Inleiding:
-Herontdekking van de klassieke oudheid Grieken en Romeinen.
-Klassieke geschriften belanden in de handen van elite in Italië—> deze elite begonnen de klassieke
geschriften en klassieke cultuur te waarderen vanwege:
● De levensvreugde
● de liefde en natuur
● de belangstelling voor het aardse
-Dit is tegenovergestelde van leefwijze Middeleeuwen—> mensen vooral op God
gericht=theocentrisch
● Memento mori= gedenk te sterven
-In Renaissance veranderde leefwijze—> mensen zelfbewuster en op de mens
gericht=antropocentrisch
● Carpe Diem= pluk de dag
-Macht van de kerk nam af door corruptie binnen kerk
-Luther was een hervormer die de misstanden binnen de kerk aanviel, vooral kritiek verkopen .
Mensheid wilde terug naar oorsprong geloof en soberheid. Resultaat:
● Het protestantisme en de protestantse kerken
● Het individualisme
-Rond 1560 beeldenstormen =kunst en beelden vernietigd door heel Europa= macht van de kerk
verder aangetast
-Renaissance ook bekend door het ideaal van het humanisme:
● Stroming mensgericht: uomo universale= universele mens
● Universele mens: mensen die brede kennis koppelt aan vaardigheden op allerlei gebieden
● Kennis uit boeken en cultuur van de Grieken en Romeinen
● Leonardo da Vinci was bijvoorbeeld bioloog, schrijver en kunstenaar
● Streven wedergeboorte van de klassieke oudheid—> de Renaissance
-Verandering klein ingezet in de Renaissance, toch grote invloed door boekdrukkunst
-De hoven speelden in ontwikkeling cultuur een grote rol, ze kochten veel kunst=laten zien aan andere
vorstenhoven hoe rijk en machtig ze waren =indruk maken
-Maatschappelijke elite =de vorsten, de pausen, de bankiers (bijv. de Medici familie in Florence)
-Naast grote steden zorgden kleinere vorstenhoven voor een nieuwe culturele bloeiperiode, zij
vormden het mecenas =beschermheer van de kunstenaars.
, -Door de mecenas konden ze zich zorgeloos wijden aan hun werk doordat ze werden voorzien van
financiële middelen, ze gaven ze opdrachten.
-In Renaissance moest een mens universeel en volledig zijn, nieuwe idealen voor hovelingen:
● De klassieke opvoeding (taalkunde, literatuur, filosofie,)
● Bezig houden met wetenschappen
● Kennis hebben van literatuur, geschiedenis, muziek en theater
-Vorsten legden ook verzamelingen aan:
● Naturalia (Mineralen, fossielen)
● Artificialia (Door mensen gemaakte voorwerpen zoals schilderijen en instrumenten)
-Door reformatie Luther werd macht van de kerk in Rome in twijfel genomen, om verlies van macht
en invloed tegen te gaan begon de kerk de contrareformatie= katholieke reactie op de protestantse
reformatie
-Door overvloed van beelden, pracht en praal probeerde de kerk nieuw aanzien te krijgen
-Door al deze veranderingen ontstond er een nieuwe stromingen, de Barok.
● Kenmerken: Emotie en expressie op de kunst die heftige emoties zou moeten oproepen bij de
kijkers, meeslepende dramatiek en dynamiek
-Lodewijk XIV liet zich veel portretteren om zijn macht te vertonen en te versterken, hij wordt de
zonnekoning genoemd:De zon is een voorbeeld voor zijn koningschap.
-In Versailles leefde zijn hele hofhouding, hier hingen schilderijen die de overwinningen van hem
lieten zien. Dit alles lijkt op propaganda voor de koning
-Versailles is een enorm paleis, gebouwd in de Neoclassicistische stijl
● Kenmerken: klassieke motieven, regelmaat, symmetrie en geometrische opzet.
Muziek:
-Muziek uit de Renaissance gaat eerst voor lange tijd verder met de muziek uit de late middeleeuwen:
● A capella
● Religieus
● Polyfonie =muziekvorm die bestaat uit meerstemmige onafhankelijke melodieën
● Muziek moet consonant zijn =zuiver
● Verboden om muziek dissonant te zijn =onzuiver
-Cantus Firmus =basismelodie, meestal geleend uit een ander werk waarop een nieuw werk wordt
gecomponeerd
Renaissance worden ze gebruikt voor wereldlijke liedjes en instrumentale dansen.
-middeleeuwse muziekvormen:
● Motet =genre kerkmuziek, meerstemmige kerkelijke liederen, vaak Latijns
● Madrigaal =meerstemmig lied met een wereldse tekst, meestal liefdes-teksten. Niet in Latijns
maar juist in Italiaans (dus de volkstaal)
-Herontdekking van de klassieke oudheid Grieken en Romeinen.
-Klassieke geschriften belanden in de handen van elite in Italië—> deze elite begonnen de klassieke
geschriften en klassieke cultuur te waarderen vanwege:
● De levensvreugde
● de liefde en natuur
● de belangstelling voor het aardse
-Dit is tegenovergestelde van leefwijze Middeleeuwen—> mensen vooral op God
gericht=theocentrisch
● Memento mori= gedenk te sterven
-In Renaissance veranderde leefwijze—> mensen zelfbewuster en op de mens
gericht=antropocentrisch
● Carpe Diem= pluk de dag
-Macht van de kerk nam af door corruptie binnen kerk
-Luther was een hervormer die de misstanden binnen de kerk aanviel, vooral kritiek verkopen .
Mensheid wilde terug naar oorsprong geloof en soberheid. Resultaat:
● Het protestantisme en de protestantse kerken
● Het individualisme
-Rond 1560 beeldenstormen =kunst en beelden vernietigd door heel Europa= macht van de kerk
verder aangetast
-Renaissance ook bekend door het ideaal van het humanisme:
● Stroming mensgericht: uomo universale= universele mens
● Universele mens: mensen die brede kennis koppelt aan vaardigheden op allerlei gebieden
● Kennis uit boeken en cultuur van de Grieken en Romeinen
● Leonardo da Vinci was bijvoorbeeld bioloog, schrijver en kunstenaar
● Streven wedergeboorte van de klassieke oudheid—> de Renaissance
-Verandering klein ingezet in de Renaissance, toch grote invloed door boekdrukkunst
-De hoven speelden in ontwikkeling cultuur een grote rol, ze kochten veel kunst=laten zien aan andere
vorstenhoven hoe rijk en machtig ze waren =indruk maken
-Maatschappelijke elite =de vorsten, de pausen, de bankiers (bijv. de Medici familie in Florence)
-Naast grote steden zorgden kleinere vorstenhoven voor een nieuwe culturele bloeiperiode, zij
vormden het mecenas =beschermheer van de kunstenaars.
, -Door de mecenas konden ze zich zorgeloos wijden aan hun werk doordat ze werden voorzien van
financiële middelen, ze gaven ze opdrachten.
-In Renaissance moest een mens universeel en volledig zijn, nieuwe idealen voor hovelingen:
● De klassieke opvoeding (taalkunde, literatuur, filosofie,)
● Bezig houden met wetenschappen
● Kennis hebben van literatuur, geschiedenis, muziek en theater
-Vorsten legden ook verzamelingen aan:
● Naturalia (Mineralen, fossielen)
● Artificialia (Door mensen gemaakte voorwerpen zoals schilderijen en instrumenten)
-Door reformatie Luther werd macht van de kerk in Rome in twijfel genomen, om verlies van macht
en invloed tegen te gaan begon de kerk de contrareformatie= katholieke reactie op de protestantse
reformatie
-Door overvloed van beelden, pracht en praal probeerde de kerk nieuw aanzien te krijgen
-Door al deze veranderingen ontstond er een nieuwe stromingen, de Barok.
● Kenmerken: Emotie en expressie op de kunst die heftige emoties zou moeten oproepen bij de
kijkers, meeslepende dramatiek en dynamiek
-Lodewijk XIV liet zich veel portretteren om zijn macht te vertonen en te versterken, hij wordt de
zonnekoning genoemd:De zon is een voorbeeld voor zijn koningschap.
-In Versailles leefde zijn hele hofhouding, hier hingen schilderijen die de overwinningen van hem
lieten zien. Dit alles lijkt op propaganda voor de koning
-Versailles is een enorm paleis, gebouwd in de Neoclassicistische stijl
● Kenmerken: klassieke motieven, regelmaat, symmetrie en geometrische opzet.
Muziek:
-Muziek uit de Renaissance gaat eerst voor lange tijd verder met de muziek uit de late middeleeuwen:
● A capella
● Religieus
● Polyfonie =muziekvorm die bestaat uit meerstemmige onafhankelijke melodieën
● Muziek moet consonant zijn =zuiver
● Verboden om muziek dissonant te zijn =onzuiver
-Cantus Firmus =basismelodie, meestal geleend uit een ander werk waarop een nieuw werk wordt
gecomponeerd
Renaissance worden ze gebruikt voor wereldlijke liedjes en instrumentale dansen.
-middeleeuwse muziekvormen:
● Motet =genre kerkmuziek, meerstemmige kerkelijke liederen, vaak Latijns
● Madrigaal =meerstemmig lied met een wereldse tekst, meestal liefdes-teksten. Niet in Latijns
maar juist in Italiaans (dus de volkstaal)