Mellitus Type 1
Epidemiologie van de aandoening
In Nederland hadden in 2021 ongeveer 1,16 miljoen mensen diabetes, waarvan 9% (ongeveer
104.000) Diabetes Mellitus Type 1 (DM1). Dit komt vaker voor bij mannen (10%) dan bij vrouwen
(8,5%). DM1 begint meestal op jonge leeftijd, vooral tussen 10 en 14 jaar. Bij jongeren is bijna alle
diabetes Type 1, terwijl dit bij ouderen steeds minder voorkomt.
(CBS 2023)
Etiologie en risicofactoren van de aandoening
- Auto-immuunziekte: Het immuunsysteem valt de insuline-producerende bètacellen in de
alvleesklier aan, wat leidt tot een tekort aan insuline.
- Genetische factoren: Bepaalde genen veroorzaken afwijkende eiwitten en antigenen op
bètacellen, waardoor het immuunsysteem de bètacellen niet als lichaamseigen herkent en ze
aanvalt.
Omgevingsfactoren:
- Virussen: Bepaalde virussen kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van diabetes type 1.
Voeding:
- Borstvoeding: Beschermend effect, verlaagt het risico.
- Late introductie van gluten, fruit en koemelk (vanaf 3-6 maanden): Geassocieerd met een
lager risico op diabetes type 1.
- Hoge inname van koemelk: Verhoogt het risico op diabetes type 1.
- Darmflora: De samenstelling van darmbacteriën kan invloed hebben op het ontstaan van type
1 diabetes.
Normale, gezonde anatomie (bouw en samenstelling) van het
orgaansysteem
De alvleesklier ligt diep in de buikholte, achter de maag en boven de dunne darm (de twaalfvingerige
darm). Het strekt zich van de milt aan de linkerzijde van het lichaam naar de twaalfvingerige darm aan
de rechterzijde uit.
De alvleesklier heeft een langwerpige, gebogen vorm die vaak wordt vergeleken met een vis of een
banaan. Het heeft drie hoofdonderdelen: het hoofd, de lichaampje (lichaam), en de staart.
Het grootste deel van de alvleesklier bevindt zich in het hoofd. Dit gedeelte ligt dicht bij de
twaalfvingerige darm en omringt de galwegen.
Het lichaam van de alvleesklier ligt achter de maag en strekt zich uit van het hoofd naar de staart.
De staart van de alvleesklier ligt tegen de milt aan en eindigt nabij de miltpoort.
De alvleesklier wordt van bloed voorzien door de pancreatische takken van de arteria coeliaca en de
arteria mesenterica superior. Deze bloedvaten zorgen voor de aanvoer van zuurstofrijk bloed en
afvoer van afvalstoffen.
Zenuwvoorziening:
De alvleesklier ontvangt zenuwprikkels van het autonome zenuwstelsel, dat zowel het
parasympathische als het sympathische zenuwstelsel omvat, wat helpt bij de regulatie van
enzymsecretie en bloedtoevoer.