Een leertheoretische benadering van de therapeutische interactie
Inleiding
N=1 studie is een belangrijk onderdeel, proeve van bekwaamheid.
Je geeft gedetailleerd verslag van een op wetenschappelijk en
maatschappelijk verantwoorde wijze uitgevoerde cognitief
gedragstherapeutische behandeling. Je helpt de client beter te
functioneren in zijn/haar dagelijks leven.
Tegenwoordig wordt bij psychotherapie de nadruk gelegd op het belang
van de kwaliteit van de werkalliantie. Het is een zeer specifiek
werkzame factor die veel kan bijdragen aan het effect van de
behandelingen. Er is echter nog te weinig aandacht hiervoor.
Binnen het leertheoretisch/gedragstherapeutisch referentiekader is een
praktische methode beschikbaar: de Functional Analytic
Psychotherapy (FAP).
De voordelen van FAP zijn:
- Het kan de effectiviteit van cognitief-gedragstherapeutische
interventies faciliteren
- Buiten de behandelkamer, maar ook tussen cliënt en therapeut
kunnen zich parallelle interacties (problemen) voordoen
- De therapeut leert gerichter adequaat gedrag bij de cliënt te
bekrachtigen en zo min mogelijk in te gaan op inefficiënt
gedrag
Korte toelichting op de FAP
Cognitieve gedragstherapie is van oudsher meer resultaatgericht dan
procesgericht. Er is besef gekomen dat het therapeutisch proces te lang
een te ondergeschikte plaats heeft gehad.
De FAP gaat ervan uit dat veel psychopathologie gebaseerd is op een
leergeschiedenis van disfunctionele interpersoonlijke ervaringen en dat de
therapeutische relatie essentieel is om klinische verbetering te
kunnen bereiken.
De therapeut gebruikt de therapeutische relatie zelf om geconditioneerde
disfunctionele interpersoonlijke patronen van de cliënt te bewerken door
middel van operante technieken. Hierbij wordt door middel van het maken
van functieanalyses de verschillende gedragingen van zowel therapeut als
cliënt binnen de therapeutische relatie in kaart gebracht.