100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached
logo-home
Immunologie samenvatting $11.72
Add to cart

Summary

Immunologie samenvatting

1 review
 5 purchases
  • Course
  • Institution

Samenvatting handboek lessen immunologie (met afbeeldingen en tabellen)

Preview 5 out of 138  pages

  • April 24, 2019
  • 138
  • 2021/2022
  • Summary

1  review

review-writer-avatar

By: rafalkamel • 2 year ago

avatar-seller
Immunologie


Hoofdstuk 1: inleiding tot het immuunsysteem:

TERMINOLOGIE

Antigeen (AG)= een molecule dat bindt aan een antilichaam of een TCR (T cel receptor). Antigenen
dat binden aan antilichamen bevatten verschillende klassen van moleculen (suikers, vetten,
hormonen en geneesmiddelen), terwijl de TCR´s enkel peptidefragmenten van proteinen binden die
gebonden zijn aan MHC moleculen.

→Het antilichaam gaan met een specifiek deel van de antigeen reageren= epitoop of determinant

Antilichaam (AL)= of antistoffen/ immunoglobinen = EW worden uitsluitend geproduceerd door B-
cellen. Ze worden gesecreteerd in de circulatie en de mucosale vloeistof en zij gaan micro-
organismen en hun toxines neutraliseren en elimineren via verschillende mechanismen. Op die
manier beschermen ze de gastheer tegen verdere infectie.

Leukocyten (witte bloedcellen/ WBC)= binnen deze groep kunnen we nog verschillende celtypen
onderscheiden:

1) Granulocyten of polymorfonucleaire cellen ( omvatten neutrofielen, eusinofielen en
basofielen)
2) Monocyten/ macrofagen
3) Lymfocyten
4) Natural killer cellen (NK)

Lymfocyten= ( T en B cellen= belangrijkste typen lymfocyten) nemen een centrale plaats in de
organisatie van de immuunrespons, bepalen de specificiteit ervan. Cellen die met de lymfocyten
interageren, zijn betrokken zowel in de presentatie van antigenen als het tot stand komen van
immunologische functies.

→deze cellen omvatten:

1) Monocyten/macrofagen
2) Dendritische cellen
3) Langerhanscellen als NK cellen
4) Basofielen
5) Mestcellen

Immuniteit= bescherming tegen ziekte meestal tegen infecties via cellen en weefsels die samen het
immuunsysteem vormen. Het reageren tegen onbekende organismen ( microben, maar ook niet-
infectieuze moleculen)

Immunogeen= Een antigeen dat een immuunrespons induceert. Niet alle antigenen zijn immunogeen
(met een klein moleculair gewicht), kunnen wel binden aan antilichamen maar zullen geen
immuunrespons introduceren (wel wanneer ze gebonden zijn aan macromoleculen / carriers. )

BELANG VAN HET IMMUUNSYSTEEM

1) Verdediging tegen infecties:
→Invasie
→Vermenigvuldiging
→Verspreiding in het lichaam
→Ziekteverwerking


1

,Immunologie


Tegen ziekteverwekkende micro-organismen:

1. Virussen
2. Bacterien
3. Fungi
a. Gisten en schimmels
4. Protozoaire parasieten (Eencellig)
5. Multi cellulaire parasieten vb.: helminthen (heel groot vb.: intestinale wormen)

→Dus het lichaam moet tegen veel verschillende binnendringers kunnen verdedigen.

Vaccinatie stimuleert het immuunsysteem en beschermt tegen infecties.

Pathogenen kunnen verschillende wegen het lichaam binnendringen vb. via de wond
→Clostridium Tetani, via respiratoir mucosa→ influenza, via IV druggebruik →HepB, HIV

2) Verdediging tegen tumoren
3) Immuunsysteem herkent+ reageert op weefsel dat getransplanteerd is en op nieuwe
geïntroduceerde moleculen:
Het immuunsysteem is een barrière bij transplantatie en gentherapie
4) Het immuunsysteem kan ook bij bepaalde omstandigheden leiden tot weefselbeschadiging
en ziekte (= immunopathologie):



AANGEBOREN EN ADAPTIEVE IMMUNITEIT




Adaptieve
immuunrespons= ´´specifieke´´ immuunrespons, ontwikkelt zich in het leven van een individu. Het is
een adaptief antwoord ten gevolge van een infectie met een bepaald pathogeen (ziekteverwekkende
stof die een organisme aanmaakt). Dit mechanisme ontwikkelt zich trager maar is meer
gespecialiseerd en effectiever in de bescherming tegen infecties. → Adaptieve respons: wordt
opgebouwd in elk individu door contact met vreemde substantie. Heel vaak resulteert een adaptief
respons in een levenslange bescherming tegen re-infectie tegen hetzelfde pathogeen.

• Later ontwikkelt/ verworven
• Door lymfocyten (T en B cellen) die Antilichamen ( EW in de circulatie).
• Immunologisch geheugen: veroorzaken meestal een levenslange immuniteit na blootstelling
na infectie of vaccinatie


2

,Immunologie


• Vraagt expansie en differentiatie van lymfocyten vooraleer het effectief verdedigd
• Grote diversiteit: receptoren worden geproduceerd door somatische recombinatie van gen
segmenten
• Specificiteit: Receptoren van de lymfocyten herkennen specifiek antigenen die geproduceerd
worden door microben en niet-infectieuze substanties.

Aangeboren immuunrespons= Is altijd aanwezig in een gezonde individu. Snelle respons dat tot
stand kom door aanwezigheid van defensieve barrières in het organisme. De epitheliale barrière
(fysieke barrière) voorkomt infecties en andere barrieres zoals: fagocyten, NK cellen, complement
systeem gaan microben elimineren.

• Voornamelijk door fagocyterende cellen (macrofagen, neutrofielen)+ NK cellen die micro-
organismen kunnen vernietigen door het op te nemen in de vesikels
• Complementsysteem bestaat uit een groep van EW die belangrijk zijn in de afweer tegen
bacterien in het bloed. Er zijn meer dan 30 EW vb. C3, C5,…
• Geen geheugen: reageert altijd op zelfde manier
• Weinig diversiteit
• Specificiteit: Herkennen enkel de structuur die gedeeld wordt door klassen van microben

→In het aangeboren immuunsysteem is de epitheliale barrière de eerste verdedigingsmechanisme.
Deze gaat de intrede van microben via de epithelia blokkeren. Als de microben toch door de barrière
kunnen geraken en terecht komen in het weefsel of circulatie, gaan ze aangevallen worden door
fagocyten, NK cellen en plasma EW ( omvat EW van het complementsysteem).

Verband adaptieve en aangeboren immuunrespons=

• Zijn afhankelijk van elkaar
• Adaptieve immuunrespons gebruikt vaak cellen en moleculen die behoren tot de aangeboren
immuunrespons om zo microben te elimineren, hierbij verhoogt de activiteit van de cellen en
moleculen van het aangeboren immuunrespons.
• Vb. AL binden op een microben, en gaan daarna binden aan fagocyten en ze zo activeren
→deze gaat microben opnemen en vernietigen

ADAPTIEVE IMMUNITEIT: TYPES




3

,Immunologie


Humorale immuniteit ( met betrekking tot de lichaamsvochten)=

• Gemedieerd door AL geproduceerd door B lymfocyten
• AL worden gesecreteerd in de circulatie en mucosale vloeistof
• Neutraliseren en elimineren extracellulaire microben,
• Extracellulair= want microbieel toxine is aanwezig buiten de cellen van de gastheer, dus in
het bloed en in de lumen van mucosale organen ( Gastro-intestinaal en respiratoir stelsel)
• Belangrijkste functie van de AL is ervoor zorgen dat de microben de cellen van de gastheer
niet kunnen binnendringen en koloniseren.
• AL zorgen ervoor dat er geen infecties gevestigd kunnen worden →maar heeft geen toegang
tot microben die zich bevinden en vermenigvuldigen binnen geïnfecteerde cellen. Kunnen
zich niet verdedigen tegen intracellulaire microben
• Blokkeren infecties en elimineren extracellulaire microben

Celgemedieerde immuniteit=

• Gemedieerd door T lymfocyten
• 2 typen van microben:
o Gefagocyteerde microben in macrofagen: de helper T lymfocyten activeren
fagocyten zodat het de opgenomen microben kunnen vernietigen
o Intracellulaire microben (virussen) die zich vermenigvuldigen binnen de cel van de
gastheer: de geïnfecteerde cel wordt vernietigd door cytotoxisch T lymfocyt

Verschil T lymfocyten en B lymfocyten:

• T lymfocyten herkennen AG die geproduceerd worden door intracellulaire microben terwijl
de B lymfocyten AL produceren die extracellulaire microbiële AG herkennen
• B cellen en AL zijn in staat verschillende typen van moleculen te herkennen (suikers, lipiden,
EW,…) terwijl T cellen alleen EW AG kunnen herkennen.

Actieve vs. Passieve immuniteit:

Actieve immuniteit= immuniteit geïnduceerd in een individu door een infectie of een vaccinatie.

→Een individu wordt blootgesteld aan antigenen van een microben dat een actief respons
veroorzaakt om de infectie te stoppen en ontwikkelt zo een resistentie tegen de infectie door
datzelfde microbe. Zo wordt een individu immuun voor een bepaalde microbe.

Passieve immuniteit= immuniteit overgedragen op een individu door transfer van AL of lymfocyten
van een individu met een actieve immuniteit.

→De individu is voor een tijd immuun voor een bepaalde infectie waarvoor AL of cellen zijn
overgedragen. De individu heeft dus al een immuniteit verworven vooraleer het een actieve respons
heeft kunnen uitvoeren. Geen levenslange immuniteit voor een infectie vb. baby´s die de nodige AL
krijgen via borstvoeding tegen pathogenen waar hun immuunsysteem nog niet op kan reageren.

→De humorale immuniteit doet beroep op antilichamen. De overdracht van beschermende
antilichamen, die geproduceerd zijn door één of meerdere individuen naar een ander persoon is een
vorm van een passieve humorale immuniteit. Een actieve immuniteit tegen een infectie ontwikkelt
zich wanneer het eigen immuunsysteem van een persoon reageert tegen een microbe. Een cel
gemedieerde immuniteit wordt gemedieerd door T lymfocyten en niet door antilichamen. Het
natuurlijke immuunsysteem wordt niet gemedieerd door antilichamen of T lymfocyten.


4

, Immunologie


ADAPTIEVE IMMUNTITEIT: EIGENSCHAPPEN

Specifiteit= het vermogen om verschillende AG
van elkaar te onderscheiden
→T lymfocyten bestaan uit verschillende klonen
en elke kloon heeft een AG receptor dat verschilt
van de receptoren van de andere klonen.
→Klonale selectie: slechts een deel van de
aanwezige lymfocyten hebben receptoren die
kunnen binden aan een specifiek AG. Tijdens
klonale selectie worden de lymfocyten met de
gepaste receptoren geselecteerd (door AG) en
gestimuleerd om te delen en te vermenigvuldigen
Diversiteit= het immuunsysteem is in staat om te
reageren op een grote variëteit van AG



Klonale selectie=

Volwassen lymfocyten met receptoren
voor verschillende AG ontwikkelen zich. De
volwassen lymfocyten worden gekloneerd
en hebben receptoren specifiek voor een
AG. Een kloon (van een volwassen
lymfocyt) = is een populatie van
lymfocyten met identieke AG receptoren
(als de volwassen lymfocyt). Elke AG
selecteert een bestaande kloon van een
specifieke lymfocyt en stimuleert het om te
delen en te vermenigvuldigen. AG-
specifieke klonen worden dus geactiveerd
door antigenen.
De lymfocyt die geen complementaire
receptor heeft, blijft inactief.


→De clonale selectie hypothese voorspelt nauwkeurig dat individuen grote aantallen van
verschillende klonen van lymfocyten hebben voorafgaand aan de blootstelling aan een antigen.
Binnen elke kloon hebben de antigen receptoren op de cellen een enkelvoudige identieke
specificiteit, die verschilt van de specificiteiten van cellen in andere klonen.. Dus de diversiteit van
het lymfocyten repertoire is zeer groot zelfs voor de antigen blootstelling. Deze receptoren worden
vóór de blootstelling aan een antigen tot uiting gebracht en hun specificiteit verandert niet als gevolg
van een antwoord op antigen.

5

The benefits of buying summaries with Stuvia:

Guaranteed quality through customer reviews

Guaranteed quality through customer reviews

Stuvia customers have reviewed more than 700,000 summaries. This how you know that you are buying the best documents.

Quick and easy check-out

Quick and easy check-out

You can quickly pay through credit card or Stuvia-credit for the summaries. There is no membership needed.

Focus on what matters

Focus on what matters

Your fellow students write the study notes themselves, which is why the documents are always reliable and up-to-date. This ensures you quickly get to the core!

Frequently asked questions

What do I get when I buy this document?

You get a PDF, available immediately after your purchase. The purchased document is accessible anytime, anywhere and indefinitely through your profile.

Satisfaction guarantee: how does it work?

Our satisfaction guarantee ensures that you always find a study document that suits you well. You fill out a form, and our customer service team takes care of the rest.

Who am I buying these notes from?

Stuvia is a marketplace, so you are not buying this document from us, but from seller AF1896. Stuvia facilitates payment to the seller.

Will I be stuck with a subscription?

No, you only buy these notes for $11.72. You're not tied to anything after your purchase.

Can Stuvia be trusted?

4.6 stars on Google & Trustpilot (+1000 reviews)

73514 documents were sold in the last 30 days

Founded in 2010, the go-to place to buy study notes for 15 years now

Start selling

Recently viewed by you


$11.72  5x  sold
  • (1)
Add to cart
Added