Samenvatting - Belgisch publiekrecht (krachtlijnen, grondwettelijke teksten en wetgevende instellingen
1 view 0 purchase
Course
Belgisch publiekrecht
Institution
Universiteit Gent (UGent)
alleen van de eerste delen, de rest leer ik uit mijn cursus omdat daar meer gekend moet zijn. Het is zeer duidelijk en kan dus helpen met basis te vormen!
Inhoud
BELGISCH PUBLIEKRECHT.............................................................................................................................................1
DE BELGISCHE STAAT............................................................................................................................................................................. 1
inleiding................................................................................................................................................................................................. 1
kernboodschap................................................................................................................................................................................... 2
Belgische staat.................................................................................................................................................................................... 2
democratische rechtsstaat............................................................................................................................................................ 4
een meergelaagde staat in Europa............................................................................................................................................ 6
de (federale) staat België............................................................................................................................................................... 6
de vlaamse en andere deelstaten................................................................................................................................................ 7
Europese Unie..................................................................................................................................................................................... 9
de gemeenten en provincies....................................................................................................................................................... 10
DE DEMOCRATISCHE BESLUITVORMING............................................................................................................................................10
de grondwettelijke teksten......................................................................................................................................................... 10
de Belgische Grondwet................................................................................................................................................................. 11
de constitutieve autonomie van de deelstaten................................................................................................................... 13
de basisverdragen van de Europese Unie............................................................................................................................. 13
DE WETGEVENDE INSTELLINGEN.......................................................................................................................................................15
debatteren en organiseren......................................................................................................................................................... 15
zelf beslissen...................................................................................................................................................................................... 15
verkiezen en vertegenwoordigen............................................................................................................................................. 16
wetgeven............................................................................................................................................................................................. 22
behoorlijk wetgeven...................................................................................................................................................................... 27
GEFEDEREERDE BEVOEGDHEDEN......................................................................................................................................................28
De bevoegdsheidsverdeling binnen België........................................................................................................................... 28
de Belgische staat
inleiding
recht
= middel om de samenleving te ordenen en vorm te geven
● zonder regels: sterkste beslist/leidt
● wij gaan van nature regels maken om te zorgen dat iedereen eerlijk wordt behandelt
maar, is niet louter een opsomming van regeltjes, het is ook een systeem dat beroep doet op eigen
begrippenkader -> ze moeten door iedereen hetzelfde geïnterpreteerd worden en dus onderlinge samenhang
vertonen.
rechtsregels
= regels die afkomstig zijn van de overheid en deze kan de regels ook afdwingen (verplichten de regel na te
leven)
1
, ● niet alle regels die je naleeft zijn recht: vb. morele, religieuze of filosofische regels (want ze kunnen niet
worden afgedwongen door de overheid)
● rechtsregels en andere regels gaan soms ook samenvallen
werkdefinitie recht
= “recht is een rationeel opgebouwd geheel van door de overheid afdwingbare normen die dienen tot organisatie,
handhaving of herstel van de orde in de samenleving”
● recht wil dus ingrijpen in de maatschappij -> maatschappij heeft ook continu invloed op het recht
○ maatschappelijke druk kan leiden tot recht: cirkelbeweging tussen recht en de maatschappij
○ reactie -> wetgeving -> reactie ->...
summa divisio
= het grootste onderscheidt
= we delen het recht in 2 grote groepen
● privaatrecht: situatie van de individuele burger en zijn relaties met andere burgers (vb. verbintenissen-,
familie- of goederenrecht)
● publiekrecht: situatie van de overheid en de relaties tussen overheid en burgers (vb. grondwettelijk-,
bestuurs- en belastingrecht)
● onderscheid is in de praktijk niet altijd eenvoudig
○ vb. gerechtelijk recht: regelt manier waarop burgers die een geschil (partijen serieus met elkaar
van mening verschillen ) hebben dat aan de rechter voor beslechting kunnen voorleggen
○ vb. arbeidsrecht: regelt verhoudingen tussen individuele burgers en werkgevers en -nemers.
Maar de overheid komt hier heel vaak dwingend tussen.
kernboodschap
= België is een meergelaagde, democratische rechtsstaat in Europa
Belgische staat
“staat” heeft meerdere juridisch betekenissen
● privaatrecht: de staat van een persoon
● een publiekrechtelijke basisentiteit
○ nationale recht
○ internationale recht: gevormd door handeling van of tussen staten
het ontstaan van België
het ontstaan van staten kan op 2 manieren
● historisch gezien: oorspronkelijk ontstaan
○ staten ontstaan op een grondgebied waar er geen enkele staat bestond
○ is vandaag niet meer mogelijk: want al het landoppervlak buiten de zuidpool behoort tot een
bestaande staat
● nu: afgeleid ontstaan
○ dekolonisatie (vb. de Belgische kolonie Congo)
2
, ○ secessie: een bepaalde bevolking voelt zich niet één met hun land en gaan hun met een
bepaald grondgebied afscheiden van een bestaande staat en een eigen onafhankelijke
overheid inrichten. (vb. ontstaan België)
○ dismembratio: één staat valt uiteen in nieuwe verschillende staten (vb. tsjechoslowakije)
○ fusie: twee of meerdere staten vormen samen een nieuwe staat of één staat gaat op in een
andere (vb. Oost- en West Duitsland)
België wordt een onafhankelijke staat: Oktober 1830
● Congres van Wenen (1814) : overwinnende landen vormen plan voor vrede in Europa
○ Franse macht onder controle te houden: oprichten van bufferstaten
○ vorstendom Nederland was niet sterk genoeg-> deel van Frankrijk toevoegen ( ook beetje
Duitsland en Luxemburg)
=> ontstaan Verenigd koninkrijk der Nederlanden onder leiding van Koning Willem I (1815)
● ontevredenheid in de Zuidelijke provincies
○ weinig democratische grondwet: Koning had te veel macht en de vooral de elite werd
vertegenwoordigd = autoritaire leider
○ economische verschillen: Noorden was gericht op handel en dus ook de koning, maar het
Zuiden was geïndustrialiseerd
○ ondervertegenwoordiging: het zuiden had geen vertegenwoordiging in het parlement en de
regering
○ overheidsinmenging in de kerk: vooral in onderwijs, en het verschil tussen de noordelijke
protestanten en zuidelijke katholieken
○ beperking van de persvrijheid
○ taalconflict: er was weinig plaats voor Frans
● monsterverbod van zuidelijke elites : katholieken en liberalen
○ doel: verzet tegen Nederlandse bewind
○ dit verzet leidde tot een ‘voorlopig bewind’ dat de belgische onafhankelijkheid uitriep (4 oktober
1830)
belgië als staat
een ‘staat’ is een rechtsobject (internationaal publiekrecht) en moet dus aan een aantal voorwaarden voldoen om
een juridisch onafhankelijke staat te zijn:
● permanente bevolking:
○ een staat oefent gezag uit over een groep personen (nationaliteit)
○ je hebt dus personen nodig met de nationaliteit van jouw land, voor welke het niet uitmaakt of
ze daarbuiten ook verbonden zijn
○ vb. België: 11.763.650 met Belgische nationaliteit (inwoners)
● afgebakend grondgebied
○ een staat oefent gezag uit over een afgebakend territoriaal gebied
○ het wijzigen van grenzen kan alleen worden gewijzigd krachtens een wet
○ vb. België: definitieve grenzen vastgelegd in het verdrag van Maastricht
● effectieve overheid
○ we moeten een entiteit hebben die in staat is om de kerntaken uit te voeren (wetten maken,
besturen en recht bespreken)
○ als de effectieve overheid tijdelijk onderbroken wordt betekent dit niet dat de kwalificatie van de
staat verloren gaat
3
, ○ vb. België: wij hebben nationale, deelstatelijke en lokale overheden
● onafhankelijkheid
○ de effectieve overheid moet de kerntaken ook zelfstandig kunnen uitvoeren
○ moeten de betrekking met andere staten onderhouden
○ vb. België: diplomatieke diensten
● erkenning (geen juridische voorwaarde, maar een declaratieve)
○ andere staten moeten het bestaan van een nieuwe staat bevestigen
○ dit is niet verplicht, maar ook niet vrijblijvend (kan soms veel later gebeuren dan het feitelijke
ontstaan)
○ staten erkennen staten, geen regeringen (als er een nieuwe regering is, is er dus ook geen
nieuwe erkenning nodig)
gevolgen van kwalificatie als staat
= nationaal- en internationaal rechtelijke gevolgen
● rechtspersoonlijkheid
○ extern: kan drager worden van rechten en plichten via internationaal recht -> tegenover
andere staten (vb. verdragen sluiten)
○ intern: staat wordt als een afzonderlijke optredende juridische entiteit beschouwd via nationaal
recht -> binnen de staat (vb. belastingen aanleggen)
● soevereiniteit
○ extern: recht hebben om ongestoord te functioneren (non-interventie)
○ intern: recht om eigen rechtsordening (organen, wetgeving, procedures, …)
○ art. 33 en 34 Grondwet
● rechtsmacht (hoort bij soevereiniteit)
○ juridische erkenning voor de mogelijkheid om gezag uit te oefenen (kerntaken)
○ is territoriaal en heeft dus betrekking op wie en wat er zich voordoet op het grondgebied
○ andere staten kunnen hier ook niet tussenkomen
○ uitzonderingen: internationale plaatsen (vb. ambassadeurs)
○ Bij normerend of rechtsprekend vlak kunnen er soms normen worden opgelegd aan
gebeurtenissen of personen buiten het grondgebied. (vb. nationaliteit van betrokkene)
democratische rechtsstaat
vroeger waren Europese heersers vaak absolutistisch:
● werden niet gehinderd in hun gezag.
● de legitimiteit van zijn macht was vaak gebaseerd op God
einde 18de eeuw: verlichting
● gaan hun verzetten tegen het absolutisme
● streven naar individuele vrijheid en gelijkheid
=> er ontstaan 2 elementaire correcties
scheiding der machten
= algemeen rechtsbeginsel met grondwettelijke waarde
4
The benefits of buying summaries with Stuvia:
Guaranteed quality through customer reviews
Stuvia customers have reviewed more than 700,000 summaries. This how you know that you are buying the best documents.
Quick and easy check-out
You can quickly pay through credit card or Stuvia-credit for the summaries. There is no membership needed.
Focus on what matters
Your fellow students write the study notes themselves, which is why the documents are always reliable and up-to-date. This ensures you quickly get to the core!
Frequently asked questions
What do I get when I buy this document?
You get a PDF, available immediately after your purchase. The purchased document is accessible anytime, anywhere and indefinitely through your profile.
Satisfaction guarantee: how does it work?
Our satisfaction guarantee ensures that you always find a study document that suits you well. You fill out a form, and our customer service team takes care of the rest.
Who am I buying these notes from?
Stuvia is a marketplace, so you are not buying this document from us, but from seller Criminologie00. Stuvia facilitates payment to the seller.
Will I be stuck with a subscription?
No, you only buy these notes for $4.24. You're not tied to anything after your purchase.