1 Terugblik .......................................................................................................................... 2
2 Begrippen – definities ....................................................................................................... 2
2.1 Basisbegrippen ................................................................................................................. 2
2.2 De logistieke keten (Supply Chain Management) ............................................................... 3
2.2.1 Begrip.......................................................................................................................................... 3
2.2.2 De belangrijkste schakels ........................................................................................................... 3
2.2.2.1 Fysieke handelingen .................................................................................................................................. 3
2.2.2.2 Onderscheid tussen ‘Logistiek’ en ‘Supply Chain Management’ .............................................................. 3
2.2.3 De vier basiseisen van de logistieke keten die de producent verbindt met de consument ...... 3
3 De drie grote bedrijvenfamilies in het economische leven en hun logistieke kenmerken .... 4
3.1 Dienstverlenende bedrijven .............................................................................................. 4
3.1.1 Definitie ...................................................................................................................................... 4
3.2 Distributiebedrijven.......................................................................................................... 4
3.2.1 Definitie ...................................................................................................................................... 4
3.3 Productiebedrijven ........................................................................................................... 4
3.3.1 Definitie ...................................................................................................................................... 4
4 Definitie van het begrip ‘goederenstroombeheer’ (= logistiek) ........................................... 5
4.1 Organisatietechnieken voor industriële goederenstroom .................................................. 5
4.1.1 Pull (trekken) .............................................................................................................................. 5
4.1.2 Push (duwen) .............................................................................................................................. 5
4.1.3 Combinatie ................................................................................................................................. 5
4.1.3.1 Producten binnen een modulair systeem ................................................................................................. 5
5 Just-in-time (J.I.T.) ............................................................................................................ 6
5.1 Wat is nu J.I.T. ? ............................................................................................................... 6
6 De distributiesector: logistiek…een must........................................................................... 6
7 Besluit .............................................................................................................................. 6
1
, 1 Terugblik
In hun studie naar het gezond verstand hanteerden de Griekse filosofen meer dan 2.000 jaar geleden
twee woorden die dicht tegen elkaar aanleunen.
Logica = gesteund op de deductie en de analogie, gebruik makend van woorden en zinnen.
Logistiek = gebaseerd op berekeningen dus, mathematisch gebruik makend van
symbolen en cijfers.
De Zwitserse generaal Henri de Jomini maakte het onderscheid tussen:
Strategie = met als doel het voorafgaand uitwerken van plannen.
Tactiek = zich concentreren op de manoeuvres van een leger op het slagveld, alsook met diverse
opstellingen om de troepen in de aanval te leiden.
Logistiek = zich concentreren op de praktische bewegingen van de legers, met de details van het
benodigde materieel voor de tochten, de formaties. kortweg, de uitvoering van de combinaties
van de strategie en de tactiek
Er zijn echter 2 grote verschillen tussen de beide optieken:
De effectiviteit van de militaire logistiek wordt niet in financiële termen uitgedrukt.
Het verminderen van onkosten is geen prioriteit in tijden van oorlog.
2 Begrippen – definities
2.1 Basisbegrippen
Logistiek is:
De wetenschap van de stromen.
Het geheel aan activiteiten met als doel de totstandkoming, aan een zo laag mogelijke kost, van
een welbepaalde kwaliteit van een product waar en wanneer de vraag zich voordoet.
Het geheel aan verrichtingen van de fysieke distributie, het materiaalbeheer, de bevoorrading
en het vervoer.
De activiteiten ter beheersing van de goederenstromen, de coördinatie en de opportuniteiten.
Een organisatie van herbevoorrading: het breng orde in de goederenstromen.
De kunst van het coördineren van de middelen van het vervoer, de productie en de distributie.
Alle verrichtingen die nodig zijn voor het ter beschikking stellen van producten op de
verkoopplaatsen, vertrekkende van de productie
De technologie van de beheersing van de fysieke circulatie van de stromen van goederen die de
onderneming:
• Verzendt.
• Doorstuurt.
• Ontvangt.
2