudergewricht (art. humeri), kunnen stabiliseren
en bewegen.
3. Romp -> arm: zowel langs de schoudergordel als de art. humeri. Kan arm t.o.v. de romp laten
bewegen. Ook de schoudergordel bij fixatie art. humeri of eindstand ervan.
Beweging van schouder-arm complex: spieren van alle groepen zijn nodig (stabiliseren+bewegen)
1. Spieren romp -> schoudergordel
- Ventraal
M. pectoralis minor: kleine ‘waaiervormige borstspier’
Aan de proc. Coracoïdeus
Detractie en protractie van de scapula
M. subclavius
Belangrijk voor het SC-gewricht
Verloop onder clavicula
Houdt kop en kom bij elkaar
- Mediaal
M. serratus anterior: vanuit de ribben tussen de
scapula en thoraxwand naar margo medialis
Pars transversa
Pars divergens
Pars convergens
trekt de scapula naar ventraal (protractie)
stabilisator van de scapula
delen van de spier ook detractie en
laterorotatie
- Dorsaal
M. trapezius: Stabiliseren en bewegen schoudergordel
Pars descendens: Vezelverloop van craniaal naar caudaal
Pars transversa: Vezelverloop horizontaal
Pars ascendens: Vezelverloop van caudaal naar craniaal
Retractie
Delen van de spier elevatie, depressie en laterorotatie
M. levator scapulae
verbindt bovenste cervicale wervels met de angulus superior scapulae
elevatie + mediorotatie
M. rhomboideus major
M. rhomboideus minor