Laura Aeilkema (i6163855)
Onderwijsgroep: 13
Datum: 03-04-2018
Leerdoelen taak 13
1. Wat zijn de beweegrichtlijnen van ouderen?
Bewoners van een verzorgingstehuis hebben een hoge inactiviteit Inspectie van volksgezondheid
(IGZ) ontwikkelde 7 bouwstenen voor bewegen als onderdeel van verantwoorde ouderenzorg:
1. Beleid: hoe bewegen verankeren?
De instelling stelt beleid vast over beweegstimulering.
Toetsbare / haalbare doelen
Beknopt beschreven
Het aanstellen van een verantwoordelijke die het beleid tot uitvoering brengt
2. Cliënten betrekken: volgens de wensen en behoeften
De instelling betrekt cliënten bij het voorbereiden, uitvoeren en evalueren van het beleid
over beweegstimulering.
3. Structuur beweegstimulering: werkgroep of aandachtsfunctionaris?
De instelling beschikt over een structuur voor beweegstimulering.
Inrichten van een werkgroep met professionals vanuit verschillende afdelingen. Dit
om invulling van bewegen af te stemmen, ervaring te delen, belemmeringen op te
lossen.
Aandachtsfunctionaris: Een vorm van een structuur kan betekenen dat een
fysiotherapeut of beweegagoog bij alle afdelingen zorg draagt dat bewegen
meer/beter focus krijgt (bijv. dat bewegen in het zorgleefplan staat van elke cliënt).
Hij of zij is dan een ‘aandachtsfunctionaris’ binnen de organisatie.
4. Scholing en voorlichting: weten over het belang van bewegen
De instelling zorgt voor deskundigheidsbevordering van en voorlichting voor medewerkers,
vrijwilligers, cliënten en hun familie over belang, voordelen en mogelijkheden.
5. Zorgleefplan: hoe bewegen te integreren
De instelling legt afspraken over beweegstimulering vast in het zorgleefplan van cliënten.
Vanuit de verschillende levensdomeinen bewegen afgestemmen op wat de mensen
leuk vinden, wat bij hen past, uitgaande van de mogelijkheden. De vier
levensdomeinen zijn:
- het mentale welbevinden van de cliënt als persoon;
- het lichamelijke gevoel van welbevinden en gezondheid;
- daginvulling volgens eigen interesse en onderhouden van sociale contacten
(participatie);
- de woon- en leefomstandigheden.
6. Mogelijkheden voor beweegstimulering: welke activiteiten dan?
De instelling beschikt over voldoende mogelijkheden voor medewerkers, vrijwilligers, familie
en cliënten om invulling te geven aan beweegstimulering. (b.v. interactieve vloer etc.)
7. Buurt betrekken: samenwerking met de wijk
De instelling biedt haar cliënten mogelijkheden om gebruik te maken van faciliteiten in de
buurt en stelt haar voorzieningen voor beweegstimulering beschikbaar voor ouderen.
, Richtlijnen van TNO voor mensen in woonzorgcentra:
- Dagelijks bewegen
- Verspreid over de dag bewegen
- Gedurende minimaal 15 – 30 minuten per dag matig intensief bewegen
- Type activiteiten afstemmen op de wensen en mogelijkheden van de ouder
- Verminderen van sedentair gedrag
- Regelmatig naar buiten gaan
Beweegnorm ouderen: minimaal 5 keer per week matig intensief 30 minuten
Fitnorm ouderen: Het gaat om minimaal drie keer per week zwaar intensief bewegen waarbij
de ademhaling versnelt, je het warm krijgt en de hartslag behoorlijk omhoog gaat zodat
praten alleen nog mogelijk is in korte zinnen.
Combinorm: voldoen aan de beweegnorm en / of fitnorm
2. Welke factoren zijn van invloed op bewegen bij ouderen? (onderscheid tussen ouderen in
het algemeen en ouderen in zorginstelling)
Het is niet mogelijk om determinanten van lichamelijke (in)activiteit bij ouderen in
verpleeghuizen te identificeren, omdat de hoeveelheid lichamelijke activiteit in
verpleeghuizen te laag is voor een zinvolle vergelijking tussen actieve en inactieve ouderen.
Bij ouderen wordt het Social-Ecological Model
gebruikt bij het kijken naar motivaties en
barrières bij sporten voor ouderen. Er zijn 59
motivaties en 61 barrières geselecteerd voor
het onderzoek, waaronder die van ouderen.
Volgens het Sociale ecologische model zijn er
verschillende levels die invloed hebben.
Onderwijsgroep: 13
Datum: 03-04-2018
Leerdoelen taak 13
1. Wat zijn de beweegrichtlijnen van ouderen?
Bewoners van een verzorgingstehuis hebben een hoge inactiviteit Inspectie van volksgezondheid
(IGZ) ontwikkelde 7 bouwstenen voor bewegen als onderdeel van verantwoorde ouderenzorg:
1. Beleid: hoe bewegen verankeren?
De instelling stelt beleid vast over beweegstimulering.
Toetsbare / haalbare doelen
Beknopt beschreven
Het aanstellen van een verantwoordelijke die het beleid tot uitvoering brengt
2. Cliënten betrekken: volgens de wensen en behoeften
De instelling betrekt cliënten bij het voorbereiden, uitvoeren en evalueren van het beleid
over beweegstimulering.
3. Structuur beweegstimulering: werkgroep of aandachtsfunctionaris?
De instelling beschikt over een structuur voor beweegstimulering.
Inrichten van een werkgroep met professionals vanuit verschillende afdelingen. Dit
om invulling van bewegen af te stemmen, ervaring te delen, belemmeringen op te
lossen.
Aandachtsfunctionaris: Een vorm van een structuur kan betekenen dat een
fysiotherapeut of beweegagoog bij alle afdelingen zorg draagt dat bewegen
meer/beter focus krijgt (bijv. dat bewegen in het zorgleefplan staat van elke cliënt).
Hij of zij is dan een ‘aandachtsfunctionaris’ binnen de organisatie.
4. Scholing en voorlichting: weten over het belang van bewegen
De instelling zorgt voor deskundigheidsbevordering van en voorlichting voor medewerkers,
vrijwilligers, cliënten en hun familie over belang, voordelen en mogelijkheden.
5. Zorgleefplan: hoe bewegen te integreren
De instelling legt afspraken over beweegstimulering vast in het zorgleefplan van cliënten.
Vanuit de verschillende levensdomeinen bewegen afgestemmen op wat de mensen
leuk vinden, wat bij hen past, uitgaande van de mogelijkheden. De vier
levensdomeinen zijn:
- het mentale welbevinden van de cliënt als persoon;
- het lichamelijke gevoel van welbevinden en gezondheid;
- daginvulling volgens eigen interesse en onderhouden van sociale contacten
(participatie);
- de woon- en leefomstandigheden.
6. Mogelijkheden voor beweegstimulering: welke activiteiten dan?
De instelling beschikt over voldoende mogelijkheden voor medewerkers, vrijwilligers, familie
en cliënten om invulling te geven aan beweegstimulering. (b.v. interactieve vloer etc.)
7. Buurt betrekken: samenwerking met de wijk
De instelling biedt haar cliënten mogelijkheden om gebruik te maken van faciliteiten in de
buurt en stelt haar voorzieningen voor beweegstimulering beschikbaar voor ouderen.
, Richtlijnen van TNO voor mensen in woonzorgcentra:
- Dagelijks bewegen
- Verspreid over de dag bewegen
- Gedurende minimaal 15 – 30 minuten per dag matig intensief bewegen
- Type activiteiten afstemmen op de wensen en mogelijkheden van de ouder
- Verminderen van sedentair gedrag
- Regelmatig naar buiten gaan
Beweegnorm ouderen: minimaal 5 keer per week matig intensief 30 minuten
Fitnorm ouderen: Het gaat om minimaal drie keer per week zwaar intensief bewegen waarbij
de ademhaling versnelt, je het warm krijgt en de hartslag behoorlijk omhoog gaat zodat
praten alleen nog mogelijk is in korte zinnen.
Combinorm: voldoen aan de beweegnorm en / of fitnorm
2. Welke factoren zijn van invloed op bewegen bij ouderen? (onderscheid tussen ouderen in
het algemeen en ouderen in zorginstelling)
Het is niet mogelijk om determinanten van lichamelijke (in)activiteit bij ouderen in
verpleeghuizen te identificeren, omdat de hoeveelheid lichamelijke activiteit in
verpleeghuizen te laag is voor een zinvolle vergelijking tussen actieve en inactieve ouderen.
Bij ouderen wordt het Social-Ecological Model
gebruikt bij het kijken naar motivaties en
barrières bij sporten voor ouderen. Er zijn 59
motivaties en 61 barrières geselecteerd voor
het onderzoek, waaronder die van ouderen.
Volgens het Sociale ecologische model zijn er
verschillende levels die invloed hebben.