Hoorcolleges periode C: samenleven conceptueel
C1 Psychologische en sociologische theorieën
Lombroso (1835-1909)
Grondleggen criminologie
Aangeboren criminele aanleg
Schedelmetingen
“lombroso-hoofd” brede kaken, doorlopende wenkbrauwen, diepliggende ogen, etc.
Biologisch perspectief
Intelligentie (daders hebben een laag IQ)
Genetische afwijkingen
De invloed van hormonen en neurotransmitters
Van nature goed?
Zwart-wit typologie versus glijdende schaal
Erfelijkheid van criminele neigingen
Voedsel gerelateerde factoren (bloedsuikerniveau, vitaminen, mineralen)
Psychologisch perspectief
Zuckerman- sensation seeking
- Spanningsbehoeftschaal
- Thrill and adventure seeking (TAS) versus disinhibitie
- ‘Prikkelhonger’ jonge criminelen
Big five – persoonlijkheidskenmerken
- Persoonlijkheid is niet de oorzaak van criminaliteit: mensen hebben brede
gedragstendensen
- Onder bepaalde omstandigheden een verhoogde kans op antisociaal gedrag
- Extraversion, openness, conscientiousness, agreeable, neuroticism
Zelfcontrole
- Impulsiviteit
- Tijdsperspectief
- ‘constraint’ (zelfcontrole)
- Generality of deviance
Leertheorieën
1. Klassieke conditionering (pavlov)
2. Intrumenteel leren (operante conditionering)
3. Sociaal leren
- bandura: leren door observatie
- Sutherland: differentiële associatie
, Ontwikkelingspsychologie
Ouder-kindinteracties:
Vier noodzakelijke stappen voor een effectieve opvoeding.
Een affectieve band
Toezicht houden
Adequaat labelen van ongewenst gedrag
Bestraffen van ongewenste gedrag
Sociologische theorieën
Merton – anomietheorie
- Anomie = verlies normen en waarden
- Deviantie vindt plaats als er een disbalans is tussen sociale structuur (sociale middelen)
en cultuur (na te streven waarden)
- Mogelijke reacties: conformiteit, vernieuwing, ritualisme, retreatisme, rebellie
Subculturele benaderingen
- Verzamelterm – we zoomen in op Cohen en Cloward & Ohlin
- Cultuur – ideeën, waarden, ervaringen, betekenissen, verwachtingen, tradities,
handelingen, praktijen etc. van een bepaalde sociale groep
Cohen – delinquente subcultuur
Gedeelde oplossingen van groep die dezelfde problemen ervaart: statusfrustratie
Afwijzen van middenklasse normen; ontwikkeling van alternatieve normen
Theorie gebaseerd op uniforme, lagere klasse peergroups, maar bestaan van zulke sterk
verbonden, homogene subculturen door empirisch onderzoek nauwelijks bevestigd
Cloward & Ohlin
Basisfilosofie Merton
Niet alleen legale strain, maar ook illegale strain. Ongelijke toegang naar ‘illegale
gelegenheidsstructuren’
Drie typen subculturen
- Criminele subcultuur
- Conflictsubcultuur
- Afzonderingssubcultuur
Hirschi – sociale controletheorie
We all would if we could
Factoren die bepalend zijn of iemand zich aan de regels conformeert of niet:
- Gehechtheid (attachement)
- Betrokkenheid (commitment)
- Gebondenheid (involvement)
- Normen en waarden (beliefs)
Labellingstheorieën
Gedrag wordt bepaald door sociale controle
Self-fulfilling prophecy
Deviance amplification
Reintegrative shaming (Braithwaite)
C1 Psychologische en sociologische theorieën
Lombroso (1835-1909)
Grondleggen criminologie
Aangeboren criminele aanleg
Schedelmetingen
“lombroso-hoofd” brede kaken, doorlopende wenkbrauwen, diepliggende ogen, etc.
Biologisch perspectief
Intelligentie (daders hebben een laag IQ)
Genetische afwijkingen
De invloed van hormonen en neurotransmitters
Van nature goed?
Zwart-wit typologie versus glijdende schaal
Erfelijkheid van criminele neigingen
Voedsel gerelateerde factoren (bloedsuikerniveau, vitaminen, mineralen)
Psychologisch perspectief
Zuckerman- sensation seeking
- Spanningsbehoeftschaal
- Thrill and adventure seeking (TAS) versus disinhibitie
- ‘Prikkelhonger’ jonge criminelen
Big five – persoonlijkheidskenmerken
- Persoonlijkheid is niet de oorzaak van criminaliteit: mensen hebben brede
gedragstendensen
- Onder bepaalde omstandigheden een verhoogde kans op antisociaal gedrag
- Extraversion, openness, conscientiousness, agreeable, neuroticism
Zelfcontrole
- Impulsiviteit
- Tijdsperspectief
- ‘constraint’ (zelfcontrole)
- Generality of deviance
Leertheorieën
1. Klassieke conditionering (pavlov)
2. Intrumenteel leren (operante conditionering)
3. Sociaal leren
- bandura: leren door observatie
- Sutherland: differentiële associatie
, Ontwikkelingspsychologie
Ouder-kindinteracties:
Vier noodzakelijke stappen voor een effectieve opvoeding.
Een affectieve band
Toezicht houden
Adequaat labelen van ongewenst gedrag
Bestraffen van ongewenste gedrag
Sociologische theorieën
Merton – anomietheorie
- Anomie = verlies normen en waarden
- Deviantie vindt plaats als er een disbalans is tussen sociale structuur (sociale middelen)
en cultuur (na te streven waarden)
- Mogelijke reacties: conformiteit, vernieuwing, ritualisme, retreatisme, rebellie
Subculturele benaderingen
- Verzamelterm – we zoomen in op Cohen en Cloward & Ohlin
- Cultuur – ideeën, waarden, ervaringen, betekenissen, verwachtingen, tradities,
handelingen, praktijen etc. van een bepaalde sociale groep
Cohen – delinquente subcultuur
Gedeelde oplossingen van groep die dezelfde problemen ervaart: statusfrustratie
Afwijzen van middenklasse normen; ontwikkeling van alternatieve normen
Theorie gebaseerd op uniforme, lagere klasse peergroups, maar bestaan van zulke sterk
verbonden, homogene subculturen door empirisch onderzoek nauwelijks bevestigd
Cloward & Ohlin
Basisfilosofie Merton
Niet alleen legale strain, maar ook illegale strain. Ongelijke toegang naar ‘illegale
gelegenheidsstructuren’
Drie typen subculturen
- Criminele subcultuur
- Conflictsubcultuur
- Afzonderingssubcultuur
Hirschi – sociale controletheorie
We all would if we could
Factoren die bepalend zijn of iemand zich aan de regels conformeert of niet:
- Gehechtheid (attachement)
- Betrokkenheid (commitment)
- Gebondenheid (involvement)
- Normen en waarden (beliefs)
Labellingstheorieën
Gedrag wordt bepaald door sociale controle
Self-fulfilling prophecy
Deviance amplification
Reintegrative shaming (Braithwaite)