Hoorcollege 1 Aansprakelijkheid – Persoonlijke aansprakelijkheid (1)
Praktische aspecten
Het vak bouwt voort op inleiding verbintenissenrecht.
Voorwaarden voor aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad
▪ Onrechtmatigheid (de gedraging)
+
▪ Toerekening (de gedraging)
(of: risico-aansprakelijkheid) Aansprakelijkheidsgrond titel 6.3
▪ Relativiteit (het moet ertegen beschermd worden, anders geen schadevergoeding, 6:163)
▪ Schade Schadevergoedingsrecht afdeling 6.1.10 wat moet
vergoed worden
▪ Causaal verband
Dit is het standaard schema om te volgen.
Het systeem van het aansprakelijkheidsrecht’
Wettelijke regeling
• Onrechtmatigheid (6:162 lid 2)
• inbreuk op een recht
• strijd met wettelijke plicht
• schending zorgvuldigheidsnorm (wat het maatschappelijk verkeer betaamt)
(e.e.a. behoudens rechtvaardigingsgrond)
• Toerekening (6:162 lid 2)
• Schuld
• krachtens de wet
• krachtens verkeersopvattingen
• Relativiteit (6:163)
• Schade (afd. 6.1.10)
• Causaal verband (6:98)
, • Wettelijke regeling zijn bepalend, maar het biedt weinig houvast bij de vraag wanneer iets
onrechtmatig is of niet. Sinds 1 jan hebben we een aanspraak in de wet voor affectieschade
(verlies naasten door OD van een ander, smartengeld). Dit is een uitzondering, voor vele
situaties geen uitdrukkelijke wettelijke bepaling.
Afdeling 6:162 BW
Lid 1 (algemeen uitgangspunt)
Hij de jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is
verplicht de schade die de ander dientengevolge (causaal verband) lijdt, te vergoeden
Lid 2 (onrechtmatigheid): 3 categorieën, veel meningsverschillen over
Als onrechtmatige daad worden aangemerkt:
• een inbreuk op een recht
• en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht (Maas/Willems-arrest, de een
verwijt de ander dat hij in strijd met tarieven dingen doet, maar de ander doet het ook. HR je
hebt geen aanspraak op bescherming wettelijke norm aangezien je het zelf ook overtreedt.)
• of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt,
Een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond
Voorbeeld
Fietser rijdt voetganger omver. Welke categorie? Schending van wettelijke plicht. Je hebt nagelaten
om voorrang te verlenen aan een overstekende voetganger. Je kunt ook stellen dat het inbreuk op
een recht is.
Schoolvoorbeeld: Wandeling in het bos. Door pech zwiept een tak een wandelaar in het oog.
Wandelaar blind. Dat is een inbreuk op lichamelijke integriteit. Maar is het onrechtmatig? HR besliste
van niet. Het enkele feit dat inbreuk wordt gemaakt, betekent dat er onzorgvuldig is gehandeld, niet
per se onrechtmatig. Hangt af van de omstandigheden. Was het een normale handeling, was het een
spel, etc. Het is een glijdende schaal.
Verheij beschrijft deze discussie ook.
Lid 3 (toerekening):
Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend,
• indien zij te wijten is aan zijn schuld
• of aan een oorzaak welke krachtens
• de wet
• of de in het verkeer geldende opvattingen
Praktische aspecten
Het vak bouwt voort op inleiding verbintenissenrecht.
Voorwaarden voor aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad
▪ Onrechtmatigheid (de gedraging)
+
▪ Toerekening (de gedraging)
(of: risico-aansprakelijkheid) Aansprakelijkheidsgrond titel 6.3
▪ Relativiteit (het moet ertegen beschermd worden, anders geen schadevergoeding, 6:163)
▪ Schade Schadevergoedingsrecht afdeling 6.1.10 wat moet
vergoed worden
▪ Causaal verband
Dit is het standaard schema om te volgen.
Het systeem van het aansprakelijkheidsrecht’
Wettelijke regeling
• Onrechtmatigheid (6:162 lid 2)
• inbreuk op een recht
• strijd met wettelijke plicht
• schending zorgvuldigheidsnorm (wat het maatschappelijk verkeer betaamt)
(e.e.a. behoudens rechtvaardigingsgrond)
• Toerekening (6:162 lid 2)
• Schuld
• krachtens de wet
• krachtens verkeersopvattingen
• Relativiteit (6:163)
• Schade (afd. 6.1.10)
• Causaal verband (6:98)
, • Wettelijke regeling zijn bepalend, maar het biedt weinig houvast bij de vraag wanneer iets
onrechtmatig is of niet. Sinds 1 jan hebben we een aanspraak in de wet voor affectieschade
(verlies naasten door OD van een ander, smartengeld). Dit is een uitzondering, voor vele
situaties geen uitdrukkelijke wettelijke bepaling.
Afdeling 6:162 BW
Lid 1 (algemeen uitgangspunt)
Hij de jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is
verplicht de schade die de ander dientengevolge (causaal verband) lijdt, te vergoeden
Lid 2 (onrechtmatigheid): 3 categorieën, veel meningsverschillen over
Als onrechtmatige daad worden aangemerkt:
• een inbreuk op een recht
• en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht (Maas/Willems-arrest, de een
verwijt de ander dat hij in strijd met tarieven dingen doet, maar de ander doet het ook. HR je
hebt geen aanspraak op bescherming wettelijke norm aangezien je het zelf ook overtreedt.)
• of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt,
Een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond
Voorbeeld
Fietser rijdt voetganger omver. Welke categorie? Schending van wettelijke plicht. Je hebt nagelaten
om voorrang te verlenen aan een overstekende voetganger. Je kunt ook stellen dat het inbreuk op
een recht is.
Schoolvoorbeeld: Wandeling in het bos. Door pech zwiept een tak een wandelaar in het oog.
Wandelaar blind. Dat is een inbreuk op lichamelijke integriteit. Maar is het onrechtmatig? HR besliste
van niet. Het enkele feit dat inbreuk wordt gemaakt, betekent dat er onzorgvuldig is gehandeld, niet
per se onrechtmatig. Hangt af van de omstandigheden. Was het een normale handeling, was het een
spel, etc. Het is een glijdende schaal.
Verheij beschrijft deze discussie ook.
Lid 3 (toerekening):
Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend,
• indien zij te wijten is aan zijn schuld
• of aan een oorzaak welke krachtens
• de wet
• of de in het verkeer geldende opvattingen