Schema’s goederenrecht blok 3
Zakelijk recht
- Absoluut, subjectief recht
- Zaak als object
- Vermogensrecht
Zaak in eigendom
Rechthebbende (absoluut recht) op een goed
1. Artikel 3:4 BW
a. Lid 2 is er sprake van beschadiging van betekenis bij verwijdering?
i. Ja bestanddeel
ii. Nee lid 1
1. Naar verkeersopvattingen onderdeel van de zaak (HR
Depex/Curatoren)
a. In constructief opzicht op elkaar afgestemd?
b. Onvoltooid bij ontbreken?
2. Artikel 3:107 juncto 3:108 BW
a. Houden voor jezelf (bezit)
b. Houden voor een ander (detentorschap)
3. Artikel 3:84 BW
a. Geldige levering
b. Geldige titel
c. Beschikkingsbevoegdheid
4. Artikel 3:86 BW
a. Lid 1
i. Artikel 90, 91 of 93
ii. Roerende zaak
iii. Anders dan om niet
iv. Te goeder trouw 3:11
b. Lid 3
i. Diefstal
1. Tenzij sub a (HR Uitslag/Wolterink), b
5. Artikel 3:88 BW
a. Registergoed
b. Te goeder trouw 3:11
c. Onbevoegdheid voortvloeit uit de ongeldigheid van een vroegere overdracht
d. Niet het gevolg van onbevoegdheid van de toenmalige vervreemder
6. Artikel 3:90 lid 2 juncto 3:115 sub a BW
a. Indien CP levering feitelijke levering wordt, is pas derdenbescherming nodig.
Daarvoor werkt de levering namelijk niet (hij is relatief) ten opzichte van de ouder
gerechtigde.
Zakelijk recht
- Absoluut, subjectief recht
- Zaak als object
- Vermogensrecht
Zaak in eigendom
Rechthebbende (absoluut recht) op een goed
1. Artikel 3:4 BW
a. Lid 2 is er sprake van beschadiging van betekenis bij verwijdering?
i. Ja bestanddeel
ii. Nee lid 1
1. Naar verkeersopvattingen onderdeel van de zaak (HR
Depex/Curatoren)
a. In constructief opzicht op elkaar afgestemd?
b. Onvoltooid bij ontbreken?
2. Artikel 3:107 juncto 3:108 BW
a. Houden voor jezelf (bezit)
b. Houden voor een ander (detentorschap)
3. Artikel 3:84 BW
a. Geldige levering
b. Geldige titel
c. Beschikkingsbevoegdheid
4. Artikel 3:86 BW
a. Lid 1
i. Artikel 90, 91 of 93
ii. Roerende zaak
iii. Anders dan om niet
iv. Te goeder trouw 3:11
b. Lid 3
i. Diefstal
1. Tenzij sub a (HR Uitslag/Wolterink), b
5. Artikel 3:88 BW
a. Registergoed
b. Te goeder trouw 3:11
c. Onbevoegdheid voortvloeit uit de ongeldigheid van een vroegere overdracht
d. Niet het gevolg van onbevoegdheid van de toenmalige vervreemder
6. Artikel 3:90 lid 2 juncto 3:115 sub a BW
a. Indien CP levering feitelijke levering wordt, is pas derdenbescherming nodig.
Daarvoor werkt de levering namelijk niet (hij is relatief) ten opzichte van de ouder
gerechtigde.