Visuele beperking:
Oftalmologisch Medische definiëring van oogheelkunde.
Kruispuntdenken - De meervoudige identiteit van een persoon.
- Beperking verwijs naar het ontbreken van iets, volgens de heersende
normen.
- Verschillende dimensies van diversiteit en machtsstructuren.
Visus = gezichtsscherpte, vermogen om dingen in ons gezichtsveld te kunnen
onderscheiden (maat voor de kleinste details die iemand kan onderscheiden).
Gezichtsveld Datgene wat in één oogopslag gezien kan worden zonder ogen of hoofd te
bewegen.
CVS = Cerebrale visusstoornissen, stoornissen aan de gezichtsbanen of optisch
centrum in de hersenen.
Cataract Vertroebeling bij de ooglens.
Retinitis pigmentosa Afbraak van staafjes.
Glaucoom Oogboldruk.
Blindismen Stereotiepe bewegingen in de vorm van hoofdschudden, ter plaatsen huppelen
of springen geeft soms veiligheid + controle over eigen lichaam.
- Nutteloos
- Doelloos
- Problematisch
Stabiliserende functie Blindismen geeft een veilig gevoel (iets dat van hen is), de persoon voelt zich
meer verbonden met zichzelf en heeft daardoor het idee meer controle te
hebben over bepaalde situaties.
Compenserende functie - Proprioceptie = het ontvangen en verwerken van prikkels die in het
eigen lichaam ontstaan.
- Vestibulaire systeem organen van het oor -> evenwichtsorgaan.
Blindheidsmasker Nooit gelaatsuitdrukkingen kunnen imiteren → minder ontwikkelde
gelaatsuitdrukking, vooral aan de spieren rond de wenkbrauwen van ogen.
→ Ouders zullen dat na een tijd wel begrijpen, maar het is nog altijd niet zo
als bij ziende kinderen.
Verbale koord Jonge kinderen proberen de visuele verbinden te compenseren met verbaal en
auditief gerichte communicatie.
→ Het kind praat en vraagt aan één stuk door → door te praten weet het kind
dat de opvoeder nabij is en aandacht heeft voor hem.
Verbalisme Persoon met VB gebruikt woorden waaraan geen duidelijke begrippen
gekoppeld zijn → woorden waarvan ze zelf de betekenis niet kennen.
Haptische waarneming = de tast 2 vormen:
- Ding-en vormhaptiek voor kleine dingen
- Ruimtehaptiek voor grote dingen
Stereoplastisch Voorwerp moet van alle kanten betast kunnen worden.
- Bewegend en analytisch constructief.
, Proprioceptie = kinesthesie, is het vermogen van een organisme om de positie van het eigen
lichaam en lichaamsdelen waar te nemen (woord komt van het Latijns =
perceptie).
Echolokalisatie = gehoor
→ Aan de hand van ‘klik’ geluiden kan men echo’s waarnemen (vb.: ruimtelijk
beeld van de omgeving krijgen).
Torbal Manier om motorische ontwikkeling te bevorderingen door het organiseren
van activiteit.
PAB Persoonlijk assistentie budget.
Solospel Het kind speelt tussen anderen kinderen met andere materialen geen
interactie.
Parallelspel Kind speelt naast anderen en is bezig met dezelfde activiteit verbaal contact,
maar geen invloed op elkaars spel.
Associatief spel Kinderen volgens + helpen elkaar bij het spel weglopen kan, geen verstoring
van het spel 4 à 5 jaar.
Coöperatief spel Het kind speelt met anderen + organiseren samen spel weglopen -> nieuwe
organisatie vanaf 5 of 6 jarige slechtziende.
2. Auditieve beperking:
Transmissief gehoorverlies = geleidingsslechthorendheid Uitwendig (+) middenoor
DB = decibel
- Geluidssterkte wordt hierin uitgedrukt
- Hoe hard of hoe zacht een geluid is
- Wordt bepaald door de golfhoogte of amplitude van een geluidsgolf
Hz = Hertz
- Geluidshoogte wordt hierin uitgedrukt
- Hoe hoger of lager een geluid is
- Wordt bepaald door aantal trillingen van de geluidsbron per
seconde
Geleidingsverlies = Transmissief Uitwendig (+) middenoor
Perceptieverlies = Sensorineuraal Binnenoor
Sensorineuraal = perceptieslechthorendheid Binnenoor
Gemengd gehoorverlies Binnenoor + uitwendig + middenoor
Toonhoogte, sterkte en Toonhoogte = frequentie (Hz)
frequentie van geluid Sterkte = amplitude (dB)
ALGO = Pasgeborene onderzoeken, afnemen vanaf 4 weken + meest betrouwbare
test
- Werking: meten van reactie op geluid van hersenen
o Elektroden op hoofd en borst → via schelmpjes in oor
worden er geluidstimili naar oor gestuurd
o Meet hersengevolgen en geeft aan als ze afwijkend zijn