Kracht – klimmen
1. Eigenschappen en bouw van een spier
1.1. Bouw
Veel spiervezels (contractiele elementen), omgeven door
bindweefselstructuren (niet CE)
- 10 – 100 spiervezels met endomysium spiervezelbundels met
perimysium
- 1 – 15 spiervezelsbundels gehele spier met epimysium
- Fascia: vermenging tot pees
1.2. Sliding filament theorie
Spiercel myofibrillen sarcomeren
Sarcomeren
- Actine en myosine (Z-lijnen schuiven in elkaar buitenste)
- Contraheren: in lengte verkorten door verkorten van sarcomeren
- 1 motorische zenuw prikkelt 10-1000 spiervezels
1.3. Spiervezeltypes
Verschillen op
- Contractiesnelheid
- Contractiekracht
- Uithoudingsvermogen
Type I (slow)
- Rode kleur
- Trage contractiesnelheid
- Langzaam & leveren weinig kracht
- Lang volhouden door goede bloedvoorziening
duurinspanningen!!!
Type II (fast)
- Witte kleur
- Hoge contractiesnelheid
- Snel & leveren veel kracht
- Snel uitgeput door minder goede doorbloeding
1
, Type IIa, IIb en IIc
1.4. Rekrutering
activering van steeds meer motorische eenheden (eerste kleinste)
Is afhankelijk van belastingsintensiteit: size principe
- Progressieve rekrutering
- Type I Type IIa Type IIb
1. Langzaam, weinig kracht of vermoeibaar Type I
2. Meer spierkracht Type IIa
3. Snelle, max inspanning Type IIb
alle spiervezels bij max contracties
- Type I: ondersteunende functie
- Type II: krachtproductie
Voorbeelden
- Wegrenner met Type I-vezels zal voornamelijk Type I-vezels
aanspreken. Bij heuvels zal hij Type II-vezels gebruiken (anaeroob)
- Gewichtheffer die snel krachten moet bundelen om het gewicht te
tillen, zal al zijn ME tegelijk gebruiken
- Een duuratleet gebruikt voornamelijk Type I-vezels asynchroon:
bepaalde Type I ME zijn actief terwijl andere rusten en zodoende
recupereren om de duurprestatie met de minste vermoeidheid vol te
houden
2
1. Eigenschappen en bouw van een spier
1.1. Bouw
Veel spiervezels (contractiele elementen), omgeven door
bindweefselstructuren (niet CE)
- 10 – 100 spiervezels met endomysium spiervezelbundels met
perimysium
- 1 – 15 spiervezelsbundels gehele spier met epimysium
- Fascia: vermenging tot pees
1.2. Sliding filament theorie
Spiercel myofibrillen sarcomeren
Sarcomeren
- Actine en myosine (Z-lijnen schuiven in elkaar buitenste)
- Contraheren: in lengte verkorten door verkorten van sarcomeren
- 1 motorische zenuw prikkelt 10-1000 spiervezels
1.3. Spiervezeltypes
Verschillen op
- Contractiesnelheid
- Contractiekracht
- Uithoudingsvermogen
Type I (slow)
- Rode kleur
- Trage contractiesnelheid
- Langzaam & leveren weinig kracht
- Lang volhouden door goede bloedvoorziening
duurinspanningen!!!
Type II (fast)
- Witte kleur
- Hoge contractiesnelheid
- Snel & leveren veel kracht
- Snel uitgeput door minder goede doorbloeding
1
, Type IIa, IIb en IIc
1.4. Rekrutering
activering van steeds meer motorische eenheden (eerste kleinste)
Is afhankelijk van belastingsintensiteit: size principe
- Progressieve rekrutering
- Type I Type IIa Type IIb
1. Langzaam, weinig kracht of vermoeibaar Type I
2. Meer spierkracht Type IIa
3. Snelle, max inspanning Type IIb
alle spiervezels bij max contracties
- Type I: ondersteunende functie
- Type II: krachtproductie
Voorbeelden
- Wegrenner met Type I-vezels zal voornamelijk Type I-vezels
aanspreken. Bij heuvels zal hij Type II-vezels gebruiken (anaeroob)
- Gewichtheffer die snel krachten moet bundelen om het gewicht te
tillen, zal al zijn ME tegelijk gebruiken
- Een duuratleet gebruikt voornamelijk Type I-vezels asynchroon:
bepaalde Type I ME zijn actief terwijl andere rusten en zodoende
recupereren om de duurprestatie met de minste vermoeidheid vol te
houden
2