1. Doordat de T-helpercellen niet meer het immuunsysteem versterken en hierdoor de
patient vatbaarder is voor virussen etc.
2. MS behoord tot de niet-orgaanspecifieke auto-immuunziekten.
3. Het grote deel van de lymfoide weefsels liggen in neus, keel en darmen omdat op deze
plaatsen de micro-organismen en bacterien het lichaam binnen.
4. Een reactie tussen een anti-stof en anti geen kan leiden tot:
- neerslag
- lysis -> kapot maken
- neutralisatie
5. - Helpercellen: (ondersteunende rol bij alle stappen dus b-lymfo’s macrofagen en t-
lymfo’s, Perfectie, versnellen en nauwkeurig maken.)
6. Bij een anafylactische shock veroorzaakt door specifiek allergeen. Histamine productie
word opgang gebracht.
7. 1. Spleen - Milt en beenmerg
2. Lymfeklieren
3. Tonsillen - Amandelen
8.
9. Doordat het lichaam zichzelf als vijand ziet en vernietigd.
10. Omdat ik er maar 1 anti-stof is tegen 1 anti-geen -> specifieke afweer.
12. aantal B en T lymfocyten die overblijven wanneer het anti geen vernietigd is.
13. Ig M -> 5 Ig’s, Infectie’s en ontstekingen
- Ig E -> allergieën
- Ig G -> Infectie’s en ontstekingen
14. Wanneer er ipv antigenen de antifstoffen worden ingespoten bij een vaccinatie. Hierbij
worden alleen geen memory cells aangemaakt.