figuurlijk taalgebruik, framing
Woordkeus, stijlmiddelen en figuurlijk taalgebruik kunnen iets zeggen over de
houding van de schrijver ten opzichte van het onderwerp. De houding van de
schrijver komt tot uiting in de toon of toonzetting van een tekst of tekstdeel.
De schrijver kan met het taalgebruik het oordeel van de lezer
beïnvloeden → Framing. Dat kan met opzet gebeuren of gedachteloos. Schrijver
noemt een probleem → De lezer denkt onbewust aan grote moeilijkheden,
onoplosbare kwesties en onmogelijke opgaven. Schrijver noemt een uitdaging → De
lezer denkt onbewust aan mooi om op te lossen, nieuwe kansen, niet makkelijk maar
in ieder geval leerzaam. Het is moeilijk voor de lezer om anders over het onderwerp
te denken dan de schrijver → Framing.
Bij framing worden er negatieve en positieve gevoelens bij de lezer opgeroepen. Bij
framing wil de schrijver de lezer niet alleen met argumenten overtuigen, maar ook
door de keuze van positief geladen woorden of negatief geladen woorden.