SAMENVATTING
STRATEGISCH
MANAGEMENT
PRE-MASTER ACCOUNTANCY NYENRODE NJ24
,INHOUDSOPGAVE
Hoofdstuk 1 Inleiding op strategie ......................................................................................................................................3
§ 1.1 Wat is strategie?.............................................................................................................................................3
§1.2 Strategie: voor profit, maar ook overheid en non-profit .................................................................................4
§1.3 Visie, missie en strategie.....................................................................................................................................4
§1.4 Strategietheorie: voorschrijvend of beschrijvend?...........................................................................................5
§1.5 Leidt strategieformulering tot betere prestaties? ............................................................................................5
§1.6 Strategie en innovatie .........................................................................................................................................6
§1.7 Tegenstellingen binnen de strategietheorie .....................................................................................................6
Hoofdstuk 2 Strategieformuleringsmodel .........................................................................................................................7
§ 2.1 Inleiding...........................................................................................................................................................7
§ 2.2 Model van strategieformulering ...................................................................................................................7
§ 2.3 Menselijke kant van strategieformulering ................................................................................................ 15
Hoofdstuk 3 Productspreiding ......................................................................................................................................... 16
§ 3.3 Signalen voor problemen met productspreiding ...................................................................................... 16
§ 3.4 Strategische vragen bij het ontwikkelen van een productspreidingsstrategie....................................... 16
Hoofdstuk 6 Bereiken van concurrentievoordeel.......................................................................................................... 23
§ 6.3 Twee vormen van concurrentievoordeel: laagste kosten en differentiatie............................................ 23
§ 6.4 Bronnen van concurrentievoordeel ........................................................................................................... 23
§ 6.5 Houdbaarheid van concurrentievoordeel ................................................................................................. 25
Hoofdstuk 7 Laagstekostenstrategie .............................................................................................................................. 27
§ 7.3 Signalen voor problemen met de laagstekostenstrategie ....................................................................... 27
§ 7.4 Vragen bij een laagstekostenstrategie ...................................................................................................... 27
Hoofdstuk 8 differentiatiestrategie.................................................................................................................................. 29
§ 8.3 Signalen voor problemen met een differentiatiestrategie....................................................................... 29
§ 8.4 Vragen bij een differentiatiestrategie........................................................................................................ 29
Hoofdstuk 9 Samenwerking.............................................................................................................................................. 31
§ 9.3 Signalen voor noodzaak tot samenwerking .............................................................................................. 31
, § 9.4 Doelen van samenwerking ......................................................................................................................... 31
§ 9.5 Strategische alternatieven bij samenwerking ........................................................................................... 31
§ 9.6 Stappen en problemen op weg naar samenwerking ................................................................................ 32
Hoofdstuk 10 fusies en overnames ................................................................................................................................. 33
§ 10.3 Strategische vragen bij fusies en overnames ............................................................................................ 33
§ 10.4 Financiële resultaten van fusies en overnames ........................................................................................ 35
Hoofdstuk 11 joint ventures en strategische allianties ................................................................................................ 36
§ 11.3 Strategische vragen bij joint ventures en strategische allianties............................................................. 36
Hoofdstuk 12 Implementatie van de strategie............................................................................................................... 39
§ 12.1 Inleiding........................................................................................................................................................ 39
§ 12.2 Mensen ........................................................................................................................................................ 39
§ 12.3 Middelen...................................................................................................................................................... 40
§ 12.4 Methoden .................................................................................................................................................... 41
§ 12.5 Strategieën en passende organisatiestructuren ....................................................................................... 44
§ 12.6 Combinaties van strategieën en de gevaren ervan .................................................................................. 46
Hoofdstuk 13 Implementatie van de strategie............................................................................................................... 47
§ 13.1 Inleiding........................................................................................................................................................ 47
§ 13.2 Veranderkunde in ontwikkeling ................................................................................................................. 47
§ 13.3 Slaagfactoren als leidraad bij een gerichte sturing ................................................................................... 49
§ 13.4 De effectiviteit van veranderstrategieën................................................................................................... 50
§ 13.6 Niet alleen succesvol, maar ook zinvoller veranderen ............................................................................. 51
§ 13.7 Betrouwbaar veranderen ........................................................................................................................... 52
, HOOFDSTUK 1 INLEIDING OP STRATEGIE
§ 1.1 WAT IS STRATEGIE?
Strategie wordt in het boek gedefinieerd als:
‘De concrete keuzen die een organisatie maakt voor de richting van de gehele organisatie’.
Alle andere beslissingen moeten van de strategie afgeleid worden. Als dat niet gebeurt, treedt de organisatie
niet als eenheid maar als een aantal niet op elkaar afgestemde afdelingen en activiteiten nar buiten.
Strategie kan op meerdere manieren worden gedefinieerd:
1. Douman et al (2020) definieert strategie als:
‘(…) een lang termijnplan dat betrekking heeft op de functie van de organisatie in de samenleving en
waarin de organisatie aangeeft welke doelstellingen ze wil bereiken en hoe ze die wil bereiken’.
2. Hoefer en Schendel (1978) omschrijven strategie als:
‘De basiskenmerken van de aansluiting van de organisatie op haar omgeving’.
3. Whittington et al (2020) omschrijft strategie als:
‘De lange termijnrichting van een organisatie.
§1.1.1 Drie samenhangende dimensies die strategie concreet maken
Een alternatief voor abstracte definities van strategie is er een die aangeeft uit welke concrete elementen een
strategie bestaat. In deze opvatting heeft strategie drie samenhangende dimensies:
1. Spreiding
Hiermee geeft de organisatie aan met welke producten en diensten zij actief is, op welke
(geografische) marketen en welke mate van verticale spreiding zij nastreeft. Verticale spreiding geeft
aan hoeveel stappen in het voortbrengingsproces de organisatie zelf doet en welke zij bij andere
organisaties inkoopt.
De vraag die beantwoord wordt betreft: waar willen wij concurreren?
2. Positionering
Hiermee geeft de organisatie aan hoe zij haar producten en diensten wil onderscheiden van die van de
concurrenten. Zijn die producten goedkoper of
beter van kwaliteit dan die van andere aanbieders.
De vraag die beantwoord wordt betreft: hoe willen
wij concurreren?
3. Samenwerking
Waarmee de organisatie aangeeft of zij de
strategie alleen wil uitvoeren of dat zij daarvoor
een vorm van samenwerking met andere
organisaties nastreeft.
De vraag is hier: Alleen of samenwerkend met
andere organisaties concurreren? Is het plan,
bijvoorbeeld, om met een andere organisatie te
fuseren of een samenwerkingscontract af te
sluiten? Of wil de organisatie alleen verder gaan?
§1.1.2 Goede uitvoering zorgt voor succes
Voor succes is meer nodig dan alleen het kiezen van de juiste spreiding, positionering en mogelijke
samenwerking. Zonder een goede planning en een goede uitvoering van de genomen beslissingen is succes
niet te bereiken.
Bossidy, Charan en Buck (2002) spreken van ‘the discipline’. Zij gebruiken het woord discipline in een dubbele
betekenis: discipline als tak van wetenschap en als tucht of beheersing.
Rumelt (2011) stelt vanuit een theoretisch gezichtspunt dat een goede strategie drie elementen heeft: een
juiste diagnose, een richtinggevend beleid en een coherent actieplan (= implementatie).