Hoorcollege 1
Adolescentie: Het ontwikkelingsstadium tussen de kindertijd en de volwassenheid.
Puberteit: Periode van fysieke rijping (vooral ontstaan secundaire geslachtskenmerken).
Fysieke rijping
Pubertaire groeispurt: Periode van zeer snelle groei in lengte en gewicht tijdens de
adolescentie. Neemt net zo snel toe als in de babytijd.
Pubertijd: De periode van rijping waarin de geslachtsorganen zich volledig ontwikkelen.
Primaire geslachtskenmerken: Kenmerken die worden geassocieerd met de ontwikkeling
van de organen en structuren van het lichaam die rechtstreeks betrekking hebben op de
voortplanting.
Secundaire geslachtskenmerken: Zichtbare tekenen van seksuele rijping die niet direct
betrekking hebben op de geslachtsorganen.
Meisjes
- Oestrogeen worden geproduceerd.
- Menarche: Het tijdstip waarop de eerste menstruatie optreedt.
- Primaire verandering Vagina en baarmoeder.
- Secundaire verandering Borsten, schaam- en okselhaar.
- Toename van de hormoonproductie kan leiden tot snelle stemmingswisselingen
Boosheid en depressiviteit.
Jongens
- Androgenen worden geproduceerd.
- Primaire verandering Penis en scrotum groeien in versneld tempo Prostaatklier en
zaadballen.
- Spermarche/ Semenarche: Eerste zaadlozing.
- Secundaire verandering Schaamhaar, okselhaar en gezichtshaar, stem wordt lager.
- Toename van de hormoonproductie kan leiden tot snelle stemmingswisselingen Sneller
boos of geërgerd voelen.
De adolescentie kan worden opgedeeld in verschillende fasen:
1. Prepuberteit Meisjes 6 – 9 jaar, jongens 7 – 10 jaar. Wordt gekenmerkt door een
toename in de afscheiding van hormonen uit de bijnierklieren, zoals DHEA, DHEAS en
androstendione. Samen starten deze hormonen de andrenarche fase.
2. Vroege puberteit 9 – 13 jaar. Groei- en geslachtshormonen als LH en FSH gaan
invloed uitoefenen op het lichaam en de hersenen. Bij meisjes start de puberteit 8 – 12
jaar, jongens 9 – 13 jaar.
3. Midden puberteit 14 – 17 jaar. Opgroeien tot een volwassen lid van de samenleving.
4. Late adolescentie 18 – 22 jaar. Einde van de periode wordt cultureel bepaald
(autorijden, stemmen).
Adolescentie
- Overgang van kind naar volwassene.
o Vroege adolescentie 10-13.
o Midden adolescentie 14-17.
o Late adolescentie 18-22 (einde cultureel bepaald).
- Puberteit.
o Prepuberteit (m 6-9, j 7-10).
o Vroege puberteit (9-13).
o Midden puberteit (14-17).
Hersenontwikkeling
Hersengebieden van adolescenten ontwikkelen zich niet allemaal even snel.
1
Adolescentie: Het ontwikkelingsstadium tussen de kindertijd en de volwassenheid.
Puberteit: Periode van fysieke rijping (vooral ontstaan secundaire geslachtskenmerken).
Fysieke rijping
Pubertaire groeispurt: Periode van zeer snelle groei in lengte en gewicht tijdens de
adolescentie. Neemt net zo snel toe als in de babytijd.
Pubertijd: De periode van rijping waarin de geslachtsorganen zich volledig ontwikkelen.
Primaire geslachtskenmerken: Kenmerken die worden geassocieerd met de ontwikkeling
van de organen en structuren van het lichaam die rechtstreeks betrekking hebben op de
voortplanting.
Secundaire geslachtskenmerken: Zichtbare tekenen van seksuele rijping die niet direct
betrekking hebben op de geslachtsorganen.
Meisjes
- Oestrogeen worden geproduceerd.
- Menarche: Het tijdstip waarop de eerste menstruatie optreedt.
- Primaire verandering Vagina en baarmoeder.
- Secundaire verandering Borsten, schaam- en okselhaar.
- Toename van de hormoonproductie kan leiden tot snelle stemmingswisselingen
Boosheid en depressiviteit.
Jongens
- Androgenen worden geproduceerd.
- Primaire verandering Penis en scrotum groeien in versneld tempo Prostaatklier en
zaadballen.
- Spermarche/ Semenarche: Eerste zaadlozing.
- Secundaire verandering Schaamhaar, okselhaar en gezichtshaar, stem wordt lager.
- Toename van de hormoonproductie kan leiden tot snelle stemmingswisselingen Sneller
boos of geërgerd voelen.
De adolescentie kan worden opgedeeld in verschillende fasen:
1. Prepuberteit Meisjes 6 – 9 jaar, jongens 7 – 10 jaar. Wordt gekenmerkt door een
toename in de afscheiding van hormonen uit de bijnierklieren, zoals DHEA, DHEAS en
androstendione. Samen starten deze hormonen de andrenarche fase.
2. Vroege puberteit 9 – 13 jaar. Groei- en geslachtshormonen als LH en FSH gaan
invloed uitoefenen op het lichaam en de hersenen. Bij meisjes start de puberteit 8 – 12
jaar, jongens 9 – 13 jaar.
3. Midden puberteit 14 – 17 jaar. Opgroeien tot een volwassen lid van de samenleving.
4. Late adolescentie 18 – 22 jaar. Einde van de periode wordt cultureel bepaald
(autorijden, stemmen).
Adolescentie
- Overgang van kind naar volwassene.
o Vroege adolescentie 10-13.
o Midden adolescentie 14-17.
o Late adolescentie 18-22 (einde cultureel bepaald).
- Puberteit.
o Prepuberteit (m 6-9, j 7-10).
o Vroege puberteit (9-13).
o Midden puberteit (14-17).
Hersenontwikkeling
Hersengebieden van adolescenten ontwikkelen zich niet allemaal even snel.
1