College 7
BOX III
Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen is het voordeel uit sparen en beleggen, verminderd met
de persoonsgebonden aftrek.
+ bezittingen
-/- schulden
= Rendementsgrondslag
-/- heffingsvrij vermogen
= grondslag sparen en beleggen
Er wordt in BOX III niet gekeken naar het inkomen dat een belastingplichtige feitelijk realiseert.
Hoofdregel = roerende zaken behoren tot de rendementsgrondslag, tenzij deze voor persoonlijke
doeleinden worden gebruikt of verbruikt. Voorbeelden zijn:
Inboedels
Jachten
Personenauto’s
Juwelen
Audio/video etc.
Dit is niet van toepassing wanneer deze hoofdzakelijk (70% of meer) als belegging worden gehouden.
Als schulden moeten in aanmerking worden genomen schulden waarvan de rente niet in box I of II
valt, met uitzondering van belastingschulden.
Maatschappelijke onrust/kritiek op BOX III BNB 2015/174
Een beroep op artikel 1 van het EVRM: het recht op ongestoord genot van zijn of haar eigendom. De
Hoge Raad beslist echter dat het systeem enkel in strijd is met artikel 1 van het EVRM indien duidelijk
blijkt dat de vermogensrendementsheffing in strijd is met de fair balance. Dit doet zich voor wanneer
er een individuele en buitensporige last wordt gelegd op de belastingbetaler als blijkt dat het
ingestelde rendement van vier procent voor meerdere jaren niet meer haalbaar lijkt.
PGA
Draagkrachtverminderende omstandigheden
Eerst in mindering op BOX I, dan op BOX III dan op BOX II
Als verzamelinkomen lager dan PGA, dan meenemen naar volgend jaar.
1. Uitgaven onderhoudsverplichtingen
2. Uitgaven voor specifieke zorgkosten
3. Weekenduitgaven voor gehandicapte kinderen
4. Scholingsuitgaven
5. Uitgaven voor monumentenpanden
6. Aftrekbare giften
7. Resterende PGA uit vorige jaren
BOX III
Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen is het voordeel uit sparen en beleggen, verminderd met
de persoonsgebonden aftrek.
+ bezittingen
-/- schulden
= Rendementsgrondslag
-/- heffingsvrij vermogen
= grondslag sparen en beleggen
Er wordt in BOX III niet gekeken naar het inkomen dat een belastingplichtige feitelijk realiseert.
Hoofdregel = roerende zaken behoren tot de rendementsgrondslag, tenzij deze voor persoonlijke
doeleinden worden gebruikt of verbruikt. Voorbeelden zijn:
Inboedels
Jachten
Personenauto’s
Juwelen
Audio/video etc.
Dit is niet van toepassing wanneer deze hoofdzakelijk (70% of meer) als belegging worden gehouden.
Als schulden moeten in aanmerking worden genomen schulden waarvan de rente niet in box I of II
valt, met uitzondering van belastingschulden.
Maatschappelijke onrust/kritiek op BOX III BNB 2015/174
Een beroep op artikel 1 van het EVRM: het recht op ongestoord genot van zijn of haar eigendom. De
Hoge Raad beslist echter dat het systeem enkel in strijd is met artikel 1 van het EVRM indien duidelijk
blijkt dat de vermogensrendementsheffing in strijd is met de fair balance. Dit doet zich voor wanneer
er een individuele en buitensporige last wordt gelegd op de belastingbetaler als blijkt dat het
ingestelde rendement van vier procent voor meerdere jaren niet meer haalbaar lijkt.
PGA
Draagkrachtverminderende omstandigheden
Eerst in mindering op BOX I, dan op BOX III dan op BOX II
Als verzamelinkomen lager dan PGA, dan meenemen naar volgend jaar.
1. Uitgaven onderhoudsverplichtingen
2. Uitgaven voor specifieke zorgkosten
3. Weekenduitgaven voor gehandicapte kinderen
4. Scholingsuitgaven
5. Uitgaven voor monumentenpanden
6. Aftrekbare giften
7. Resterende PGA uit vorige jaren