INHOUDSOPGAVE
1. inleiding
2. Kiesrechtkwestie (1814-1972)
3. De Schoolstrijd (1872-1888)
4. De Sociale Kwestie (1870-1918)
5. conclusie
6. bronnenlijst
1
, 1. Inleiding
Dit werk gaat over rechtsstaat en democratie. Om wat specifieker te zijn, het gaat over hoe
de verzorgingsstaat tot stand kwam, de aanloop tot wetsvoorstellen en de invoering van
deze wetten, kiesrecht bij mannen en vrouwen en een groot deel over de schoolstrijd, waar
de protestanten tegenover de katholieken komen te staan en als het ware ‘vergeleken’
worden.
Ik heb dit onderwerp gekozen, omdat ik het heel interessant vind om de oorzaken en
gevolgen te zien van onderwerpen waar wij nu nog profijt van hebben. Als we deze periode
in de geschiedenis hadden overgeslagen, zag ons leven er nu heel anders uit! Wat bij veel
dingen in de geschiedenis zo is, maar wat nou echte cruciale veranderingen zijn geweest,
zijn de veranderingen die in dit werkstuk naar voren komen.
Veel leesplezier!
Wat is democratie?
Democratie is een bestuursvorm waarin de macht bij het volk staat. De hoofdzaak van
democratie is dat burgers inspraak hebben op beslissingen die er in de maatschappij
worden genomen. Dit gebeurt door verkiezingen. In een democratische samenleving heb je
als burger het recht om te stemmen en dus de mogelijkheid de ‘leiders’ van het land te
kiezen.
Verder heb je als burger in een democratie verschillende rechten, zoals vrijheid van
meningsuiting, vrijheid van vereniging en het recht op een eerlijk proces.
Is Iedereen gelijk aan de wet?
Ja, in een democratie ben je wettelijk gelijk aan elkaar, maar die gelijkheid wordt niet door
iedereen even serieus genomen. Denk aan vrouwen die minder verdienen dan mannen
(genderongelijkheid).
Wel wordt er voor dit soort ‘uitzonderingen’ sterk gehandhaafd.
Waar haalt de regering zijn legitimiteit (het recht om te regeren) vandaan?
Legitimiteit betekent eigenlijk een ingebeeld gezag op besluiten die in de gemeente gedaan
worden. In een democratie komt de legitimiteit van de regering van het volk door
verkiezingen.
De regering moet zich wel aan bepaalde grondwetten houden om dit recht te behouden.
Heeft iedereen evenveel uitspraak?
In een democratie zou je denken dat iedereen evenveel inspraak moet hebben, omdat dat
bij verkiezingen zo is, maar hoeveel inspraak je hebt hangt af van verschillende redenen. Zo
hebben sommige mensen politieke macht en daardoor bij sommige dingen meer inspraak.
Ook kan niet iedereen evenveel gebruik maken van zijn of haar stemrecht, door bijvoorbeeld
afkomst. Stel je voor, je hebt een Spaanse nationaliteit, dan mag je als je in Nederland
woont alleen aan de gemeenteraadsverkiezingen meedoen. En dus niet aan alle
verkiezingen. Maar over het algemeen is het verschil hierin beperkt en wordt er zo veel
mogelijk gedaan aan het feit dat iedereen gehoord moet worden.
2