7.1 Welke financiële beslissing neem je?
Tijdens je levensloop neem je veel verschillende financiële beslissingen → deze hebben
effect op je financiële situatie. In het figuur hieronder zie je hoe je financiële situatie is over
de jaren. Dit is gemiddeld, dus het kan afwijken.
Door geld te lenen vervroeg je de consumptie, bijvoorbeeld bij een studielening. Dit is een
voorbeeld van ruilen over tijd. Als je geld spaart voor als je met pensioen gaat, stel je je
consumptie juist uit. Ook in dit geval is er sprake van ruilen over tijd. Om te ruilen over tijd
maak je kosten, de prijs daarvan is rente. Rente is de algemene prijs van tijd.
Als je je financiële situatie wilt bekijken, kan je dat op twee manieren doen.
- Je kijkt naar wat er gebeurd in een periode → stroomgrootheden
- Je kijkt naar de stand van zaken op een bepaald moment → voorraadgrootheden
Begrippen
Levensloop = Loop van je leven. Je neemt in de loop van je leven veel financiële
beslissingen.
Ruilen over tijd = Consumptie uitstellen of juist vervroegen.
Stroomgrootheden = Grootheden die per tijdseenheid worden gemeten bv.
inkomsten/uitgaven.
Voorraadgrootheden = Grootheid die op bepaald tijdstip wordt gemeten bv.
bezittingen/schulden
, 7.3 Wat levert het op?
Als je een huis koopt, sluit je meestal een hypotheek, ofwel een lening af. Over deze
lening moet je rente betalen. Als de prijzen stijgen, wordt in verhouding de rente die
je moet betalen lager. Dit is voordelig voor de koper. Als je rente die betaald moet
worden uitdrukt in euro's, spreek je over nominale rente. Wanneer we de rente die
een ondernemer moet betalen, corrigeren met de inflatie, spreken we van reële
rente. Deze kan je berekenen met indexcijfers.
Begrippen
Nominale rente = Rente uitgedrukt in euro’s
Reële rente = Nominale rente gecorrigeerd met inflatie