Hoorcollege 1 –22 april 2024
Hoe werkt meten in de praktijk? Je wilt altijd een meetinstrument gebruiken, ook al is iets
direct observeerbaar
Lichaamslengte: direct observeerbaar
Menselijk gedrag: direct observeerbaar
Onobserveerbare eigenschappen:
Intelligentie IQ-test
Internaliserende gedragsproblemen vragenlijst (CBCL)
Extraversie vragenlijst (NEO-PI-R)
Rekenvaardigheden Test (CITO)
Kwaliteit van gehechtheid observatie (SSP)
Al deze concepten zijn niet direct observeerbaar, dit noemen we ook wel hypothetische
constructen of latente variabelen. Het meten hiervan noemen we operationalisaties of
observeerbare indicatoren.
Psychologische test
= systematische procedure voor het vergelijken van twee of meer mensen
1. Test bestaat uit ‘samples’ van gedrag, meerdere indicatoren van gedrag.
2. Gedragssamples zijn verzameld op een systematische manier
3. Doel is om verschillen tussen mensen te detecteren
Uitdagingen van meten
Complexiteit van de concepten (te vatten in 1 getal?) kun je geluk bijv. in 1 vraag
vatten?
Deelnemers reactiviteit (bijv. sociale wenselijkheid) om bijv. geen aandacht op
jezelf te vestigen
Observer (of scorer) bias als een ouder kind beoordeeld op bijv. geluk projecteren
ze vaak zichzelf op het kind.
Composite scores oplossing voor de complexiteit van concepten. Meerdere
indicatoren voor één concept.
Score sensitiviteit Hoe sensitief zijn de scores die je uit de meting haalt?
Gebrek aan kennis over psychometrie
Schalen
, Nummers toekennen aan psychologische attributen (hoe extravert of intelligent je bijv.
bent)
Getallen moeten iets zeggen over:
o Identiteit (zelfde of verschillend)
o Volgorde (meer of minder)
o Kwantiteit (exacte hoeveelheid)
Betekenis van 0 kan absoluut of arbitrair zijn. Absoluut is bijvoorbeeld met lengte,
0cm, dan is iets er niet. Arbitrair dan heeft de 0 op zichzelf geen vaste betekenis. Die
kun je er zelf aan toekennen.
Meetniveaus
Nominaal categorieën, geen rangorde (bijv. jongen, meisje)
Ordinaal categorieën, met rangorde (bijv. opleidingsniveau of SES)
Interval geen absoluut nulpunt, cijfers, kwantitatief, vaste meeteenheden
Ratio kwantitatief, absoluut nulpunt, discreet, vaste meeteenheden
Variabiliteit
Twee soorten:
Interindividuele verschillen: scores die verschillen tussen personen, 1 is intelligenter
dan de ander
Intra-individuele verschillen: scores bij één persoon, bijvoorbeeld bij groei over tijd in
intelligentie of afname van depressiescore.
Individuele verschillen zijn belangrijk omdat ze de kern vormen van pedagogisch
onderzoek en zijn belangrijk voor psychologische metingen.
Centrale tendens: wat is de meest typische score in de verdeling?
o Gemiddelde vooral hiermee werken
o Mediaan
o Modus
Variabiliteit: hoeveel spreiding zit er in de scores?
o Variantie
o Standaarddeviatie
o Range
Richting en grootte van een verband
uitdrukken = correlatie
variantie-covariantiematrix:
Composiet scores
, Composiet score is een samengestelde score: een score is opgebouwd uit andere scores.
Twee componenten van ADHD:
o AD: aandachtstekorten
o HD: hyperactiviteit
ADHD test wordt bijvoorbeeld opgedeeld in het eerste deel over AD en het tweede deel over
HD. De scores van beide delen tel je bij elkaar op.
o De variantie van de composite score is gelijk aan de som van alle cellen van de
variantie-covariantie matrix
Test scores interpreteren
Z- en T-scores:
Is mijn score hoog of laag?
Wat scoort de groep gemiddeld? Hoeveel hoger of lager scoor ik?
Dit kun je uitdrukken in het aantal standaarddeviaties.
Percentiel ranks:
Hoorcollege 2 – 24 april 2024
Hoe werkt meten in de praktijk? Je wilt altijd een meetinstrument gebruiken, ook al is iets
direct observeerbaar
Lichaamslengte: direct observeerbaar
Menselijk gedrag: direct observeerbaar
Onobserveerbare eigenschappen:
Intelligentie IQ-test
Internaliserende gedragsproblemen vragenlijst (CBCL)
Extraversie vragenlijst (NEO-PI-R)
Rekenvaardigheden Test (CITO)
Kwaliteit van gehechtheid observatie (SSP)
Al deze concepten zijn niet direct observeerbaar, dit noemen we ook wel hypothetische
constructen of latente variabelen. Het meten hiervan noemen we operationalisaties of
observeerbare indicatoren.
Psychologische test
= systematische procedure voor het vergelijken van twee of meer mensen
1. Test bestaat uit ‘samples’ van gedrag, meerdere indicatoren van gedrag.
2. Gedragssamples zijn verzameld op een systematische manier
3. Doel is om verschillen tussen mensen te detecteren
Uitdagingen van meten
Complexiteit van de concepten (te vatten in 1 getal?) kun je geluk bijv. in 1 vraag
vatten?
Deelnemers reactiviteit (bijv. sociale wenselijkheid) om bijv. geen aandacht op
jezelf te vestigen
Observer (of scorer) bias als een ouder kind beoordeeld op bijv. geluk projecteren
ze vaak zichzelf op het kind.
Composite scores oplossing voor de complexiteit van concepten. Meerdere
indicatoren voor één concept.
Score sensitiviteit Hoe sensitief zijn de scores die je uit de meting haalt?
Gebrek aan kennis over psychometrie
Schalen
, Nummers toekennen aan psychologische attributen (hoe extravert of intelligent je bijv.
bent)
Getallen moeten iets zeggen over:
o Identiteit (zelfde of verschillend)
o Volgorde (meer of minder)
o Kwantiteit (exacte hoeveelheid)
Betekenis van 0 kan absoluut of arbitrair zijn. Absoluut is bijvoorbeeld met lengte,
0cm, dan is iets er niet. Arbitrair dan heeft de 0 op zichzelf geen vaste betekenis. Die
kun je er zelf aan toekennen.
Meetniveaus
Nominaal categorieën, geen rangorde (bijv. jongen, meisje)
Ordinaal categorieën, met rangorde (bijv. opleidingsniveau of SES)
Interval geen absoluut nulpunt, cijfers, kwantitatief, vaste meeteenheden
Ratio kwantitatief, absoluut nulpunt, discreet, vaste meeteenheden
Variabiliteit
Twee soorten:
Interindividuele verschillen: scores die verschillen tussen personen, 1 is intelligenter
dan de ander
Intra-individuele verschillen: scores bij één persoon, bijvoorbeeld bij groei over tijd in
intelligentie of afname van depressiescore.
Individuele verschillen zijn belangrijk omdat ze de kern vormen van pedagogisch
onderzoek en zijn belangrijk voor psychologische metingen.
Centrale tendens: wat is de meest typische score in de verdeling?
o Gemiddelde vooral hiermee werken
o Mediaan
o Modus
Variabiliteit: hoeveel spreiding zit er in de scores?
o Variantie
o Standaarddeviatie
o Range
Richting en grootte van een verband
uitdrukken = correlatie
variantie-covariantiematrix:
Composiet scores
, Composiet score is een samengestelde score: een score is opgebouwd uit andere scores.
Twee componenten van ADHD:
o AD: aandachtstekorten
o HD: hyperactiviteit
ADHD test wordt bijvoorbeeld opgedeeld in het eerste deel over AD en het tweede deel over
HD. De scores van beide delen tel je bij elkaar op.
o De variantie van de composite score is gelijk aan de som van alle cellen van de
variantie-covariantie matrix
Test scores interpreteren
Z- en T-scores:
Is mijn score hoog of laag?
Wat scoort de groep gemiddeld? Hoeveel hoger of lager scoor ik?
Dit kun je uitdrukken in het aantal standaarddeviaties.
Percentiel ranks:
Hoorcollege 2 – 24 april 2024