Indy Faassen
§3.1 Wat is de vraag?
Een markt is het geheel van vraag naar aanbod van een bepaald product. De marktprijs is de prijs waar vraag en
aanbod gelijk zijn.
● Concrete markt: markt waar kopers en verkopers op dezelfde plek bij elkaar komen om goederen te
verhandelen.
➢ weekmarkt
● Abstracte markt: vragers en aanbieders zijn niet op dezelfde plek bij elkaar.
➢ oliemarkt / woningmarkt / graanmarkt / arbeidsmarkt
De vraag naar een product of dienst is de hoeveelheid die alle consumenten samen van een product of dienst
willen kopen.
❃ Betalingsbereidheid: wat kopers maximaal willen of kunnen betalen.
❃ Consumentensurplus: het verschil tussen de prijs en de betalingsbereidheid. Het hoort bij
verkopers met een betalingsbereidheid die hoger is dan de verkoopprijs.
De vraaglijn geeft de betalingsbereidheid van kopers weer. Hoe hoger de prijs, des te kleiner de vraag.
Berekening omvang consumentensurplus: breedte x hoogte : 2
Berekenen vraaglijn: qv = -ap + b
qv = de gevraagde hoeveelheid
p = de prijs van het product
a = mate waarin de vraag reageert op de verandering in prijs
b = gedeelte van de vraag dat niet afhankelijk is van de prijs
➢ verschuiving op de vraaglijn: de prijs
➢ verschuiving van de vraaglijn: de vraagfactoren
Vraagfactoren
● de hoogte van het inkomen van de vragers
● de behoeften en voorkeuren van de vragers
● de prijs van andere producten; als koffie duurder wordt, kopen mensen meer thee.
❃ Substitutiegoederen: vergelijkbare producten die als alternatief van elkaar dienen, zoals thee &
koffie.
❃ Complementaire goederen: deze vullen elkaar aan, zoals een telefoon en een abonnement.
Prijsveranderingen
De reactie van de vraag op een prijsverandering kun je meten met de prijselasticiteit van de vraag.
➢ De vraag elastisch: gevraagde hoeveelheid reageert sterk op een prijsverandering (de waarde
ligt onder -1)
➢ De vraag inelastisch: gevraagde hoeveelheid reageert zwak op een prijsverandering (waarde
tussen 0 & -1)
➢ De vraag volkomen inelastisch: gevraagde hoeveelheid reageert niet op prijsverandering
(waarde 0)
Stel vraagfunctie: qv = -4p +200
p = 10 dus qv = -4 x 10 + 200 = 160
p = 15 dus qv = -4p x 15 + 200 = 14
Ev = ——% verandering qv———
% verandering p
Je gebruikt de formule (nieuw - oud) : oud x 100%