Blok 4 toets v1
1. Wat zijn kenmerken van ketensamenwerking in het sociaal werk?
a. Er zijn verschillende disciplines vertegenwoordigd, een regisseur en er is een apart budget
voor de keten
b. Er zijn geen vaste kenmerken bij ketensamenwerking in het sociaal werk.
c. Er zijn verschillende disciplines vertegenwoordigd, een directielid van iedere organisatie is
vertegenwoordigd en er is een verplichte bijdrage van de overheid
2. Welke uitspraak (a,b,c) past bij de roos van leary?
a. Extrinsieke motivatie roept intrinsieke motivatie op, motivatie is te beïnvloeden.
b. Gedrag roept gedrag op, gedrag is te beïnvloeden,
c. Achter een kwaliteit schuilt een valkuil. Te veel van een kwaliteit kan een valkuil worden.
3. Welke activiteiten horen bij ‘vakbekwaam zijn en blijven’
a. Activiteiten die hieronder vallen zijn o.a. opleidingen, trainingen en reflectie.
b. Activiteiten die hieronder vallen zijn o.a. niet langer dan 5 jaar bij 1 werkgever in dienst zijn.
c. Activiteiten die hieronder vallen zijn o.a. veel reizen, netwerkborrels bezoeken of het geven
van een etentje voor het team.
4. Een rechtsvorm is de zogenaamd VOF (vennootschap onder firma). Een van de voordelen van
deze rechtsvorm is dat de inschrijving hiervan vrij goedkoop is. Wat is een mogelijk nadeel van
een VOF?
a. Inschrijving: inschrijving in het handelsregister is vrij ingewikkeld. Het opstellen van een
contract dient door een vak deskundige gedaan te worden en kost veel tijd en geld.
b. Belastingvoordeel: ook al als de vennoten voldoen aan de eisen van de belastingdienst,
kunnen zij geen gebruik maken van belastingvoordelen voor ondernemers.
c. Aansprakelijkheid: alle vennoten zijn met hun privévermogen aansprakelijk voor mogelijke
schulden van de VOF, ook als deze veroorzaakt zijn door een andere vennoot.
5. Wat werk je uit om de uitvoering van een methodisch plan in kaart te brengen?
a. De 5 w’s +H
b. De PCDA-cyclus
c. De SMART-Formule
6. Wat zijn voorbeelden van themagerichte activiteiten?
a. CV schrijven en een sollicitatiebrief maken?
b. Poetsen van tanden en douchen
c. Een winterfair en nationale burendag
7. Wat betekent dat informatie betrouwbaar is?
a. De info is gebaseerd op meningen van ervaringsdeskundigen
b. De info is actueel en objectief
c. De info komt uit sites zoals Wikipedia en Google
1. Wat zijn kenmerken van ketensamenwerking in het sociaal werk?
a. Er zijn verschillende disciplines vertegenwoordigd, een regisseur en er is een apart budget
voor de keten
b. Er zijn geen vaste kenmerken bij ketensamenwerking in het sociaal werk.
c. Er zijn verschillende disciplines vertegenwoordigd, een directielid van iedere organisatie is
vertegenwoordigd en er is een verplichte bijdrage van de overheid
2. Welke uitspraak (a,b,c) past bij de roos van leary?
a. Extrinsieke motivatie roept intrinsieke motivatie op, motivatie is te beïnvloeden.
b. Gedrag roept gedrag op, gedrag is te beïnvloeden,
c. Achter een kwaliteit schuilt een valkuil. Te veel van een kwaliteit kan een valkuil worden.
3. Welke activiteiten horen bij ‘vakbekwaam zijn en blijven’
a. Activiteiten die hieronder vallen zijn o.a. opleidingen, trainingen en reflectie.
b. Activiteiten die hieronder vallen zijn o.a. niet langer dan 5 jaar bij 1 werkgever in dienst zijn.
c. Activiteiten die hieronder vallen zijn o.a. veel reizen, netwerkborrels bezoeken of het geven
van een etentje voor het team.
4. Een rechtsvorm is de zogenaamd VOF (vennootschap onder firma). Een van de voordelen van
deze rechtsvorm is dat de inschrijving hiervan vrij goedkoop is. Wat is een mogelijk nadeel van
een VOF?
a. Inschrijving: inschrijving in het handelsregister is vrij ingewikkeld. Het opstellen van een
contract dient door een vak deskundige gedaan te worden en kost veel tijd en geld.
b. Belastingvoordeel: ook al als de vennoten voldoen aan de eisen van de belastingdienst,
kunnen zij geen gebruik maken van belastingvoordelen voor ondernemers.
c. Aansprakelijkheid: alle vennoten zijn met hun privévermogen aansprakelijk voor mogelijke
schulden van de VOF, ook als deze veroorzaakt zijn door een andere vennoot.
5. Wat werk je uit om de uitvoering van een methodisch plan in kaart te brengen?
a. De 5 w’s +H
b. De PCDA-cyclus
c. De SMART-Formule
6. Wat zijn voorbeelden van themagerichte activiteiten?
a. CV schrijven en een sollicitatiebrief maken?
b. Poetsen van tanden en douchen
c. Een winterfair en nationale burendag
7. Wat betekent dat informatie betrouwbaar is?
a. De info is gebaseerd op meningen van ervaringsdeskundigen
b. De info is actueel en objectief
c. De info komt uit sites zoals Wikipedia en Google