1. Wat zijn de formele en materiële vragen van 348 Sv en 350 Sv?
2. Wat gebeurt er met de einduitspraak met een geslaagd beroep op een
strafuitsluitingsgrond?
3. Welke soorten einduitspraken zijn mogelijk?
4. Kan proces-verbaal als een bewijsmiddel worden gebruikt?
5. Los de casus op
,Leerdoel 1: Wat zijn de formele en materiële vragen art 348 350 Sv?
Om een einduitspraak te kunnen doen in een strafzaak, moet de rechter na afloop van het onderzoek
ter terechtzitting drie typen vragen beantwoorden:
1. formele vragen (voorvragen)
2. materiële vragen (hoofdvragen)
3. straftoenemingsvragen
De volgorde waarin deze vragen in art. 348 en 350 Sv zijn vermeld, is dwingend:
deze volgorde moet de rechter altijd aanhouden.
De formele vragen van art. 348 Sv zijn:
1. Is de dagvaarding geldig?
Nee: de dagvaarding is nietig
Ja: Ga door naar de volgende vraag
2. Is de rechter bevoegd?
Nee: de rechter is onbevoegd
Ja: Ga door naar de volgende vraag
3. Is de officier van justitie ontvankelijk?
Nee: De officier van justitie is niet-ontvankelijk
Ja: Ga door naar de volgende vraag
4. Is er reden tot schorsing der vervolging?
Nee: Ga door naar de volgende vraag
Ja: De vervolging wordt geschorst.
Art. 350 bevat drie materiële vragen. De vraag of iets strafbaar is kan onderverdeeld worden in twee
afzonderlijke vragen, waardoor er vier materiële vragen ontstaan:
De materiële vragen van art. 350 Sv:
1. Menselijke gedraging: Is bewezen dat het ten laste gelegde feit door verdachte is begaan?
de bewijsvraag: kan het ten laste gelegde bewezen worden
Nee: De verdachte wordt vrijgesproken
Ja: Ga door naar de volgende vraag
2. Delictsomschrijving: Kan het bewezen verklaarde worden gekwalificeerd?
de kwalificatievraag: valt het bewezen verklaarde onder een delictsomschrijving?
Nee: de verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging
Ja: Ga door naar de volgende vraag
3. Is het bewezen verklaarde wederrechtelijk? De wederrechtelijkheid
Nee: de verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging
Ja: Ga door naar de volgende vraag
4. Is de verdachte verwijtbaar? de verwijtbaarheid
Nee: de verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging
Ja: de verdachte wordt veroordeeld.
, De grondslagleer:
- De OvJ heeft bij de inleidende dagvaarding een tenlastelegging opgesteld.
- De tenlastelegging is een omschrijving van het feit waardoor de verdachte is gedagvaard.
- De letterlijke tekst van deze tenlastelegging vervult bij het beantwoorden van de formele en
materiële vragen een belangrijke rol,
- Formulering art. 348 en 350 Sv komt dit ook tot uitdrukking :
“de rechtbank onderzoekt op den grondslag der tenlastelegging over de vragen van art. 350”
De gebondenheid aan de tekst van de tenlastelegging staat bekend als grondslagleer
- Concreet brengt de grondslagleer met zich mee dat de rechter alleen feiten bewezen mag
verklaren die voor de rechter (in de tenlastelegging) zijn gelegd.
Bijv. is de rechtbank bevoegd? rechter kijkt in de tekst van de tenlastelegging welke plaats is
genoemd de in de tenlastelegging genoemde plaats van het delict zal doorslaggevend zijn voor
het beantwoorden op deze vraag. Ook als deze plaats bij nader inzien niet correct blijkt te zijn, is de
rechter alsnog bevoegd, want hij baseert zijn bevoegdheid op de genoemde plaats in de
tenlastelegging.
De formele vragen:
1. Is de dagvaarding geldig?
- Om geldig te zijn om een dagvaarding aan een aantal eisen voldoen
- Externe en interne eisen
Externe eisen dagvaarding:
Betekenisvoorschriften:
- Betekenisvoorschriften moeten ertoe leiden dat de dagvaarding de verdachte bereikt
- Het is van belang dat de verdachte op de hoogte wordt gesteld van de inhoud, plaats en tijd
van de tegen hem dienende strafzaak
- Is de verdachte niet ter zitting verschenen? rechter als eerste onderzoeken of de
dagvaarding geldig is uitgereikt (art. 278 lid 1 Sv)
- Functie dagvaarding voor verdachte: aanwezig zijn en voorbereiden op verdediging
- De dagvaardingstermijn is minimaal 10 dagen: art. 265 lid 1 Sv
- De wijze waarop de dagvaarding betekend/uitgereikt dient te worden staat in art. 585 ev. Sv
- Uitgangspunt verdachte moet de dagvaarding zelf in handen krijgen. Betekeningsregeling: er
is altijd een mogelijkheid om de dagvaarding rechtsgeldig uit te reiken
Betekening van de dagvaarding:
- Wordt een officieel stuk van opgemaakt: de akte van uitreiking
- Op deze akte is vermeld op welke datum en op welke wijze de dagvaarding is uitgereikt aan
de verdachte
- Akte ontbreekt dagvaarding nietig.
- Officier van justitie verliest niet vervolgingsrecht hij mag de verdachte opnieuw
dagvaarden voor hetzelfde feit