Ademhaling
- omvat alle processen die tussenkomen in de gasuitwisseling tussen de cellen van
het lichaam en de buitenwereld
Inwendige AH
- Gasuitwisseling ( O2 )
- tussen
- cel en het extracellulaire,
- voor de biochemische reacties met de aërobe energieproductie
Uitwendige AH
- Uitwisseling tussen het extracellulaire milieu en de buitenwereld.
Dit omvat :
- longventilatie (long-buitenwereld)
- gasuitwisseling tussen lucht in alveolen en bloed in longcapillairen
- vervoer ademhalingsgassen (uitwisseling bloed-interstitieel weefsel)
Hoofdoel AH:
- ventileren van de longen zodanig dat de alveolaire lucht de ideale samenstelling
heeft om de concentratie in het bloed van O2 en CO2 ideaal te houden.
Metabole taken long:
- Omzetting van angiotensine I in angiotensine II
- Verwijdering van stoffen uit de bloedbaan vb. serotonine
- buffer voor het bloedvolume
( bloed kan in venen van longen ‘wachten’ bij problemen van het hart)
- opvang van kleine stolsels uit de veneuze lichaamsbloedsomloop voordat ze
schade kunnen aanrichten in de arteriën ( hart en hersenen)
Anatomische begrippen:
1. Bovenste luchtwegen :
gedeelte boven de stembanden
Neus Farynx (keel) Larynx (strottenhoofd)
2. Onderste luchtwegen :
gedeelte onder de stembanden
Trachea longen
, Anatomie:
1. Neus
2. Farynx
3. Larynx
Neus: beenderig kader
- Os ethmoidale
- Os frontale
- Os nasale
- Os maxillare
- Os palatini
- Os vomer (neustussenschot)
- Neus traankanaal
Conchae nasalis:
Sinussen
Gepaard:
- de sinus maxillaris ( 4)
- de sinus frontalis (1)
- de sinus sphenoidalis (3)
- de sinus ethmoidalis (2)
, Sinus maxillaris en frontalis draineren naar sinus ethmoidalis
- die op zijn beurt draineert naar
- de middelste neusgang
- dwz
- onder conchae nasilis media
Trilhaardragend cylindrisch epitheel met slijmklieren:
zorgt voor mechanische en immunologische afweer.
-
- ook veel bloedvaatjes.
- De trilhaarslag gaat richting nasopharynx.
Slijm (en stofpartikels) via kleine openingen (ostia) in wand sinussen n naar neusholte ➢ Ostia
gemakkelijk verstopt raken bij zwelling slijmvlies (verkoudheid /allergie) ➢ sinusitis als afvoer uit
holten wordt belemmerd.
Reukcellen:
- speciale zenuwcellen met trilhaartjes
- in bovenste gedeelte neusholte
- gevoelig voor verschillende chemische stoffen
- bij stimulatie : zenuwimpuls s door de lamina cribrosa naar de bulbus olfactorius -
Nervus Olfactorius geleidt de zenuwimpuls naar de hersenen.
Functie neusholte:
- Ademhalingsorgaan
➢ neus is doorgang voor lucht van en naar de longen - Bevat het reukorgaan -
Verdedigingssysteem :
➢ verwarmen , bevochtigen en reinigen lucht
➢ Sterk gevasculariseerd = neusverstopping bij vasodilatatie
- Stemvorming
- Traanafvoer via de traankanalen
Functie van de sinussen:
- Resonantie van de stem
- Bijdrage aan bevochtigen , opwarmen en filteren van de lucht
- Gewicht van schedel verminderen
Farynx:
- Pars nasalis
- omvat alle processen die tussenkomen in de gasuitwisseling tussen de cellen van
het lichaam en de buitenwereld
Inwendige AH
- Gasuitwisseling ( O2 )
- tussen
- cel en het extracellulaire,
- voor de biochemische reacties met de aërobe energieproductie
Uitwendige AH
- Uitwisseling tussen het extracellulaire milieu en de buitenwereld.
Dit omvat :
- longventilatie (long-buitenwereld)
- gasuitwisseling tussen lucht in alveolen en bloed in longcapillairen
- vervoer ademhalingsgassen (uitwisseling bloed-interstitieel weefsel)
Hoofdoel AH:
- ventileren van de longen zodanig dat de alveolaire lucht de ideale samenstelling
heeft om de concentratie in het bloed van O2 en CO2 ideaal te houden.
Metabole taken long:
- Omzetting van angiotensine I in angiotensine II
- Verwijdering van stoffen uit de bloedbaan vb. serotonine
- buffer voor het bloedvolume
( bloed kan in venen van longen ‘wachten’ bij problemen van het hart)
- opvang van kleine stolsels uit de veneuze lichaamsbloedsomloop voordat ze
schade kunnen aanrichten in de arteriën ( hart en hersenen)
Anatomische begrippen:
1. Bovenste luchtwegen :
gedeelte boven de stembanden
Neus Farynx (keel) Larynx (strottenhoofd)
2. Onderste luchtwegen :
gedeelte onder de stembanden
Trachea longen
, Anatomie:
1. Neus
2. Farynx
3. Larynx
Neus: beenderig kader
- Os ethmoidale
- Os frontale
- Os nasale
- Os maxillare
- Os palatini
- Os vomer (neustussenschot)
- Neus traankanaal
Conchae nasalis:
Sinussen
Gepaard:
- de sinus maxillaris ( 4)
- de sinus frontalis (1)
- de sinus sphenoidalis (3)
- de sinus ethmoidalis (2)
, Sinus maxillaris en frontalis draineren naar sinus ethmoidalis
- die op zijn beurt draineert naar
- de middelste neusgang
- dwz
- onder conchae nasilis media
Trilhaardragend cylindrisch epitheel met slijmklieren:
zorgt voor mechanische en immunologische afweer.
-
- ook veel bloedvaatjes.
- De trilhaarslag gaat richting nasopharynx.
Slijm (en stofpartikels) via kleine openingen (ostia) in wand sinussen n naar neusholte ➢ Ostia
gemakkelijk verstopt raken bij zwelling slijmvlies (verkoudheid /allergie) ➢ sinusitis als afvoer uit
holten wordt belemmerd.
Reukcellen:
- speciale zenuwcellen met trilhaartjes
- in bovenste gedeelte neusholte
- gevoelig voor verschillende chemische stoffen
- bij stimulatie : zenuwimpuls s door de lamina cribrosa naar de bulbus olfactorius -
Nervus Olfactorius geleidt de zenuwimpuls naar de hersenen.
Functie neusholte:
- Ademhalingsorgaan
➢ neus is doorgang voor lucht van en naar de longen - Bevat het reukorgaan -
Verdedigingssysteem :
➢ verwarmen , bevochtigen en reinigen lucht
➢ Sterk gevasculariseerd = neusverstopping bij vasodilatatie
- Stemvorming
- Traanafvoer via de traankanalen
Functie van de sinussen:
- Resonantie van de stem
- Bijdrage aan bevochtigen , opwarmen en filteren van de lucht
- Gewicht van schedel verminderen
Farynx:
- Pars nasalis