HOOFDSTUK 10 : LEVER
1. Anatomie
1.1. Macroscopisch
Onderdeel van het gastro-intestinaal systeem
Grootste interne orgaan : 1,5 kg
Rechtsboven in de buikholte, net onder middenrif
Produceert gal met galzouten die vetten emulgeren tussen de maaltijden door wordt
gal opgeslagen in galblaas
In duodenum komen voedselbestanddelen die uit de maag zijn vrijgegeven in contact
met gal en pancreasvocht (gal : vertering vetten, pancreasvocht : vertering vet (lipase)
zetmeel (amylase) en eiwitten (trypsine) )
Anatomie
Intensief contact tussen bloed en levercellen : 28% van het hartdebiet = 1,5 L/min
Lever : 4 kwabben
- 2 grote : linker en rechter gescheiden door ligamentus falciforme
- 2 kleinere : lobus caudatus en lobus quadratus
Bloedvoorziening = duaal
Vena porta (60-80%) : afkomstig van GIS, milt en pancreas – dit ‘portale’ bloed is relatief
zuurstofarm maar rijk aan nutriënten
Arteria hepatica : zuurstofrijk (20-40%) maar nutriëntarm
Via vena cava inferior teruggevoerd naar het hart
1.2. Microscopisch
Leverlobules : hexagonale eenheden zeshoekige structuur met hepatische vene in
, centrum en portale triade op de hoeken
Koorden van hepatocyten reiken van de hepatische vene naar buitenranden lobule
De portale triade omvat op zijn beurt
- Lever arterie (tak van de arteria hepatica)
- Interlobulaire vene of poortader
- Galweg
Tussenliggende bestaat uit hepatocyten &sinusoïden die draineren richting centrale vene
In sinusoïden treedt vermenging op van aterieel bloed met bloed uit de poortader
Bloed wordt bewerkt door de hepatocyten en afgevoerd via de centrale vene
Gal wordt gesecreteerd door de hepatocyten in galcanaliculi, dewelke draineren in de
galwegen
2. Functie
2.1. Algemeen
2.1.1 Vertering
Productie van gal (galzuren, galzouten)
Cholesterolmetabolisme (les lipiden)
Vetemulsie noodzakelijk voor absorptie via enterohepatische cyclus
2.1.2 Energiemetabolisme
Koolhydraten
- Glycolyse
- Glycogenese
- Glycogenolyses
- Gluconeogenese
Eiwitten
- Afbraak van eiwitten tot aminozuren
- Deaminatie van aminozuren gaat gepaard met productie van ammonia en ureum
Aminozuren
- Abraak nucleïnezuren met vorming van ureum en urinezuur
Lipiden
- Vetzuur synthese
- Cholesterol synthese en excretie
- Lipoproteïne synthese
- Ketogenese
- Galzuur synthese
- Beta-oxidatie van vetten
2.1.3 Metabolisatie, detoxificatie en excretie
1. Anatomie
1.1. Macroscopisch
Onderdeel van het gastro-intestinaal systeem
Grootste interne orgaan : 1,5 kg
Rechtsboven in de buikholte, net onder middenrif
Produceert gal met galzouten die vetten emulgeren tussen de maaltijden door wordt
gal opgeslagen in galblaas
In duodenum komen voedselbestanddelen die uit de maag zijn vrijgegeven in contact
met gal en pancreasvocht (gal : vertering vetten, pancreasvocht : vertering vet (lipase)
zetmeel (amylase) en eiwitten (trypsine) )
Anatomie
Intensief contact tussen bloed en levercellen : 28% van het hartdebiet = 1,5 L/min
Lever : 4 kwabben
- 2 grote : linker en rechter gescheiden door ligamentus falciforme
- 2 kleinere : lobus caudatus en lobus quadratus
Bloedvoorziening = duaal
Vena porta (60-80%) : afkomstig van GIS, milt en pancreas – dit ‘portale’ bloed is relatief
zuurstofarm maar rijk aan nutriënten
Arteria hepatica : zuurstofrijk (20-40%) maar nutriëntarm
Via vena cava inferior teruggevoerd naar het hart
1.2. Microscopisch
Leverlobules : hexagonale eenheden zeshoekige structuur met hepatische vene in
, centrum en portale triade op de hoeken
Koorden van hepatocyten reiken van de hepatische vene naar buitenranden lobule
De portale triade omvat op zijn beurt
- Lever arterie (tak van de arteria hepatica)
- Interlobulaire vene of poortader
- Galweg
Tussenliggende bestaat uit hepatocyten &sinusoïden die draineren richting centrale vene
In sinusoïden treedt vermenging op van aterieel bloed met bloed uit de poortader
Bloed wordt bewerkt door de hepatocyten en afgevoerd via de centrale vene
Gal wordt gesecreteerd door de hepatocyten in galcanaliculi, dewelke draineren in de
galwegen
2. Functie
2.1. Algemeen
2.1.1 Vertering
Productie van gal (galzuren, galzouten)
Cholesterolmetabolisme (les lipiden)
Vetemulsie noodzakelijk voor absorptie via enterohepatische cyclus
2.1.2 Energiemetabolisme
Koolhydraten
- Glycolyse
- Glycogenese
- Glycogenolyses
- Gluconeogenese
Eiwitten
- Afbraak van eiwitten tot aminozuren
- Deaminatie van aminozuren gaat gepaard met productie van ammonia en ureum
Aminozuren
- Abraak nucleïnezuren met vorming van ureum en urinezuur
Lipiden
- Vetzuur synthese
- Cholesterol synthese en excretie
- Lipoproteïne synthese
- Ketogenese
- Galzuur synthese
- Beta-oxidatie van vetten
2.1.3 Metabolisatie, detoxificatie en excretie