ARBEIDSOVEREENKOMSTENRECHT
Samenvatting van alle verplicht voorgeschreven jurisprudentie van hoorcolleges
en werkgroepen
UNIVERSITEIT LEIDEN
Collegejaar 2019-2010
, Inhoudsopgave
Jurisprudentie HC 1 – De Aovk en flexibele arbeidsrelaties................................................................... 2
Jurisprudentie WG 1 – Bijzondere bedingen........................................................................................... 3
Jurisprudentie HC 2 – Ontslag op staande voet + ontslagvergoeding ....................................................... 5
Jurisprudentie WG 2 – artikel 7:628 e.v. .................................................................................................. 8
Jurisprudentie HC 3 – Opzegging aovk + vaststellingsovereenkomst + einde van rechtswege ................. 8
Jurisprudentie WG 3 – Ontbinding van de aovk ..................................................................................... 10
Jurisprudentie HC 4 – Arbeidsongevallen .............................................................................................. 10
Jurisprudentie WG 4 – Eenzijdige wijziging van de arbeidsovereenkomst .......................................... 12
1
, Jurisprudentie HC 1 – De Aovk en flexibele arbeidsrelaties
Arrest Possemis/Hoogenboom
• Situatie => Possemis was werkzaam bij Hoogenboom’s bewakingsdienst in Amsterdam.
Hoogenboom besloot om Possemis niet meer op te roepen, waarop Possemis een vordering
instelde tot betaling van achterstallig loon, vakantietoeslag etc.
• Rechtsvraag => Is de werkgever gezien zijn plicht tot goed werkgeverschap gehouden om de
werknemer in staat te stellen arbeid te verrichten zoals overeengekomen?
• Hoge raad => Dit hangt af van de volgende omstandigheden;
o De aard van de dienstbetrekking
o De overeengekomen arbeid
o Bijzondere omstandigheden.
• Rechtsoverweging => 1.
Kwalificatie arbeidsovereenkomst arrest Groen/Schoevers
• Situatie => belastingadviseur Groen, verbonden aan een commanditaire vennootschap, die
zich als zelfstandige gedroeg en lesgaf bij opleidingsinstituut Schroevers. Volgens Groen was
er sprake van een aovk.
• Hoge raad => Onderstaande handvatten kunnen gebruikt worden bij de beoordeling of er een
arbeidsovereenkomst is;
1. Partijbedoeling => Van der Male/Den Hoedt. Er moet in aanmerking genomen
worden;
o Wat de partijen voor ogen stond bij het sluiten van de ovk
o Op welke wijze partijen uitvoering hebben gegeven aan de ovk (inhoud)
o Of de uitvoering conform hun oorspronkelijke bedoeling is geweest
▪ Het etiket dat op de arbeidsverhouding is gedrukt moet
overeenkomen met de werkelijkheid
▪ Alleen bij partijen die in kennis, ervaring, en deskundigheid gelijk
aan elkaar zijn, dient substantiële invloed aan de partijbedoeling
te worden toegekend.
2. Bezien van de hele rechtsverhouding => Holistische weging, alle elementen uit
art 7:610 moeten zelfstandig worden getoetst aan de hand van de omstandigheden
van het geval.
3. Evidente gezagsverhouding => Als de rechter tot de conclusie is gekomen dat
partijen geen aovk hebben dan kan een evidente gezagsverhouding ervoor zorgen
dat het bestaan van een aovk toch wordt aangenomen.
o Rechter kijkt naar de materiële gezagsverhouding, waarbij de aard van de
gezagsverhouding zodanig is dat een bevelsbevoegdheid van de
werkgever jegens de werknemer bestaat.
4. Maatschappelijke positie => De rechter kan rekening houden met de
maatschappelijke positie van degene die stelt dat er een aovk is. Vb.
opleidingsniveau, sociaaleconomische positie zoals afhankelijkheid in economisch
opzicht.
• Rechtsoverweging => 3.4
Belangrijk => Ook een derde kan een beroep doen op kwalificatie van de
arbeidsovereenkomst. Vb. de nabestaande van iemand die overleden is.
Arrest Beurspromovendi
• Situatie => Een aantal personen, zogenoemde beurspromovendi, houden zich bij de
Universiteit van Amsterdam bezig met wetenschappelijk onderzoek. Uit de
begeleidingsovereenkomst blijkt dat de intellectuele eigendomsrechten van de Universiteit zijn
• Rechtsvraag => Is de overeenkomst aan te merken als een arbeidsovereenkomst in de zin van
artikel 7:610 BW?
• Hoge Raad => De beurspromovendi hebben een aovk omdat;
2