100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting A students introduction to geographical thought - Couper (2015)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
33
Geüpload op
19-03-2025
Geschreven in
2021/2022

Een uitgebreide samenvatting van een aantal hoofdstukken uit A Students introduction to geographical thought van Pauline Couper (2015). Gebruikt voor het vak Geografie: Wetenschap & Praktijk.

Instelling
Vak











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 1, 9, 2, 3, 4
Geüpload op
19 maart 2025
Aantal pagina's
33
Geschreven in
2021/2022
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Geografie: Wetenschap & Praktijk

Week 1
College 1: Inleiding: Geografie als wetenschap en als praktijk

Introduction: Geographers at the Beach – Couper
Couper, Pauline (2015) A student’s introduction to Geographical Thought : Theories,
philosophies, methodologies London: SAGE. Chapter 1: Introduction, Geographers at
the beach. 1-16.

1.1 Before we get there: Introducing philosophy and theory
Voorbeeld bewering: ‘De bladeren worden nu echt bruin’. Dit is een claim op kennis.

De vraag die in dit boek centraal staat is ‘Hoe weten we dat?’. We weten iets omdat we er
bewijs van hebben: verwijzen naar bronnen, zelf gezien (gehoord/ gemeten), we hebben het
ergens gelezen en accepteren dat iemand anders er bewijs van heeft, eigen ervaringen.
Een belangrijk onderdeel van de discipline aardrijkskunde is bronnen van bewijs te erkennen
d.m.v. conventies van academische verwijzingen. Dit is echter de eerste stap.
Elke aanspraak op kennis houdt het maken van aannames in: wat bestaat; wat is kennis; hoe
kunnen we weten; wat geldt als ‘bewijs’.

Voorbeeld: aanspraak maken op kennis:
1. De bladeren zijn ‘echte’ objecten, die onafhankelijk van ons bestaan.
2. Onze zintuigen verschaffen ons kennis van de bladeren.
3. De herinnering dat bladeren niet altijd bruin zijn geweest, klopt.

De kwesties over wat er bestaat, wat we weten en hoe we weten vallen onder filosofie. Drie
filosofische termen die worden gebruikt in literatuur over hoe we onderzoek doen:
 Metafysica: houdt zich bezig met ‘eerste principes’ (grondbeginselen) van zaken als
bestaan, tijd, ruimte en identiteit.
 Ontologie: wat bestaat en wat het betekent om te bestaan.
 Epistemologie: studie van hoe we het weten.
Metafysica omvat ontologie.

-> Vervolgens ontstaat er een theorie; een gegeneraliseerd, abstract idee over de relaties
tussen verschijnselen.
Als we verder gaan dan een simpel antwoord op de vraag ‘Hoe weten we het?’, komen we in
de wereld van de filosofie en theorie terecht. De studie van ‘geografisch denken’ is de studie
van de filosofische en theoretisch aannames die we doen bij het ontwikkelen van
geografische kennis, en hoe verschillende filosofieën en theorieën op verschillende
tijdstippen dominant zijn geworden binnen de geografie.

Vaak lastig om ‘geografisch denken’ te bestuderen, omdat filosofie en theorie per definitie
nogal abstract zijn. Geografen zijn meer geïnteresseerd in ‘goede’ aardrijkskunde; leren over
de samenleving; cultuur en de natuurlijke omgeving (niet abstract).
Twee goede redenen om door te gaan met de moeilijke abstracte ideeën:
1. Er zijn verborgen veronderstellingen in alle aanspraken op kennis. Het negeren
van filosofie en theorie betekent niet dat deze aannames verdwijnen; het betekent
alleen dat we ons er niet van bewust zijn.

, Colin Thorn (1988): leren en denken over filosofie en theorie stelt ons in staat om
keuzes te maken over welke filosofieën en theorieën we gebruiken.
Alternatief is blindelings vertrouwen op aannames zonder dat we ons ervan bewust
zijn. (Rechtvaardiging voor boeken als deze, waarin de filosofische en theoretische
sleutelposities worden onderzocht die significant zijn geweest bij de ontwikkeling van
geografische kennis).
2. Aannames over wat er bestaat en hoe we het kunnen weten, en ideeën over hoe
verschijnselen aan elkaar gerelateerd zijn, houden verband met de manieren
waarop we onderzoek doen. Door ervoor te kiezen om een bepaalde methode van
gegevensverzameling te gebruiken, nemen we impliciet een beslissing over wat als
kennis telt. Onze eigen methodologische praktijken en ons vermogen om de
betrouwbaarheid van door anderen aangedragen bewijsmateriaal te beoordelen,
worden versterkt door een besef van filosofie en theorie.

1.2 On arrival: What are we studying?
Vijf verschillende antwoorden op de vraag ‘Wat is een strand?’. Om verschillende aannames
te illustreren over wat echt is en hoe we het kunnen weten.

1. Een afzetting aan de kust van zand- en grinddeeltjes die tussen het gemiddelde getij en de
landinwaartse omvang van de hoogste stormgolven liggen.
 Definieert strand in termen van wat we kunnen zien. Herkent alleen fysieke of
materiële kenmerken.
 Materialistische reactie.
 Zou vragen op kunnen roepen over de vorm van het strand en zijn samenstellende
sedimenten -> vragen die zich richten op wat we kunnen zien.
Methoden: observatie, inclusief onderzoeken en meten van materiële objecten die het
strand vormen.
Hele focus van onderzoeksvraag tot methoden ligt op het bewijs van zintuigen.
 Zowel materialistisch als empiristisch.

2. Strand is actief onderdeel van het morfodynamische kustsysteem van energieoverdracht
en sedimentbeweging. Als grens tussen water en land is een strand het overgangsgebied
tussen aquatische en terrestrische ecosystemen, waar voortdurende verandering een
vijandige leefomgeving creëert.
 Definitie die afhangt van waarneembare, materiële fenomenen, die nu de prioriteit
geeft aan relaties daartussen, en het functioneren van geomorfologische en
biogeografische processen.
 Vragen over wat er gebeurt, waar, wanneer, op welk tarief, en hoe verschillende
componenten van het strand op elkaar inwerken.
 Empirisme en materialisme.
 Sommige processen zijn echter niet direct waarneembaar; we weten dat dingen
bergafwaarts gaan (water), maar kunnen de zwaartekracht niet zien, kunnen alleen de
effecten ervan waarnemen. In dergelijke gevallen gebruiken we redenering om het
bestaan van processen of mechanismen af te leiden. Het idee dat kennis legitiem op de
rede kan zijn gebaseerd, staat bekend als rationalisme. Deze worden vervolgens
getoetst aan empirisch bewijs, zodat we toch een empirische benadering behouden.

3. Een strand is een plek die mensen voornamelijk bezoeken voor recreatieve doeleinden,
vaak in sociale groepen. Stranden zijn het drukst in de zomermaanden, wanneer mensen
aanzienlijke afstanden afleggen om te bezoeken.

,  Overgeschakeld van fysieke geografie naar Menselijke geografie.
 Focus ligt nog steeds op empirische verschijnselen (aantallen mensen en hun
waarneembare gedrag, etc.).
 Onderzoeksvragen: identificeren van relaties tussen empirische verschijnselen (bijv.
brengen mensen die langer hebben gereis meer tijd door op het strand?).
 Reisafstand is geen ‘waarneembaar verschijnsel’, maar zintuigen kunnen worden
uitgebreid met onderzoeksinstrumenten (enquêtes).
 Naturalisme: de samenleving kan op dezelfde manier worden bestudeerd als de
natuurlijke wereld, gebruikmakend van methodologische benaderringen die identiek
zijn aan die in de natuurwetenschappen.
 Structuralistische analyse: nadenken over de economische en politieke structuren van
de samenleving en hoe deze structuren en de relaties tussen strandbezoekers en
omwonenden vorm krijgen.

Deze eerste drie antwoorden op de vraag ‘wat is een strand?’ gaan er allemaal van uit dat er
een echte wereld bestaat, onafhankelijk van ons als individuen. Dit betekent dat ze allemaal
realistisch zijn. Er zijn echter veel variaties op realisme. De drie beschrijvingen geven ook
prioriteit aan empirische gegevens.

BOX 1.1 REALISM AND SOME OF ITS VARIANTS
Realisme: de aanname dat we weten dat objecten bestaan, onafhankelijk van onszelf.
Tegengestelde is idealisme: de opvatting dat er niets buiten onze geest bestaat.
Wetenschappelijk realisme:
1. Metafysische verbintenis: Er zijn ‘echte’ waarneembare en niet-waarneembare
objecten, die onafhankelijk van onze geest bestaan.
2. Semantische verbintenis (geassocieerd met betekenis): Wetenschappelijke theorieën
over waarneembare en niet-waarneembare objecten zijn waar, ze corresponderen met
hoe de wereld werkelijk is.
3. Epistemologische verbintenis: We kunnen de waarheid weten over de waarneembare
en niet-waarneembare objecten, zodat we kunnen weten dat onze theorieën waar zijn.

Wetenschappelijk antirealisme: een of meer van deze toezeggingen worden afgewezen.
 Verwerping metafysische verbintenis: We hebben geen redenen om aan te nemen dat
er een geest-onafhankelijke wereld bestaat.
 Twijfels over de semantische toewijding: historici en sociologen van
wetenschappelijke kennis hebben er al lang op gewezen dat onze theorieën in het
verleden onjuist bleken te zijn.
 Instrumentalistische visie die het epistemologische engagement uitdaagt: we kunnen
de wereld nooit kennen zoals hij werkelijk is, maar alleen zoals hij ons lijkt; het punt
van wetenschappelijke theorieën is niet dat ze ‘waar’ zijn, maar dat ze lijken te
werken.

Structureel realisme: antwoord op 2 sleutelargumenten in debatten over wetenschappelijk
realisme:
1. Als wetenschappelijk realisme niet waar zou zijn, zou het een wonder zijn dat onze
wetenschappelijke theorieën zo succesvol zijn.
2. Aan de andere kant zijn veel van onze wetenschappelijke theorieën in het verleden
onjuist gebleken, dus het is perfect mogelijk dat onze huidige theorieën in de
toekomst onjuist zullen blijken te zijn.

, Structureel realisme biedt een uitweg door te stellen dat onze beste theorieën echte relaties
tussen verschijnselen (structuren) beschrijven, i.p.v. in elk detail correct te zijn.
--- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- ---

4. Een strand is zand tussen je tenen, het geluid van de branding die naar je toe raast, de
geur en smaak van zeezout, tijdelijke gewichtloosheid als elke golf je lichaam optilt en
voorbij rolt, hete zonneschijn op je huid, koud water. Het is een plek om te ontspannen, of
voor adrenaline-aangedreven, surf-geïnduceerde opwinding; door het ondiepe water spatten,
naar de binnenkomende branding kijken, jezelf voor de golf lanceren. Een strand is een
ontsnapping, die dagelijkse druk uit je hoofd bant. Voor sommigen is een strand echter een
plaats van angst.
 I.p.v. geest-onafhankelijk object: definitie uitsluitend in termen van zintuigen,
ervaringen en betekenissen als individuen.
 Focus ligt op perceptie van strand, i.p.v. op het object van onze perceptie.
 Kant (1724-1804): Onze kennis is beperkt tot fenomenen.
 Fenomenologie: bestuderen van menselijke ervaringen en dingen, zoals we ze
ervaren.
 Onderzoeksvraag: plaats en heet gevoel van plaats. Gaat over belichaamde ervaring
en de betekenissen die daarmee te maken hebben.
Methode: kwalitatief.

5. Een strand is een ‘liminale’ plek, waar normale regels - zoals regels over kleding - niet
gelden. Maar een strand kan ook een gereguleerde ruimte zijn. Gedrag kan formeel worden
gecontroleerd door ‘veilig zwemmen’ vlaggen en regels voor het huren van ligbedden,
constant onder toezicht van strandwachten en verkopers, maar ook informeel gecontroleerd
omdat we voldoen aan de sociale verwachtingen van wat normaal is. Een strand is een site
waar identiteiten van geslacht, gezondheid, rijkdom en fitheid worden uitgevoerd,
tentoongesteld of geremd.
 Focus op ervaring en beleving. Wel accentverschuiving: 4 ging over persoonlijke
subjectieve percepties en betekenissen. 5 besteedt aandacht aan sociale regels en
verwachtingen die buiten ons als individuen liggen.
 4 en 5 delen een bezorgdheid over ons begrip en ervaringen van het strand. De nadruk
ligt op betekenis, i.p.v. op empirische verschijnselen.
 4 vooral op individuele percepties, 5 aandacht aan sociale context. Subtiel verschil in
de metafysische aannames: Reactie 4 gaat niet uit van aannames over het al dan niet
bestaan van een ‘echte’ wereld onafhankelijk van ons. Zijn enige focus is de wereld
zoals die ons lijkt. In reactie 5 komen de 'sociale feiten' van gepast of ongepast gedrag
en uiterlijk op een strand voort uit menselijke gedachten en handelingen, maar ze
verschijnen als 'objectieve realiteit' voor ieder van ons als individuen. Dit is inherent
een sociaal-constructieve positie, hoewel het een thema is dat ook terugkomt in
poststructuralistische en postmodernistische theorieën. Menselijke geografen (en
andere sociale wetenschappers) noemen dit vaak idealistisch.

BOX 1.2 INTERPRETATIONS OF IDEALISM
Idealisme: er zijn aspecten van de samenleving die voor ieder van ons verschijnen als
externe, onafhankelijke objecten of feiten, en toch uitsluitend worden gedefinieerd door
menselijke actoren, ideeën en acties.
Filosofisch idealisme: alles wat bestaat is mentaal of spiritueel van aard.
Duits idealisme: focus op dingen zoals ze ons toeschijnen.
--- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- ---
$7.64
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
romydonkers
4.0
(1)

Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
romydonkers Universiteit van Amsterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
3
Lid sinds
9 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
17
Laatst verkocht
3 weken geleden

4.0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen