Scheikunde samenvatting H1
Paragraaf 1: Materiaal- en stofeigenschappen
Begrippen
Composiet = een nieuw samengesteld materiaal
Hydrofoob = waterafstotend
Hydrofiel = kan water goed opnemen
Synthetische materialen = materialen door mensen gemaakt
Natuurlijke materialen = materialen uit de natuur
Stofeigenschappen
voorbeelden van stofeigenschappen zijn. Geur, Kleur, Smelt- en Kookpunt,
dichtheid, oplosbaarheid, elektrische-geleidbaarheid
Dichtheid berekenen = p = m : v
Massa berekenen = m = p * v
Volume berekenen = v = m : p
Paragraaf 2 : Het deeltjesmodel
Begrippen
Emulsie = troebel mengsel van vloeistoffen
Nevel = mengsel van kleine vloeistopdruppels
Rook = mengsel van een vaste stof die fijn en heterogeen is verdeeld in een gas
Suspensie = troebel mengsel waarbij een vaste stof slecht oplost is een vloeistof
micro- en macroniveau
Microniveau
- alles wat te maken heeft met deeltjes en moleculen
- Let op! Schrijf altijd moleculen achter een stof
Macroniveau
- stofeigenschappen
- alles wat je kunt zien en meten
3 Fasen
Er zijn 3 fase waar een molecuul in kan zitten
1 vast (s) = moleculen zitten dicht op elkaar
2 vloeibaar (l) = moleculen bewegen voortdurend langs elkaar heen
3 gas (g) = moleculen zijn een soort stuiterballen
Paragraaf 3 : zuivere stoffen en mengsels
Zuivere stoffen en mengsels
Zuivere stof is een pure stof van alleen 1 stof
Een mengsel daarentegen bestaat altijd uit een combinatie van 2 of meer zuivere
stoffen
Homo- en heterogene mengsels
Bij een homogeen mengsel zijn de stoffen goed gemengd. Bijvoorbeeld: siroop of
suikerwater
Bij een heterogeen mengsel zijn de stoffen niet goed gemengd en zijn de stoffen
te onderscheiden. Bijvoorbeeld: zand en water
Paragraaf 1: Materiaal- en stofeigenschappen
Begrippen
Composiet = een nieuw samengesteld materiaal
Hydrofoob = waterafstotend
Hydrofiel = kan water goed opnemen
Synthetische materialen = materialen door mensen gemaakt
Natuurlijke materialen = materialen uit de natuur
Stofeigenschappen
voorbeelden van stofeigenschappen zijn. Geur, Kleur, Smelt- en Kookpunt,
dichtheid, oplosbaarheid, elektrische-geleidbaarheid
Dichtheid berekenen = p = m : v
Massa berekenen = m = p * v
Volume berekenen = v = m : p
Paragraaf 2 : Het deeltjesmodel
Begrippen
Emulsie = troebel mengsel van vloeistoffen
Nevel = mengsel van kleine vloeistopdruppels
Rook = mengsel van een vaste stof die fijn en heterogeen is verdeeld in een gas
Suspensie = troebel mengsel waarbij een vaste stof slecht oplost is een vloeistof
micro- en macroniveau
Microniveau
- alles wat te maken heeft met deeltjes en moleculen
- Let op! Schrijf altijd moleculen achter een stof
Macroniveau
- stofeigenschappen
- alles wat je kunt zien en meten
3 Fasen
Er zijn 3 fase waar een molecuul in kan zitten
1 vast (s) = moleculen zitten dicht op elkaar
2 vloeibaar (l) = moleculen bewegen voortdurend langs elkaar heen
3 gas (g) = moleculen zijn een soort stuiterballen
Paragraaf 3 : zuivere stoffen en mengsels
Zuivere stoffen en mengsels
Zuivere stof is een pure stof van alleen 1 stof
Een mengsel daarentegen bestaat altijd uit een combinatie van 2 of meer zuivere
stoffen
Homo- en heterogene mengsels
Bij een homogeen mengsel zijn de stoffen goed gemengd. Bijvoorbeeld: siroop of
suikerwater
Bij een heterogeen mengsel zijn de stoffen niet goed gemengd en zijn de stoffen
te onderscheiden. Bijvoorbeeld: zand en water