Plantkunde
Zaadloze vasculaire planten
1. Rhyniophyta
- Fossiele groep
- Is de meest primitieve groep vasculaire planten
Kleine planten
Dichotoom vertakt
Geen bladeren/ stekels
Enatiën aanwezig (uitgroeing van de epidermis)
2. Vasculair weefsel bij de eerste landplanten
- Gespecialiseerd weefsel
Geleidende functie
Ondersteunende functie
- Lange afstand transport
Xyleem, voor water en zouten (van wortel naar blad)
Floeem, voor water en assimilaten (van blad naar…)
- Zeer eenvoudige stele
Dubbellagige cortex
Dunne epidermis
Stomata (huidmondjes)
- Sporofyten met eindstandige sporangia
3. Transformatie theorie
1) Eerste landplanten met rechtopstaande, dichotoom vertakte gametofieten met
epidermis, cuticula en vasculair weefsel net als de sporofieten.
2) Sporofieten groter en complexer en gametofieten simpeler.
3) Voortgaande reductie: megaspore en megagametofiet ontwikkelen binnen het
megosporangium en blijven op de ouderlijke sporofiet
4. Zosterophyllophyta
- Fossiele groep
- Ontstaan uit de Ryniophyta
- Naakte, dichotoom vertakte, opgerichte stengel
- Lateraal ingeplante sporangia
- Enatiën aanwezig
5. Trimerophyta
- Fossiele groep
- Ontstaan uit de Rhniophyta
- Waarschijnlijk de voorouders van de varens en progymnospermen
- Tri(drie)meros(deel)phyton(plant)
Secundaire vertakkingen in 3 richtingen
- Zijtakken steriel of fertiel
Steriele takken met planatie = vorming macrofymmen
- Sporangia in groepjes
- Overlangs openend sporangium
Zaadloze vasculaire planten
1. Rhyniophyta
- Fossiele groep
- Is de meest primitieve groep vasculaire planten
Kleine planten
Dichotoom vertakt
Geen bladeren/ stekels
Enatiën aanwezig (uitgroeing van de epidermis)
2. Vasculair weefsel bij de eerste landplanten
- Gespecialiseerd weefsel
Geleidende functie
Ondersteunende functie
- Lange afstand transport
Xyleem, voor water en zouten (van wortel naar blad)
Floeem, voor water en assimilaten (van blad naar…)
- Zeer eenvoudige stele
Dubbellagige cortex
Dunne epidermis
Stomata (huidmondjes)
- Sporofyten met eindstandige sporangia
3. Transformatie theorie
1) Eerste landplanten met rechtopstaande, dichotoom vertakte gametofieten met
epidermis, cuticula en vasculair weefsel net als de sporofieten.
2) Sporofieten groter en complexer en gametofieten simpeler.
3) Voortgaande reductie: megaspore en megagametofiet ontwikkelen binnen het
megosporangium en blijven op de ouderlijke sporofiet
4. Zosterophyllophyta
- Fossiele groep
- Ontstaan uit de Ryniophyta
- Naakte, dichotoom vertakte, opgerichte stengel
- Lateraal ingeplante sporangia
- Enatiën aanwezig
5. Trimerophyta
- Fossiele groep
- Ontstaan uit de Rhniophyta
- Waarschijnlijk de voorouders van de varens en progymnospermen
- Tri(drie)meros(deel)phyton(plant)
Secundaire vertakkingen in 3 richtingen
- Zijtakken steriel of fertiel
Steriele takken met planatie = vorming macrofymmen
- Sporangia in groepjes
- Overlangs openend sporangium