Criminologie les 2: historische ontwikkeling van
de criminologie:
Voorgeschiedenis van de criminologie:
1) Demonologische verklaring
2) Naturalistische verklaring
Demonologische verklaring van criminaliteit:
Criminaliteit als gevolg van geesten/buitenaardse krachten
Niet door de menselijke geest te begrijpen; noch te controleren
Vertrekt vanuit een niet-fysische invalshoek
Afhankelijk van de periode in de geschiedenis; anders te verklaren:
→ Primitieve samenleving criminaliteit verklaard door boze
geesten
→ Middeleeuwen (criminaliteit, geestesziekten + ander afwijkend
gedrag) = aanwezigheid van duivels & demonen
→ 16 – 19 e Eeuw :criminaliteit = ongepaste + incorrecte
verhouding tot God
Naturalistische verklaring van criminaliteit:
Vertrekt vanuit fysische + materiële wereld (= vanuit
gebeurtenissen + veronderstellingen van de ideale wereld)
Plato & Aristoteles ~ verband tussen armoede & criminaliteit
→ waar armoede heerst (& bedelaars in straatbeeld zichtbaar
zijn) : zijn er dieven / zakkenrollers
→ armoede aan basis van criminaliteit
→ Plato (in republiek = bespreekt hier zijn beschrijving van de
SL):
- IMMERS : belang dat gehecht wordt aan rijkdom =
oorzaak van criminaliteit
- Iemand pleegt al dan niet misdaad?! Afhankelijk of het
‘goede’ of ‘slechte’ bovenhand heeft (wordt bepaald
door omgeving & opvoeding)
→ Thomas van Aquino ~ verband tussen armoede &
criminaliteit
, → Thomas More ~ verband (oorzaak) tussen armoede &
criminaliteit (Utopia):
- Zoekt oorzaken van criminaliteit in SL zelf
- Mensen kunnen niet in levensonderhoud voorzien ->
criminaliteit
- Is consequentie van talloze oorlogen ex-soldaten &
belang van wolexport (gemeenschappelijk weiden
verdwijnen) + confrontatie met luxe van de rijken
o Daardoor zwerven boeren rond = door criminaliteit
te plegen kunnen zij overleven
o Kinderen groeien op in slechte omstandigheden =
worden misdadigers
- Oplossing = bestrijden & wegwerken slechte
levensomstandigheden + lichtere misdrijven niet te
zwaar bestraft moeten worden (door arbeid verrichte
schade vergoeden)
Klassieke criminologische school:
18e eeuw – tijd van Verlichting!:
Rede staat centraal = maatstaf waarmee wereld wordt beoordeeld
Komt in contrast te staan met predestinatie van + bijgeloof tijdens
Ancien Regime = franse revolutie is hier scharnierpunt
Sapere aude = durf je verstand te gebruiken, durf wijs te zijn
Verlichting vindt haar wortels in Italiaanse renaissance + Franse
classicisme (17e eeuw)
Idee God als allemachtige heerser houdt niet langer stand
Klassieke criminologische school best begrepen door haar te
plaatsen in context van Franse revolutie + Verlichting
Streven naar menselijke (keuze) vrijheid + vooruitgang
Kritisch i.p.v. dogmatisch denken: mens beschikt over rede – laat
veranderingen toe
2e helft 18e eeuw – instabiliteit SL:
Toenemende principes van kapitalisme vragen nieuwe sociale
verhoudingen
Stijging bevolking
Handel, economie + landbouw georganiseerd volgens principes
kapitalisme
Beginnende industrialisering + bevolkingstoename:
→ = grotere geografische mobiliteit
de criminologie:
Voorgeschiedenis van de criminologie:
1) Demonologische verklaring
2) Naturalistische verklaring
Demonologische verklaring van criminaliteit:
Criminaliteit als gevolg van geesten/buitenaardse krachten
Niet door de menselijke geest te begrijpen; noch te controleren
Vertrekt vanuit een niet-fysische invalshoek
Afhankelijk van de periode in de geschiedenis; anders te verklaren:
→ Primitieve samenleving criminaliteit verklaard door boze
geesten
→ Middeleeuwen (criminaliteit, geestesziekten + ander afwijkend
gedrag) = aanwezigheid van duivels & demonen
→ 16 – 19 e Eeuw :criminaliteit = ongepaste + incorrecte
verhouding tot God
Naturalistische verklaring van criminaliteit:
Vertrekt vanuit fysische + materiële wereld (= vanuit
gebeurtenissen + veronderstellingen van de ideale wereld)
Plato & Aristoteles ~ verband tussen armoede & criminaliteit
→ waar armoede heerst (& bedelaars in straatbeeld zichtbaar
zijn) : zijn er dieven / zakkenrollers
→ armoede aan basis van criminaliteit
→ Plato (in republiek = bespreekt hier zijn beschrijving van de
SL):
- IMMERS : belang dat gehecht wordt aan rijkdom =
oorzaak van criminaliteit
- Iemand pleegt al dan niet misdaad?! Afhankelijk of het
‘goede’ of ‘slechte’ bovenhand heeft (wordt bepaald
door omgeving & opvoeding)
→ Thomas van Aquino ~ verband tussen armoede &
criminaliteit
, → Thomas More ~ verband (oorzaak) tussen armoede &
criminaliteit (Utopia):
- Zoekt oorzaken van criminaliteit in SL zelf
- Mensen kunnen niet in levensonderhoud voorzien ->
criminaliteit
- Is consequentie van talloze oorlogen ex-soldaten &
belang van wolexport (gemeenschappelijk weiden
verdwijnen) + confrontatie met luxe van de rijken
o Daardoor zwerven boeren rond = door criminaliteit
te plegen kunnen zij overleven
o Kinderen groeien op in slechte omstandigheden =
worden misdadigers
- Oplossing = bestrijden & wegwerken slechte
levensomstandigheden + lichtere misdrijven niet te
zwaar bestraft moeten worden (door arbeid verrichte
schade vergoeden)
Klassieke criminologische school:
18e eeuw – tijd van Verlichting!:
Rede staat centraal = maatstaf waarmee wereld wordt beoordeeld
Komt in contrast te staan met predestinatie van + bijgeloof tijdens
Ancien Regime = franse revolutie is hier scharnierpunt
Sapere aude = durf je verstand te gebruiken, durf wijs te zijn
Verlichting vindt haar wortels in Italiaanse renaissance + Franse
classicisme (17e eeuw)
Idee God als allemachtige heerser houdt niet langer stand
Klassieke criminologische school best begrepen door haar te
plaatsen in context van Franse revolutie + Verlichting
Streven naar menselijke (keuze) vrijheid + vooruitgang
Kritisch i.p.v. dogmatisch denken: mens beschikt over rede – laat
veranderingen toe
2e helft 18e eeuw – instabiliteit SL:
Toenemende principes van kapitalisme vragen nieuwe sociale
verhoudingen
Stijging bevolking
Handel, economie + landbouw georganiseerd volgens principes
kapitalisme
Beginnende industrialisering + bevolkingstoename:
→ = grotere geografische mobiliteit