Algemene psychologie: H5: waarneming
Waarneming (perceptie)
- = Behoefte van brein om info te interpreteren
- Brein wil betekenisvolle patronen ontdekken in chaotisch geheel
- (bv neiging gezicht zien in pannenkoek)
Teveel verbanden…
- Complottheorieën (over-interpreteren: verbanden zien tussen zaken waren er
geen verbanden te leggen vallen)
Gewaarwording vs waarneming
Gewaarwording of sensatie Waarneming of perceptie
Stimulatie zintuigen (opnemen rauwe info Actief interpreteren en begrijpen van
door zintuigcellen) gewaarwording door hersenen
= zonder betekenis (gewoon opnemen) = betekenis toekennen aan gewaarwording
Als we verder gaan op gewaarwording (oppikken info) is het vier keer zelfde – waarneming is
verschillende door context
Waarneming is een actief proces
- Onze hersenen corrigeren actief!
1) Ontbrekende gaten:
oogknipperen en – bewegingen (visuele info valt weg, brein vult deze aan)
blinde vlek
fovea – centrale groef (deel dat je scherp ziet, al de rest errond is wazig)
2) Retinaal beeld 2D (we nemen wereld 3D waar, maar info door ogen is 2D)
, - Retinaal beeld is plat
Waarneming = reconstructie 3D wereld obv 2D retinaal beeld!
Omgekeerd retinaal 2D beeld
3) Perceptuele constantie
- Retinale beeld verandert voortdurend, toch constante waarneming = perceptuele
constantie
- Grootteconstantie: (afstand tov object verandert, toch idee dat grootte constant
blijft)
- Vormconstantie: (deur open en toe doen, maar vorm blijft hetzelfde)
- Kleurconstantie: (licht verandert, toch gevoel dat kleur onderdelen hetzelfde
blijven)
Proximale vs distale stimulus
Proximale stimulus Distale stimulus
Fysische energie opgepikt door Voorwerp dat fysische energie (licht,
receptoren (retinale beeld) geluid…) produceert/reflecteert (object
in buitenwereld)
- Perceptuele constanties tonen aan dat waarneming meer verbonden is met
distale dan met proximale stimulus
Waarneming (perceptie)
- = Behoefte van brein om info te interpreteren
- Brein wil betekenisvolle patronen ontdekken in chaotisch geheel
- (bv neiging gezicht zien in pannenkoek)
Teveel verbanden…
- Complottheorieën (over-interpreteren: verbanden zien tussen zaken waren er
geen verbanden te leggen vallen)
Gewaarwording vs waarneming
Gewaarwording of sensatie Waarneming of perceptie
Stimulatie zintuigen (opnemen rauwe info Actief interpreteren en begrijpen van
door zintuigcellen) gewaarwording door hersenen
= zonder betekenis (gewoon opnemen) = betekenis toekennen aan gewaarwording
Als we verder gaan op gewaarwording (oppikken info) is het vier keer zelfde – waarneming is
verschillende door context
Waarneming is een actief proces
- Onze hersenen corrigeren actief!
1) Ontbrekende gaten:
oogknipperen en – bewegingen (visuele info valt weg, brein vult deze aan)
blinde vlek
fovea – centrale groef (deel dat je scherp ziet, al de rest errond is wazig)
2) Retinaal beeld 2D (we nemen wereld 3D waar, maar info door ogen is 2D)
, - Retinaal beeld is plat
Waarneming = reconstructie 3D wereld obv 2D retinaal beeld!
Omgekeerd retinaal 2D beeld
3) Perceptuele constantie
- Retinale beeld verandert voortdurend, toch constante waarneming = perceptuele
constantie
- Grootteconstantie: (afstand tov object verandert, toch idee dat grootte constant
blijft)
- Vormconstantie: (deur open en toe doen, maar vorm blijft hetzelfde)
- Kleurconstantie: (licht verandert, toch gevoel dat kleur onderdelen hetzelfde
blijven)
Proximale vs distale stimulus
Proximale stimulus Distale stimulus
Fysische energie opgepikt door Voorwerp dat fysische energie (licht,
receptoren (retinale beeld) geluid…) produceert/reflecteert (object
in buitenwereld)
- Perceptuele constanties tonen aan dat waarneming meer verbonden is met
distale dan met proximale stimulus