In mijn document vind je een goede uitwerking van de leerdoelen van het vak Goederenrecht. Dit vak wordt gegeven bij de opleiding hbo rechten. De leerdoelen zijn een perfecte voorbereiding op je tentamen. De vragen van het tentamen worden namelijk gebaseerd op de leerdoelen. Ik heb mijn hbo propede...
Leerdoelen Goederenrecht
Doelstellingen: De student kan:
- aan de hand van wetsartikelen en/of jurisprudentie de belangrijkste basisbegrippen van het goederenrecht toepassen op een casus.
- in een casus de relevante feiten onderscheiden en door toepassing van de juiste rechtsregels een beargumenteerd oordeel geven over
de goederenrechtelijke positie van betrokken partijen.
- in een casus de relevante feiten onderscheiden en door toepassing van de juiste rechtsregels een beargumenteerd oordeel geven over
de vraag of iemand door een rechtsgeldige overdracht rechthebbende van een goed is geworden.
- in een casus de relevante feiten onderscheiden en door toepassing van de juiste rechtsregels een beargumenteerd oordeel geven over
de vraag of iemand rechthebbende van goed is geworden op een andere wijze van eigendomsverkrijging onder bijzonder titel dan via
overdracht.
- Een goederenrechtelijke casus op methodische wijze (aan de hand van het stappenplan) en/of via een juridische argumentatie
(beredeneerd antwoord) oplossen.
Leerdoelen week 1; de student kan:
De plaats van het goederenrecht binnen het
(privaat)recht verklaren;
Het goederenrecht is onderdeel van het
privaatrecht. Het valt onder het materiele recht
en specifieker onder het vermogensrecht. Het
vermogensrecht; zijn de verhoudingen tussen
burgers die op geld waardeerbaar zijn.
Vermogensrecht is weer onder te verdelen in
het vermogensrecht en het goederenrecht.
Goederenrecht gaat over de relatie tussen een
rechtssubject (natuurlijk of rechtspersoon) en
een rechtsobject (een goed).
De basisbegrippen van het goederenrecht omschrijven en in voorbeelden herkennen;
Goed/goederen: Art. 3:1 BW bepaalt dat goederen alle zaken en vermogensrechten zijn. Hieruit kunnen we
afleiden dat er kennelijk twee soorten goederen bestaan, namelijk: zaken en vermogensrechten.
Zaak/zaken: Volgens art. 3:2 BW zijn zaken ‘de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten’. Iets is
voor menselijke beheersing vatbaar, wanneer we het kunnen vastpakken en er macht of controle over kunnen
uitoefenen. Een stoffelijk object wil zeggen een voorwerp dat uit een bepaald materiaal, een bepaald stof
bestaat. Bijv. een fiets. De lucht is bijvoorbeeld geen zaak.
Vermogensrecht: Rechten die op geld waardeerbaar zijn. Vermogensrechten staan in art. 3:6 BW. Het is een
recht met een bepaalde waarde die in geld is uit te drukken. Er zijn drie verschillende categorieën
vermogensrechten. In de eerste plaats kan het gaan om rechten die overgedragen worden. De overdracht kan
zowel zelfstandig plaatsvinden als tezamen met een ander recht. Ten tweede zijn vermogensrechten rechten
die erop gericht zijn de rechthebbende, dit is meestal de eigenaar, stoffelijk (materiaal) voordeel te
verstrekken. Ten derde zijn vermogensrechten rechten die zijn verkregen in ruil voor stoffelijk voordeel of in
, ruil voor toegezegd stoffelijk voordeel. Bijv. eigendomsrecht, vertegenwoordigd en bepaalde waarden.
Vorderingsrecht, recht op betaling van een factuur dan heb jij een vorderingsrecht op degene die moet
betalen. Recht op gebruik van bijv. een auto je mag een auto gebruiken en daar betaal je voor dus dat recht is
in die zin ook op geld waardeerbaar.
Onroerende zaak: Onroerende zaken zijn zaken die niet verplaatsbaar zijn (art. 3:3 lid 1 BW): de grond, nog
niet gewonnen delfstoffen, beplanting die met de grond is verenigd, gebouwen en werken die duurzaam met
de grond zijn verenigd, gebouwen en werken die door vereniging met andere gebouwen of werken duurzaam
met de grond zijn verenigd.
Roerende zaak: Art. 3:3 lid 2 BW bepaalt dat roerende zaken alle zaken zijn die niet onroerend zijn. Het zijn
zaken die verplaatsbaar zijn.
Registergoed: Volgens art. 3:10 BW zijn registergoederen, goederen waarvan de overdracht of de vestiging
van beperkte rechten daarop in de daartoe bestemde openbare registers moeten worden ingeschreven. Dus;
alle onroerende zaken bijv. een woning. Scheppen en vliegtuigen van een bepaald formaat. En beperkte
rechten gevestigd op een registergoed. Niet registergoederen zijn alle goederen die je niet verplicht hoeft in te
schrijven.
Absolute rechten: Absolute rechten zijn rechten die gelden ten opzichte van iedereen. Het zijn rechten die een
persoon op een goed kan hebben. Het kan dus zowel een recht op een zaak als een recht op een
vermogensrecht zijn. Bijvoorbeeld het eigendomsrecht. Als jij een fiets hebt, het is jouw fiets, het is jouw
eigendom dan geldt dat ten opzichte van iedereen. Alle andere mensen respecteren dat eigendom en dat
eigendom kun je ook weer opeisen ten over staan van iedereen. Absolute rechten komen voornamelijk terug
in het goederenrecht.
Relatieve rechten: zijn rechten die gelden ten opzichte van een bepaald persoon, ten opzichte van een
bepaalde relatie. Relatieve rechten worden ook wel persoonlijke rechten genoemd. Het zijn rechten die slechts
tegenover een bepaalde persoon werken; relatieve rechten gelden dus ten opzichte van eenieder. Bijv. het
vorderingsrecht. Dus het recht op betaling van een factuur, dat recht heb je alleen ten overstaan van die
specifieke persoon die het moet betalen. Komen voornamelijk voor in het verbintenissenrecht.
Beperkt recht: Volgens art. 3:8 BW is een beperkt recht ‘een recht dat is afgeleid uit een meer omvattend
recht, hetwelk met het beperkte recht is bezwaard’. Een beperkt recht is dus een minder vergaand recht dan
een volledig recht.
Volledig recht: Het eigendomsrecht is het enige absolute recht dat kan worden aangemerkt als een volledig
recht. Het eigendomsrecht is het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben (art. 5:1
BW). De rechthebbende van een volledig recht kan – binnen de grenzen van de wet – alles doen met de zaak
waar het volledige recht op rust.
Genotsrecht/gebruiksrecht: Beperkte rechten kunnen worden opgedeeld in genotsrechten (gebruiksrechten
genoemd) en zekerheidsrechten. Genotsrechten zijn rechten die de rechthebbende gebruiksgenot verschaffen
van de zaak of het recht waarop ze rusten, zoals:
Stuvia customers have reviewed more than 700,000 summaries. This how you know that you are buying the best documents.
Quick and easy check-out
You can quickly pay through credit card or Stuvia-credit for the summaries. There is no membership needed.
Focus on what matters
Your fellow students write the study notes themselves, which is why the documents are always reliable and up-to-date. This ensures you quickly get to the core!
Frequently asked questions
What do I get when I buy this document?
You get a PDF, available immediately after your purchase. The purchased document is accessible anytime, anywhere and indefinitely through your profile.
Satisfaction guarantee: how does it work?
Our satisfaction guarantee ensures that you always find a study document that suits you well. You fill out a form, and our customer service team takes care of the rest.
Who am I buying these notes from?
Stuvia is a marketplace, so you are not buying this document from us, but from seller smeulderslize. Stuvia facilitates payment to the seller.
Will I be stuck with a subscription?
No, you only buy these notes for $8.81. You're not tied to anything after your purchase.